1. WEEK 1 INTERNE MARKT I: VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN.....................................................................1
2. WEEK 2 INTERNE MARKT II: OVERIGE VRIJHEDEN (PERSONEN, DIENSTEN, KAPITAAL) EN HARMONISATIE
................................................................................................................................................................ 14
3. WEEK 3 MEDEDINGINGSRECHT EN DE ONDERNEMING.........................................................................21
4. WEEK 4 MEDEDINGINGSRECHT EN DE OVERHEID.................................................................................32
5. WEEK 5 DE ‘MARKT VOORBIJ’: BURGERSCHAP EN DE RECHTSRUIMTE...................................................41
6. WEEK 6 HANDHAVING EUROPEES RECHT I: DOORWERKING.................................................................53
7. WEEK 7 HANDHAVING EUROPEES RECHT II: RECHTSBESCHERMING TEGEN DE LIDSTATEN EN DE EU.....62
1. WEEK 1 INTERNE MARKT I: VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN
Interne markt
• Art. 3 (3) VEU jo. Art. 26 VWEU jo. Protocol 27
• Afschaffing van alle belemmeringen van het intracommunautaire handelsverkeer teneinde de
nationale markten te verenigen tot een enkele markt die de omstandigheden van een
binnenlandse markt, zoveel mogelijk benadert.
• Ruime definitie interne markt: het gaat om meer dan alleen grensbelemmeringen
(invoerverboden, douanerechten).
• Binnen de interne markt moeten geen aanzienlijke concurrentieverschillen zijn.
• Voor een goede werking van de interne markt is het noodzakelijk om hinderpalen voor het
grensoverschrijdende verkeer op te ruimen
- Nationale wetgevingen die van invloed kan zijn op de concurrentiepositie van
bedrijven af te stemmen.
Waarom een interne markt?
• Vrede, welzijn, welvaart (Schuman verklaring; art 3 VEU)
- Economische afhankelijkheid voorkomt oorlog
- Economische welvaart
- Afschaffing invoerheffingen en andere handelsbelemmeringen
- Optimale allocatie van productie en diensten
- Concurrentie: Innovatie, meer keuze, lagere prijzen, betere kwaliteit. Betere
, concurrentiepositie t.o.v. landen buiten EU.
- Vrij verkeer van goederen en diensten vereist vrij verkeer van werknemers en kapitaal
(“productiefactoren”)
Stadia economische integratie
• Preferentiële handelszone (Gemene best)
• Vrije handelszone (NAFTA)
• Douane Unie (EU - Turkije)
• Gemeenschappelijke markt (de Europese interne markt)
• Economische Unie (gemeens. economische politiek)
• Monetaire Unie (een gemeenschappelijke munt)
• Politieke Unie (incl. gemeenschappelijk buitenlands beleid)
• Volledige Unie (VS)
Het systeem van de interne markt
Interne markt
Negatieve Integratie Positieve Integratie
Mededingingsregime Harmonisatie
Verkeersvrijheden
(wk 3) + (wk 4) nationale
(wk 1) + (wk 2)
Wetgeving (wk 2)
Goederen (wk 1) Kartelverbod Verbod
staatssteun
Verbod misbruik
Personen (wk 2) Verbod mbt
machtspositie
Diensten (wk 2) Openbare
Fusiecontrole bedrijven
Kapitaal (wk 2)
Vestiging (wk 2)
Negatieve integratie = nationale regels die verboden zijn
Verkeersvrijheden Verboden regels gericht tot lidstaten (wetten en maatregelen die de interne markt
belemmeringen)
Mededingingsregime Regels tussen ondernemingen (bijv. verboden prijsafspraken
(2)
,Vrijheden
Verkeersvrijheden
Goederen Personen Diensten Vestiging
Kapitaal
Art. 28-37 Wv (natuurlijke) Art. 56-62 Wv Art. 63-66 Wv Art. 49-55 Wv
(5e vrijheid)
Betalingsverkeer
Werknemers (6e vrijheid)
Zelfstandigen
Art. 45-48 Wv
Vestiging EU Burgerschap
Gebhard Diensten
Art. 49-55 Wv Art. 56-62 Wv (7e vrijheid)
(1) Goederen (art. 26 t/m 37 Wv)
• Alle producten die voorwerp (kunnen) zijn van handelstransacties, en op geld
waardeerbaar zijn.
• Waalse afvalstoffen arrest Hof stelde dat voorwerpen die in het kader van
handelstransacties over een grens worden vervoerd” binnen de werkingssfeer van het
goederenverkeer vallen, ongeacht de aard van die transacties. Afval valt daar onder.
• Het Hof heeft aangegeven dat als er in een lidstaat geen legale handel is in een
product (drugs), dan zijn de regels van het vrij verkeer van goederen niet van
toepassing.
• Josemans arrest Lokale coffeeshopeigenaar - het vrij verkeer van
goederen in stelling brengen tegen de burgemeester van een gemeente in het
grensgebied die het coffeeshops verbiedt aan buitenlandse klanten te leveren.
Immers, ook onder zo’n gedoogbeleid is de illegale handel nog niet
daadwerkelijk gelegaliseerd, aldus het Hof.
(2) Personen (art. 45-55 Wv)
In principe valt de vrijheid van vestiging hier ook onder (art. 49 – 55W)
• Werknemers
- Onderdaan van een lidstaat (EU Burger), die in een andere lidstaat gedurende
een bepaalde tijd
• Reële en daadwerkelijke arbeid verricht (ook deeltijd, stage)
• In loondienst werken – gezagsverhouding
• Tegen een bepaalde beloning
- Bijbehorende rechten
(3)
, • Recht op verblijf in gastlidstaat, incl. familieleden
• Geen discriminatie o.g.v. nationaliteit (art. 45 (2) Wv); door het Hof
uitgelegd als belemmeringenverbod
Bijv. als een werknemer in NL recht heeft op studiekosten aftrek dan
heeft de buitenlandse werknemer ook deze rechten.
• Vestiging
(3) Diensten (art. 56-62 Wv)
• Voor zover de bepalingen van het vrij verkeer van goederen, kapitaal en personen niet
van toepassing zijn.
• Het omvat vooral werkzaamheden van:
- Industriële aard
- Commerciële aard
- Ambacht
- Vrije beroepen
• Verschil met goederen is dat diensten kunnen niet uit je handen vallen. Verschil is
voornamelijk in grensoverschrijdende situaties moeilijk te bepalen.
• Verschil met vestigingsvrijheid: relevante vraag of een dienstverrichter zich naar een
andere lidstaat verplaatst met het doel zich daar te vestigen of dat hij slecht tijdelijk
een speciale dienst wilt verrichten.
- Gebhard arrest Volgens het Hof onderscheid het belang “duurzaamheid”
het recht van vestiging van het vrij dienstenverkeer. De advocaat was
duurzaam in Italië gevestigd, omdat hij daar al langer dan 10 jaar zijn
beroepspraktijk uitoefende, dus de bepalingen van het recht van vestigen en
niet van het dienstenverkeer waren van toepassing.
(4) Kapitaal (art. 63-66 Wv)
• Betreft de financiële transacties die geen tegenprestatie vormen maar op belegging of
investering zijn gericht, zoals deelnemingen in ondernemingen, beleggingen in
onroerende goederen, verwerving van buitenlandse aandelen, kredietverstrekking,
borgstelling.
• Onderscheid tussen kapitaalverkeer en vestiging
- Als een investeerder zodanige invloed op de besluiten van het bedrijf kan
uitoefenen dat hij de activiteiten ervan kan bepalen, er sprake is van
vestiging. Heeft de investeerder die invloed niet, dan is er verkeer van
kapitaal.
(4)