KENNISWEEK 1
Klinisch redeneren
Definitie klinisch redeneren: ‘Het continu procesmatig gegevens verzamelen en analyseren gericht
op het vaststellen van vragen en problemen van de zorgvrager, en het kiezen van daarbij passende
zorgresultaten en interventies.
Het verpleegkundig proces:
1. Anamnese: gegevens verzamelen
2. Probleem achterhalen en verpleegkundige diagnose stellen
3. Doelen of zorgresultaten formuleren
4. Interventies en planningen
5. Uitvoering interventies
6. Evaluatie
Classificaties klinisch redeneren:
- ICF: beschrijving problemen
- Omaha system: vaststellen problemen, meten huidige situatie, interventies, vaststellen van
uitkomsten en evalueren
- NANDA-I: vaststellen diagnose en evaluatie
- NIC: plannen en uitvoeren van interventies en evaluatie
- NOC: vaststellen van gewenste uitkomsten en evaluatie
Kritisch denken omvat: rationaliteit en rede, reflectie, vaardigheden en houdingen, creatief en
visueel denken en kennis.
Eigenschappen kritische denkers:
- Onafhankelijke manier van denken
- Empathie
- Nieuwsgierigheid
- Vertrouwen in verstandelijke vermogens
- Redelijkheid/eerlijkheid
- Openstaan voor het onderzoeken van gedachten en meningen
Kernpunten uit wilkonson, kritisch denken binnen verpleegkundig proces:
- Mensen die kritisch denken, nemen niet zomaar aan dat wat ze waarnemen/horen ook
werkelijk plaats vindt. Wanneer waarneming verschilt van anderen, moet je als kritisch
denker onderzoeken waarop anderen en jijzelf de waarnemingen hebben geselecteerd,
gestructureerd en geïnterpreteerd.
- Uitspraken over overtuigingen, vraagstukken, conclusies en beweringen zijn niet op feiten
gebaseerd. Het zijn interpretaties.
Zelfmanagement: chronische ziekte
Vier centrale elementen zelfmanagement:
- Omgaan met de uitdagingen die de ziekte geeft (lichamelijk, psychisch en sociale
consequenties)
- Inpassen in het dagelijks leven
- Voeren van eigen regie over het zorgproces
Klinisch redeneren
Definitie klinisch redeneren: ‘Het continu procesmatig gegevens verzamelen en analyseren gericht
op het vaststellen van vragen en problemen van de zorgvrager, en het kiezen van daarbij passende
zorgresultaten en interventies.
Het verpleegkundig proces:
1. Anamnese: gegevens verzamelen
2. Probleem achterhalen en verpleegkundige diagnose stellen
3. Doelen of zorgresultaten formuleren
4. Interventies en planningen
5. Uitvoering interventies
6. Evaluatie
Classificaties klinisch redeneren:
- ICF: beschrijving problemen
- Omaha system: vaststellen problemen, meten huidige situatie, interventies, vaststellen van
uitkomsten en evalueren
- NANDA-I: vaststellen diagnose en evaluatie
- NIC: plannen en uitvoeren van interventies en evaluatie
- NOC: vaststellen van gewenste uitkomsten en evaluatie
Kritisch denken omvat: rationaliteit en rede, reflectie, vaardigheden en houdingen, creatief en
visueel denken en kennis.
Eigenschappen kritische denkers:
- Onafhankelijke manier van denken
- Empathie
- Nieuwsgierigheid
- Vertrouwen in verstandelijke vermogens
- Redelijkheid/eerlijkheid
- Openstaan voor het onderzoeken van gedachten en meningen
Kernpunten uit wilkonson, kritisch denken binnen verpleegkundig proces:
- Mensen die kritisch denken, nemen niet zomaar aan dat wat ze waarnemen/horen ook
werkelijk plaats vindt. Wanneer waarneming verschilt van anderen, moet je als kritisch
denker onderzoeken waarop anderen en jijzelf de waarnemingen hebben geselecteerd,
gestructureerd en geïnterpreteerd.
- Uitspraken over overtuigingen, vraagstukken, conclusies en beweringen zijn niet op feiten
gebaseerd. Het zijn interpretaties.
Zelfmanagement: chronische ziekte
Vier centrale elementen zelfmanagement:
- Omgaan met de uitdagingen die de ziekte geeft (lichamelijk, psychisch en sociale
consequenties)
- Inpassen in het dagelijks leven
- Voeren van eigen regie over het zorgproces