Hoorcollege klopto 2.1 perifeer
netvlies I
Leerdoelen:
Geef de betekenis van de volgende woorden en aforrngen:
- Pars plana regio die zich uitstrekt van ora serrata tot ciliary
processes, heef een chocolade kleur.
Wordt gebruikt als locate voor evt.
injectes.
- Ora serrata vertegenwoordigt de voorste grens van het neurale zien
van de retna. 360° band die temporaal smaller
is.
- Vitreous base meestal niet zichtbaar. Band van 2-4 mm die over de Ora loopt en de grens
tussen anterieure en posterieure glasachtge cortex vertegenwoordigt. Voorste grens soms
zichtbaar als witachtge lineaire waas op en parallel aan de pars plana
- RD retnale beschadigingen
- SRF subretnale vloeistoa
- ILM internal limitng membraan
- PVD posterieur vitreous beschadiging
- NSR neuro sensorische retna
- AD autosomaal dominant
- AR autosomaal recessiea
- XL X-linkend
- RP retnits pigmentosa
- AGVLL
, Geef van de 4 onschadelijke perifere degenerare die genoemd worden een korte omschrijving
Microcystoïd degenerate (aoto A)
- Bestaat uit:
o Kleine blaasjes met onduidelijke grenzen op een grijswite
achtergrond
Netvlies lijkt dikker en minder doorzichtg
- Begint bij ora serrata en strekt zich uit over de posterieure omtrek
met een gladde golvende achterrand.
- Aanwezig in vrijwel alle volwassen ogen
- Neemt toe met de leefijd
- Niet gerelateerd aan RD
- Kan aanleiding zijn tot typische degenerateve retnoschisis
Paving stone degenerate (aoto B)
- Gekenmerkt door geel-wite vlekken van aocale chorioretnale
atrofe
- Wordt gevonden tussen middenlijn en ora
- Komt vaker inaerieur voor
- Aanwezig in 25% van de normale ogen
Retculaire (honingraat) degenerate (aoto C en D)
- Leefijdsgebonden verandering
- Bestaat uit een fjn netwerk van perivasculaire pigmentate
- Strekt zich uit tot achter de middenlijn
Periaere dursen (aoto E)
- Gegroepeerde oa verstrooide kleine laesie
- Kunnen hyperpigmenterende grenzen hebben
- Vergelijkbaar met drusen aan de achterste pool
- Meestal bij ouderen
Pars plana cyst (aoto F)
- Heldere cysten
- Aageleid van niet-gepigmenteerd epitheel
- Kommen meestal temporaal voor
- Veroorzaak geen RD
Geef aan op welke locares het glasvocht aangehecht is aan het netvlies. Doe dit in de volgorde van
sterke adhesie naar minder sterke adhesie
netvlies I
Leerdoelen:
Geef de betekenis van de volgende woorden en aforrngen:
- Pars plana regio die zich uitstrekt van ora serrata tot ciliary
processes, heef een chocolade kleur.
Wordt gebruikt als locate voor evt.
injectes.
- Ora serrata vertegenwoordigt de voorste grens van het neurale zien
van de retna. 360° band die temporaal smaller
is.
- Vitreous base meestal niet zichtbaar. Band van 2-4 mm die over de Ora loopt en de grens
tussen anterieure en posterieure glasachtge cortex vertegenwoordigt. Voorste grens soms
zichtbaar als witachtge lineaire waas op en parallel aan de pars plana
- RD retnale beschadigingen
- SRF subretnale vloeistoa
- ILM internal limitng membraan
- PVD posterieur vitreous beschadiging
- NSR neuro sensorische retna
- AD autosomaal dominant
- AR autosomaal recessiea
- XL X-linkend
- RP retnits pigmentosa
- AGVLL
, Geef van de 4 onschadelijke perifere degenerare die genoemd worden een korte omschrijving
Microcystoïd degenerate (aoto A)
- Bestaat uit:
o Kleine blaasjes met onduidelijke grenzen op een grijswite
achtergrond
Netvlies lijkt dikker en minder doorzichtg
- Begint bij ora serrata en strekt zich uit over de posterieure omtrek
met een gladde golvende achterrand.
- Aanwezig in vrijwel alle volwassen ogen
- Neemt toe met de leefijd
- Niet gerelateerd aan RD
- Kan aanleiding zijn tot typische degenerateve retnoschisis
Paving stone degenerate (aoto B)
- Gekenmerkt door geel-wite vlekken van aocale chorioretnale
atrofe
- Wordt gevonden tussen middenlijn en ora
- Komt vaker inaerieur voor
- Aanwezig in 25% van de normale ogen
Retculaire (honingraat) degenerate (aoto C en D)
- Leefijdsgebonden verandering
- Bestaat uit een fjn netwerk van perivasculaire pigmentate
- Strekt zich uit tot achter de middenlijn
Periaere dursen (aoto E)
- Gegroepeerde oa verstrooide kleine laesie
- Kunnen hyperpigmenterende grenzen hebben
- Vergelijkbaar met drusen aan de achterste pool
- Meestal bij ouderen
Pars plana cyst (aoto F)
- Heldere cysten
- Aageleid van niet-gepigmenteerd epitheel
- Kommen meestal temporaal voor
- Veroorzaak geen RD
Geef aan op welke locares het glasvocht aangehecht is aan het netvlies. Doe dit in de volgorde van
sterke adhesie naar minder sterke adhesie