Samenvatting H7 – Crisismanagement
Crisismanagement richt zich vooral op menselijk gedrag en crisismanagement gaat dus ook over het
beïnvloeden van gedrag.
7.1 Waarneming en beoordeling
Perceptie is de waarneming van signalen uit onze omgeving.
De waarneming is ook sterk afhankelijk van stimuli > Een stimulus of een prikkel is een verandering in
de uitwendige of inwendige omgeving waarop een organisme reageert via een respons.
Het "Primary effect" verwijst naar het fenomeen waarbij de eerste informatie die iemand ontvangt, een
sterke invloed heeft op hun perceptie of oordeel over een bepaald onderwerp. Of het nu gaat om
communicatie, marketing of politiek, de eerste indruk of informatie kan een blijvende impact hebben,
waardoor latere informatie minder invloedrijk lijkt. Dit effect benadrukt de neiging van mensen om de
eerste ontvangen informatie hoger te waarderen en kan van invloed zijn op hun besluitvorming en
gedrag.
Het "Recency effect" is het tegenovergestelde van het "Primary effect". Het verwijst naar het
fenomeen waarbij de meest recente informatie die iemand ontvangt, een sterke invloed heeft op hun
perceptie of oordeel over een bepaald onderwerp. Dit effect kan optreden in verschillende contexten,
zoals communicatie, marketing en geheugenprocessen. Het benadrukt dat informatie die als laatste
wordt ontvangen vaak beter wordt onthouden en meer gewicht krijgt in vergelijking met eerdere
informatie. Dit kan invloed hebben op besluitvorming en gedrag, omdat de meest recente informatie
vaak de meest prominente is in iemands gedachten.
7.2 Patronen in denken en gedrag
Informatieverwerking kan in twee categorieën worden ingedeeld: (1) gecontroleerde of bewuste
informatieverwerking en (2) automatische of onbewuste informatieverwerking.
Informatieverwerking kan worden onderverdeeld in twee categorieën: gecontroleerde, bewuste
verwerking en automatische, onbewuste verwerking. Gecontroleerde verwerking vereist actieve
aandacht en bewuste inspanning, terwijl automatische verwerking plaatsvindt zonder dat we ons er
volledig van bewust zijn en met minimale inspanning. Deze twee processen spelen een belangrijke rol
in hoe we informatie begrijpen, evalueren en gebruiken in ons dagelijks leven.
Rasmussen (1986) onderscheidt drie cognitieve niveaus: (1) skill-based level
(routine-/vaardigheidsniveau), (2) rule-bases level (regelniveau) en (3) knowledge-based level
(kennisniveau).
Rasmussen (1986) onderscheidt drie cognitieve niveaus: (1) het routine- of vaardigheidsniveau, (2)
het regelniveau en (3) het kennisniveau. Deze niveaus vertegenwoordigen verschillende gradaties van
cognitieve complexiteit die betrokken zijn bij het uitvoeren van taken en het nemen van beslissingen.
Het routine- of vaardigheidsniveau omvat geautomatiseerde handelingen, het regelniveau omvat het
toepassen van regels en procedures, en het kennisniveau omvat het gebruik van abstracte kennis en
expertise. Deze niveaus helpen bij het begrijpen van hoe mensen verschillende taken uitvoeren en
problemen oplossen.
7.3 Gedrag onder druk
Crisismanagement richt zich vooral op menselijk gedrag en crisismanagement gaat dus ook over het
beïnvloeden van gedrag.
7.1 Waarneming en beoordeling
Perceptie is de waarneming van signalen uit onze omgeving.
De waarneming is ook sterk afhankelijk van stimuli > Een stimulus of een prikkel is een verandering in
de uitwendige of inwendige omgeving waarop een organisme reageert via een respons.
Het "Primary effect" verwijst naar het fenomeen waarbij de eerste informatie die iemand ontvangt, een
sterke invloed heeft op hun perceptie of oordeel over een bepaald onderwerp. Of het nu gaat om
communicatie, marketing of politiek, de eerste indruk of informatie kan een blijvende impact hebben,
waardoor latere informatie minder invloedrijk lijkt. Dit effect benadrukt de neiging van mensen om de
eerste ontvangen informatie hoger te waarderen en kan van invloed zijn op hun besluitvorming en
gedrag.
Het "Recency effect" is het tegenovergestelde van het "Primary effect". Het verwijst naar het
fenomeen waarbij de meest recente informatie die iemand ontvangt, een sterke invloed heeft op hun
perceptie of oordeel over een bepaald onderwerp. Dit effect kan optreden in verschillende contexten,
zoals communicatie, marketing en geheugenprocessen. Het benadrukt dat informatie die als laatste
wordt ontvangen vaak beter wordt onthouden en meer gewicht krijgt in vergelijking met eerdere
informatie. Dit kan invloed hebben op besluitvorming en gedrag, omdat de meest recente informatie
vaak de meest prominente is in iemands gedachten.
7.2 Patronen in denken en gedrag
Informatieverwerking kan in twee categorieën worden ingedeeld: (1) gecontroleerde of bewuste
informatieverwerking en (2) automatische of onbewuste informatieverwerking.
Informatieverwerking kan worden onderverdeeld in twee categorieën: gecontroleerde, bewuste
verwerking en automatische, onbewuste verwerking. Gecontroleerde verwerking vereist actieve
aandacht en bewuste inspanning, terwijl automatische verwerking plaatsvindt zonder dat we ons er
volledig van bewust zijn en met minimale inspanning. Deze twee processen spelen een belangrijke rol
in hoe we informatie begrijpen, evalueren en gebruiken in ons dagelijks leven.
Rasmussen (1986) onderscheidt drie cognitieve niveaus: (1) skill-based level
(routine-/vaardigheidsniveau), (2) rule-bases level (regelniveau) en (3) knowledge-based level
(kennisniveau).
Rasmussen (1986) onderscheidt drie cognitieve niveaus: (1) het routine- of vaardigheidsniveau, (2)
het regelniveau en (3) het kennisniveau. Deze niveaus vertegenwoordigen verschillende gradaties van
cognitieve complexiteit die betrokken zijn bij het uitvoeren van taken en het nemen van beslissingen.
Het routine- of vaardigheidsniveau omvat geautomatiseerde handelingen, het regelniveau omvat het
toepassen van regels en procedures, en het kennisniveau omvat het gebruik van abstracte kennis en
expertise. Deze niveaus helpen bij het begrijpen van hoe mensen verschillende taken uitvoeren en
problemen oplossen.
7.3 Gedrag onder druk