* jezus christus= christus is de naam die de volgelingen hebben als betekenis
van jezus.
Jezus van nazareth
• Joodse Timmermanszoon en was een jood
• na val van jeruzalem in 70, zijn christenen en jodendom uit elkaar gegaan.
christendom komt dus vanuit jodendom.
• Jezus door Johannes gedoopt (rond zijn 30e).
• Jezus krijgt volgelingen (12 discipelen).
• Jezus’ boodschap: het koninkrijk van God. dat god ook om de zieken denkt.
• Jezus’ boodschap: de bergrede (Abba).
• Jezus’ daden: wonderen.
• Jezus en de wet: sabbat, heidenen, zondaars.
• Intocht in Jeruzalem en tempelreiniging
• Laatste avondmaal.
• Verraad, proces en kruisiging.
• De opstanding.
• Hemelvaart en Pinksteren.
Naam en oorsprong
christus= de gezalfde.
- sinds 4e eeuw is het in westerse kerken gebruikelijk om op 25 december zijn
geboorte te vieren.
Bronnen
• Oude Testament (de bijbel, voor joden tenach.).
- apocriefe of deuterocanonieke boeken: boeken die protestante wel
hadden en joden niet.
Daardoor wilde de protestante ze ook niet meer en hadden de oosterse orthodoxe
kerken en de rooms-katholieke kerk dus een groter oude testament dan de
protestantse. het OT speelde bij de protestante een grotere rol dan bij de RK.
• Nieuwe testament ( in eerste eeuw gemaakt) bestaat uit:
• Evangeliën: marcus, matteüs, lucas en johannes.
• Handelingen
• Brieven (vooral van Paulus)
• Openbaringen
• Traditie (voor Katholieken).
- RK gaan uit van het schrift maar doet ook aan traditie, protestanten niet
die willen alleen vanuit bijbel. echter hebben ze wel nieuwe belijdenisgeschriften
bedacht.
• heilige geest: in RK is het degene die de kerk heeft ontvouwen in haar
traditie.