Door Annie Knows
Eindresultaat tentamen: 10
Mijn samenvatting is opgedeeld in de leertaken die we gehad hebben tijdens het blok,
ingedeeld volgens de competenties van Zuyd Hogeschool, HBO Recht. Hoofdstukken
waarnaar ik verwijs met een een hoofdletter H en een pijltje (> H) verwijzen naar het boek
Staatsrecht van Heringa.
Let op: het bestuderen van deze samenvatting is géén garantie voor een voldoende op je
tentamen. Het zal wel een handig hulpmiddel zijn. Voor meer: lees dan ook mijn notities van
de lessen.
Good luck!
Leertaak 1: NL & de EU
Nederland = gedecentraliseerde eenheidsstaat:
- Koninkrijk der NL (NL, Aruba, St. Maarten;
- NL- het land;
- Het supranationale verband van de EU;
- Gedecentraliseerde overheidsbanden: provincies, gemeenten en waterschappen.
Soevereiniteit= het recht van een bestuursorgaan om het hoogste gezag uit te oefenen zonder
dat het verantwoording is verschuldigd aan een ander orgaan.
Art. 120 GW toetsingsverbod
Art. 20 VWEU burgerschap EU
Art. 45 VWEU vrij verkeer werknemers
Supranationaal: EU landen hebben op terrein van economische en monetaire samenwerking
hun macht grotendeels overgedragen aan Europese organen (communautair). => ‘boven
staten’
> H 1, 2, 6 & 7
Intergouvermenteel: landen werken wel samen, maar dragen geen bevoegdheden over aan een
internationale instelling. => ‘tussen regeringen’, overeenstemming, veto.
NL: centrale overheid > gedecentraliseerde eenheidsstaat
DE: deelstaten met ieder een eigen regering en volksvertegenwoordiging.
Primair EU recht: komt tot stand door lidstaten; VWEU, VEU, Verdrag tot oprichting vd EG
voor atoomenergie, toetredingsverdragen.
, Secundair EU recht: bestaat uit normen die de instellingen vd EU creëeren
> opsomming besluiten in art. 288 VWEU
Ongeschreven GW: bestaat uit meerdere afzonderlijke en gescheiden vastgelegde wetten
handelend over de wijze waarop de staat bestuurd en geregeld wordt (V.K).
Leertaak 2: Parlement en regering
NL: constititutionele monarchie (regeringsvorm) met een parlementair stelsel (parlemantaire
democratie).
Taak parlement: controleren vd regering. Regering heeft een verplichte verantwoording aan
de S-G.
EU-parlement: toezichthoudende en controlerende bevoegdheden t.a.v. de EU Commissie.
p. 176
NL: karakter = rechtsstaat
Inrichting = decentrale eenheidsstaat (staatsvorm)
RvOtk= reglement van Orde van de 2e Kamer der S-G
Parlementaire enquête: art. 68 jo. 70 Gw jo. Wet parlementaire enquête.
In EU: art. 226 VWEU
Belangrijkste organen EU:
1. EU parlement > wetgevend
2. EU raad > bepaald beleidslijnen en prioriteiten
3. Raad van ministers > wetgevend
Minister van een bepaald vak> besturen
4. EU commissie> uitvoerend en wetgevend
5. HvJ EU> rechterlijke macht
6. EU centrale bank & rekenkamer
Indirecte democratie:
- presidentieel stelsel (volk kiest president en parlement)
- parlementair stelsel (volk kiest parlement (1e en 2e kamer) en parlement kiest regering).
Parlementair stelsel NL
Regering
^ coalitievorming
Parlement (2e K) regeerakkoord
Kabinetsformatie
^
^
^ TK- verkiezingen (o.a. art. 54 Gw)
NL volk art. 50 GW