Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Intensieve zorg uitwerking toetsmatrijs en aanvullende leerdoelen

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
141
Geüpload op
07-04-2024
Geschreven in
2023/2024

Uitwerking van de toetsmatrijs, alles wat je nodig hebt als voorbereiding op de toets van blok 3 de module Intensieve zorg van HBO Verpleegkunde van de VIAA.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Uitwerking module Intensieve zorg toetsmatrijs en leerdoelen
Inhoud
Medisch ................................................................................................................................................ 12
Persoonlijkheidsstoornissen en Borderline ..................................................................................... 12
A: geeft een definitie van persoonlijkheidsstoornissen en kan verschillende vormen benoemen.
...................................................................................................................................................... 13
B: kan een ziekteanalyse van Borderline maken a.d.h.v. format. ................................................ 13
C: benoemt de prevalentie van borderline en verslaving en licht het verband toe. .................... 14
D: kan een definitie geven van automutilatie............................................................................... 14
Collitis Ulcerosa ................................................................................................................................ 14
A: kan de genoemde darmaandoeningen in het college beschrijven en de etiologie benoemen15
B: kan een ziekteanalyse maken van colitis .................................................................................. 15
Epilepsie ............................................................................................................................................ 16
A: Kan een ziekteanalyse maken van epilepsie a.d.h.v. het format. ............................................ 16
Anesthesie ........................................................................................................................................ 16
A: beschrijft de verschillende vormen van anesthesie ................................................................. 16
B: benoemen welke vitale functies een goed beeld geven van de toestand na anesthesie ........ 16
C: kan het effect van anesthesie op de vitale functies benoemen ............................................... 17
Ziekte van Parkinson ........................................................................................................................ 17
A: kan een ziekteanalyse maken van Parkinson a.d.h.v. het format. ........................................... 17
B: beschrijft wat het belang van voeding is voor een zorgvrager met de ziekte van Parkinson
uitgaande van de motorische veranderingen en veranderde behoefte aan voedingsstoffen. .... 18
C: de medische indicatie voor toediening van Duodopa via een PEG-J-sonde benoemen .......... 19
Syndroom van Down ........................................................................................................................ 19
A: kan een ziekteanalyse maken van het syndroom van Down a.d.h.v. het format. ................... 19
B: kan uitleggen wat de relatie is tussen de ziekte van Alzheimer en het Downsyndroom ......... 19
Alzheimer.......................................................................................................................................... 19
A: een ziekteanalyse maken van de ziekte van Alzheimer a.d.h.v. het format. ........................... 19
B: het verloop van de ziekte van Alzheimer in fasen onderscheiden. .......................................... 19
Mammacarcinoom ........................................................................................................................... 21
A: kan een ziekteanalyse maken van het mammacarcinoom a.d.h.v. het format. ...................... 22
B: kan benoemen wat mogelijke bijwerkingen zijn van de behandelingen bij een
mammacarcinoom ........................................................................................................................ 22
C: kan uitleggen hoe een mammaca kan metastaseren. .............................................................. 22
D: bevolkingsonderzoek naar mammaca beschrijven .................................................................. 24
Ontwikkeling adolescent.................................................................................................................. 24

1

, A: de lichamelijke en psychosociale ontwikkeling van een kind gedurende de
adolescentieperiode (12-19 jaar) beschrijven. ............................................................................. 25
B: veelvoorkomende aandoeningen in deze ontwikkelingsfase benoemen en beschrijven. ....... 25
Verpleegkunde ..................................................................................................................................... 27
Intensieve Zorgvrager ...................................................................................................................... 27
A: legt uit wat intensieve zorg inhoudt en kan voorbeelden benoemen binnen de verschillende
zorgsettingen. ............................................................................................................................... 27
Preoperatieve zorg ........................................................................................................................... 27
A: kan benoemen wat een zogenaamd preoperatief spreekuur inhoudt, welke disciplines dit
uitvoeren en welke informatie hier wordt verschaft c.q. verleend. ............................................. 28
B: kan benoemen wat er tijdens een anamnesegesprek op de verpleegafdeling preoperatief
gevraagd wordt. ............................................................................................................................ 28
C: kan benoemen welke voorlichting preoperatief gegeven moet worden aan een zorgvrager. 29
Postoperatieve zorg ......................................................................................................................... 29
A: benoemen welke verpleegkundige observatiepunten na anesthesie van belang zijn. ............ 30
B: kan benoemen welke informatie tijdens een overdracht van een operatiepatiënt van de
recovery naar de afdeling verzameld moet worden en dit toepassen op een casus. .................. 30
C: kan benoemen welke verpleegkundige risico ’s kunnen ontstaan bij een postoperatieve
patiënt en welke meetinstrumenten hierbij kunnen worden gebruikt. ....................................... 31
D: kan benoemen wat in een ontslaggesprek met postoperatieve patiënt aan de orde moet
komen. .......................................................................................................................................... 31
Signaleringsplan ............................................................................................................................... 31
A: De student kan benoemen wat een signaleringsplan inhoudt en met welk doel een
signaleringsplan ingezet wordt. .................................................................................................... 32
Leefstijladvies ................................................................................................................................... 32
A: kan benoemen welke verpleegkundige leefstijl- en voedingsadviezen gegeven kunnen
worden aan een (postoperatieve) zorgvrager met een ileo- of colostoma. ................................. 33
B: kan benoemen welke verpleegkundige leefstijl- en voedingsadviezen gegeven kunnen
worden m.b.t. roken en alcoholgebruik bij borderline en hier interventies bij benoemen. ........ 35
Rapporteren ..................................................................................................................................... 35
A: De student kan benoemen welke aspecten van belang zijn bij het rapporteren, wat het model
SOAP inhoudt en dit toepassen op een casus............................................................................... 35
Begeleidingsmethodiek Triple C en Heykoop.................................................................................. 36
A: beschrijft de visie uitgangspunten van de begeleidingsmethodiek triple C en licht toe welke
begeleidingsaspecten passend zijn bij deze methodiek. .............................................................. 37
B: beschrijft wat volgens Heijkoop wordt verstaan onder probleemgedrag, welke oorzaken
daaraan ten grondslag kunnen liggen en welke 4 aspecten daaraan geobserveerd kunnen
worden. ......................................................................................................................................... 38




2

, C: benoemt specifieke aandachtspunten in de voorlichting aan een zorgvrager met een
verstandelijke beperking en kan deze toepassen op de casus. .................................................... 40
D: beschrijft wat de klikfase en begrijpfase vanuit het ontwikkelingsdenken inhouden en wat
dat betekent voor verpleegkundige begeleiding. ......................................................................... 40
MDO .................................................................................................................................................. 40
A: legt uit wat een MDO inhoudt en benoemt wie deelnemers kunnen zijn bij een MDO. ......... 40
Sociale Kaart ..................................................................................................................................... 40
A: legt uit wat een sociale kaart is en welke functie deze heeft in de verpleegkundige zorg. De
student kan een sociale kaart toepassen op een casus. ............................................................... 40
Rouw en verlies bij ouders ............................................................................................................... 41
A: kan benoemen hoe de samenwerking tussen ouders en hulpverleners beïnvloed wordt door
wederzijdse beeldvorming, welke taak verpleegkundigen t.a.v. optimaliseren van samenwerking
met ouders hebben en welke interventies zij hiervoor kan inzetten. .......................................... 42
B: kan beschrijven wat het voor ouders kan betekenen wanneer hun kind een verstandelijke
beperking blijkt te hebben, welke gevoelens hierbij een rol spelen en op welke wijze
hulpverleners tot steun kunnen zijn. ............................................................................................ 43
C: kan de fasen van rouw en verlies van Kübler-Ross en Mönnink beschrijven en herkennen. .. 43
D: kan de visie van Manu Keirse op rouw en verlies beschrijven en herkennen.......................... 44
Family centered care ........................................................................................................................ 44
A: beschrijft wat family Centered Care inhoudt. .......................................................................... 44
Palliatieve/ terminale zorg............................................................................................................... 45
A: legt uit wat palliatieve zorg en (palliatief) terminale zorg (inclusief markering terminale fase
en stervensfase) inhoudt en benoemt het verschil hiertussen. ................................................... 45
B: benoemt verpleegkundige aandachtspunten in de terminale zorg voor de zorgvrager en het
systeem van de zorgvrager (inclusief palliatieve sedatie en euthanasie). ................................... 46
C: kan uitleggen wat shared decision making inhoudt en benoemen wat in de attitude van een
palliatief zorgverlener belangrijk is. .............................................................................................. 47
Andere Culturen ............................................................................................................................... 47
A: benoemt verpleegkundige aandachtspunten in de communicatie en in de zorgverlening aan
zorgvragers van andere culturen algemeen en specifiek in de palliatief en palliatief terminale
fase. ............................................................................................................................................... 47
B: benoemt wat een verklaringsmodel is. .................................................................................... 48
C: benoemt voor- en nadelen van traditionele genezers. ............................................................ 48
D: beschrijft wat David Pinto bedoelt met grofmazige en fijnmazige structuur en kan dit
toepassen op verschillende culturen. ........................................................................................... 48
Zorgvragers met de ziekte van Parkinson ....................................................................................... 49
A: benoemt en verklaart verpleegkundige aandachtspunten t.a.v. ADL, voeding, motoriek
(inclusief cues), psyche en sociale aspecten bij een zorgvrager met de ziekte van Parkinson. ... 49
Zorgvragers met epilepsie................................................................................................................ 49


3

, A: benoemt consequenties voor het dagelijks leven en verpleegkundige aandachtspunten bij
een zorgvrager met epilepsie. ...................................................................................................... 50
B: legt het belang van medicatie trouw uit bij zorgvragers met epilepsie. .................................. 50
Zorgvragers met Borderline ............................................................................................................. 50
A: beschrijft welke gevoelens vaak schuilgaan achter het probleemgedrag bij een zorgvrager
met BPS. ........................................................................................................................................ 50
B: benoemt welke begeleidingsaspecten gewenst zijn in de zorg voor een zorgvrager met BPS
past deze toe op de casus. ............................................................................................................ 51
Zorgvragers met een Mamaca ......................................................................................................... 51
A: De student beschrijft verpleegkundige aandachtspunten in de zorg voor een zorgvrager met
een mammaca............................................................................................................................... 52
Zorgvragers in de adolescentieperiode ........................................................................................... 52
A: beschrijft de belangrijkste aandachtspunten in de verpleegkundige begeleiding van
adolescenten en past dit toe op een casus................................................................................... 53
B: Benoemt vanuit de psychosociale ontwikkeling de gevolgen van een ziekenhuisopname van
een adolescent en past dit toe op een casus. ............................................................................... 53
C: beschrijft de specifieke psychosociale, intellectuele en seksuele ontwikkelingskenmerken van
de vroege, midden- en late adolescentie. .................................................................................... 54
D: beschrijft de risicofactoren, die kunnen leiden tot psychosociale problemen in de
adolescentie. ................................................................................................................................. 54
Prenatale diagnostiek ...................................................................................................................... 54
A: beschrijft wat prenatale diagnostiek inhoudt en benoemt verschillende vormen en waarop
wordt gescreend. .......................................................................................................................... 55
Overbelaste mantelzorger ............................................................................................................... 55
A: kan beschrijven op welke wijze het leven van een mantelzorger beïnvloed wordt door het
begeleiden van een partner met alzheimer.................................................................................. 55
Voedings- en vochtpatroon/ dehydratie ......................................................................................... 55
A: benoemt verpleegkundige aandachtspunten en interventies bij een zorgvrager waarbij
sprake is van verlies van eetlust en/of uitdroging. ....................................................................... 56
B: berekent een vochtbalans, legt uit wat de uitkomst betekent en welke verpleegkundige
observatiepunten hierbij passen. ................................................................................................. 56
Meetinstrumenten ........................................................................................................................... 57
A: kan beschrijven wat de DVZ schaal is en waar deze voor ingezet wordt. ................................ 57
B: kan benoemen welke meetinstrumenten er zijn m.b.t pijn en welke meetinstrumenten
specifiek voor kinderen zijn. ......................................................................................................... 58
C: kan benoemen welke meetinstrumenten ingezet kunnen worden bij een overbelaste
mantelzorger. ................................................................................................................................ 58
D: kan benoemen welke screeningsinstrumenten er zijn tbv voedingstoestand en decubitus. .. 59




4

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
7 april 2024
Aantal pagina's
141
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

Beschikbare oefenvragen

$10.19
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
ellesprins

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
ellesprins Hogeschool Viaa
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
2
Laatst verkocht
1 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen