COLLEGE 1
Investeringsmoteven
Vervangingsinvesteringen;
Uitbreidingsinvesteringen;
Kostenbesparende investeringen;
Investeringen in onderzoek en ontwikkeling;
Investeringen in milieu en veiligheid;
Cashflows
Bij een investering vinden een aantal kasstromen plaats die uiteindelijk moeten leiden tot een
rendabel project
3x kasstromen
Initiële Investering (incl. bv octrooien, licentess
Jaarlijkse cashfows gedurende economische levensduur project
Restwaarde
Sunk costs
Kosten die wel gemaakt worden, maar die niet worden meegenomen. Bv. marktonderzoek. Dit is niet
relevant bij beslissingen.
Berekenen van Cashflows
Er wordt bij het berekenen van cashfows uitgegaan van inkomsten en uitgaven
Omzet € 5.000.000
Bedrijfslasten
- Afschrijvingen € 500.000
- Grondstofen € 2000.000
- Overige bedrijfslasten € 1750.000
Bedrijfsresultaat € 750.000
Interestlasten € 100.000
Winst voor belastng € 650.000
Belastng (35%s € 227.500
Netowinst € 422.500
Cashfow = Netowinst afschrijvingen interest na belastng
= 422.500 500.000 0,65* 100.000 = € 987.500
Beoordeling investeringsproject
Terugverdientjd; eenvoudig
Gemiddeld rendement; winst als % van gemiddelde investering
Neto contante waarde; waarde van geld in de tjd meenemen in beslissing
Interne rentabiliteit; meest uitvoerige methode
,Voorbeeld
Een onderneming kan in een project investeren voor € 1.000.000. Men verwacht de komende jaren
de volgende cashfows te genereren. De restwaarde is € 100.000 (zit in jaar 5s.
Terugverdientjd
De periode tussen het moment van de investering en het tjdstp waarop dit bedrag via de cashfows
is terugverdiend.
Na 1 jaar is € 625.000 terug verdiend. Dit betekent dat in jaar 2 nog € 375.000 terugverdiend moet
worden.
De terugverdientjd is 1 (375.000/500.000s = 1,75 jaar.
Ofewel de investering is na 1 jaar en 9 maanden terugverdiend.
Voor- en nadelen terugverdientjd
Voordelen
Eenvoudige berekening
Makkelijk te interpreteren/begrijpen
Nadelen
Tijdswaarde geld; geen rekening mee gehouden
Winstgevendheid; zegt hier niets over
Gemiddeld rendement
De gemiddelde jaarlijkse winst van een investeringsproject, uitgedrukt in een percentage van het
gemiddeld geïnvesteerd vermogen
(TCF – Is/n x100% (gemiddelde jaarwinsts
(I RWs/2 (gemiddelde investerings
TCF: Totaal van de cashfows
I: Investering
, N: Economische levensduur
RW: Restwaarde
Voorbeeld:
(€ 1.875.000 - € 1.000.000s/5 x 100% = € 175.000 x 100% = 31,8%
(1.000.000 € 100.000s/2 = € 550.000
Voor- en nadelen gemiddeld rendement
Voordelen
Relatef eenvoudige berekening
Makkelijk te interpreteren/begrijpen
Geef indicate winstgevendheid
Nadelen
Tijdswaarde geld; geen rekening mee gehouden
Basisbegrippen fnancieel rekenen
Contante waarde (Cs: waarde van een grootheid aan het begin van de looptjd
Eindwaarde (Es: idem aan het einde van de looptjd
Interest (Is: vergoeding voor het lenen van kapitaal. Wordt aan het einde van de looptjd
uitgekeerd. I = E – C
Intrestpercentage (Ps: bijvoorbeeld 6%
Intrestpercentage (is: dan 0,06 (p:100s
Looptjd (Ns: bijvoorbeeld 2 jaar
Eindwaarde (E)
n
E (1 p ) C
n
100 E (1i) C
of te wel
Contante waarde (C)
E
C E
p n C
(1100 ) (1i) n
of te wel
1 i = de groeifactor
Voorbeeld
Dhr.Pieterse zet op 1 januari 2009 € 1.000,- op een spaarrekening tegen 4% rente. Hoeveel staat er
op 1 januari 2017 op zijn spaarrekening?
E = 1.000 x (1 0,04s^8 = € 1.368,57
Dhr.Pieterse heef 10 jaar geleden een bedrag op zijn spaarrekening gestort. De intrest bedroeg de
gehele looptjd 5%. Na 10 jaar staat er € 5.000 op zijn spaarrekening. Welk bedrag heef hij 10 jaar
geleden gestort?