Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Genoom Deel 1 Werkcolleges

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
23
Geüpload op
09-04-2024
Geschreven in
2020/2021

Dit document bevat de uitgebreide antwoorden van de werkcolleges (week 1 t/m 5) van deel 1 moleculaire mechanismen van het vak 'Genoom'.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

GENOOM – DEEL 1: MOLECULAIRE MECHANISMEN - WERKCOLLEGES

WEEK 1: WERKCOLLEGE AFFINITEIT & SPECIFICITEIT
In de cursus Genoom wordt er vooral aandacht besteed aan subcellulaire processen, zoals DNA
replicatie, DNA repair, transcriptie en translatie. Deze processen vinden plaats doordat moleculen, in
veel gevallen eiwitten, met elkaar samenwerken. Je zult in deze cursus veel eiwitten tegenkomen.
Het is belangrijk dat je deze eiwitten niet gedachteloos uit je hoofd leert, maar dat je in je
achterhoofd houdt bij welk subcellulaire proces ze betrokken zijn en wat de functie van zo’n proces
in een cel is. Het heeft bijvoorbeeld weinig nut om een rijtje transcriptiefactoren uit je hoofd te leren.
Het is echter wel belangrijk dat je weet hoe transcriptiefactoren aan elkaar binden, dat ze betrokken
zijn bij het subcellulaire proces transcriptie en dat transcriptie het proces is waarbij mRNA-moleculen
gesynthetiseerd worden. Dit is essentieel voor de cel, omdat een cel eiwitten nodig heeft om te
functioneren. Het is dus belangrijk dat je altijd in je achterhoofd houdt wat de connectie is tussen het
moleculaire, het subcellulaire en het cellulaire niveau. Om de connectie tussen moleculaire en
(sub)cellulaire processen te kunnen leggen, is het belangrijk om je een beetje te verdiepen in de
eigenschappen van moleculen. Een molecuul bestaat uit atomen die via covalente bindingen aan
elkaar zitten. Een eiwit kan gedefinieerd worden als macromolecuul, bestaande uit covalent aan
elkaar gekoppelde aminozuren. Soms vormen meerdere aminozuurketens samen één geheel
(bijvoorbeeld bij Hemoglobine). Dan spreek je van een eiwitcomplex.


Moleculaire eigenschappen van eiwitten & eiwit interacties
Eiwitten hebben (lokale) ladingen. Sommige aminozuurzijketens hebben een positieve lading en
andere hebben een negatieve lading bij de pH die heerst in cellen (pH 7,2).

1. Bekijk het overzicht van alle aminozuren op de volgende pagina. Noem de aminozuren die
positief en negatief geladen zijn bij pH 7,2.

 Postief geladen: arginine, histidine, lysine (H 2N+)
 Negatief geladen: asparaatzuur, glutamaatzuur (O -)


Aminozuurzijketens kunnen polair of apolair zijn. Eiwitten vouwen meestal zodanig dat de hydrofobe
aminozuurzijketens binnenin het eiwit zitten, en de hydrofiele aminozuurzijketens aan het oppervlak.
Transmembraaneiwitten hebben vaak een polair (hydrofiel) en een apolair (hydrofoob) deel.

2. Bekijk nogmaals het overzicht van alle aminozuren. Verdeel de aminozuren in een polaire en in
een apolaire groep.

 Polaire groep (hydrofiel): serine, arginine, asparagine, asparaginezuur, tryosine, glutamine,
glutaminezuur, histidine, lysine, threonine (OH-groep en NH-groep)
 Apolaire groep (hydrofoob): alanine, valine, methionine, tryptophan, leucine, proline,
phenylalanine, glycine, cysteine, isoleucine
Bij een benzeenring zal een NH-groep niet afsplitsen, doordat de bindingen al sterk genoeg zijn.

TENTAMENVRAGEN
 Wat is de kleinste aminozuur? glycine
 Welke aminozuren kunnen disulfidebindingen vormen? cysteine en methionine
 Welke aminozuren zijn aromatisch? aminozuren met een benzeenring, dus phenylalanine,
tryptophan en tyrosine

,Door de specifieke eigenschappen van eiwitten, kunnen eiwitten interacties aangaan met elkaar en
met andere moleculen zoals second messengers, metabolieten, DNA-moleculen en RNA-moleculen.

3. Zoals ook in het hoorcollege besproken is, zijn het cytoplasma en het kernplasma
stroperige vloeistoffen vol met eiwitten en andere (macro)moleculen. Leg uit hoe het kan
dat eiwitten op elke plek in de cel komen en tegen heel veel andere moleculen aan botsen.

Er zijn veel moleculen aanwezig. Deze moleculen bewegen veel waarbij ze niet een specifiek pad
volgen, maar kriskras door de cel heen bewegen: brownian motion. Doordat er zoveel moleculen zijn
die bewegen vinden er botsingen plaats.


4. Ondanks dat slechts een klein deel van de botsingen leidt tot binding van eiwitten, vinden
er toch heel veel eiwitinteracties plaats. Leg uit i) hoe het kan dat slechts een klein deel van
de botsingen leidt tot binding en ii) hoe het kan dat ondanks dat slechts een klein deel van
de botsingen leidt tot interacties, er toch voldoende interacties plaatsvinden om
biologische processen in een cel te laten verlopen.

i) Bindingen zijn heel specifiek, maar botsingen niet. Energie moet groot genoeg zijn en de oriëntatie
moet juist zijn om een interactie aan te kunnen gaan. Botsingen zijn niet specifiek, omdat de eiwitten
kriskras door de cel bewegen en dus tegen van alles en nog wat kunnen bewegen. Dus er moet voor
een interactie een kans tot botsen zijn en het moet ook kunnen passen (chemisch kloppen).
- Juiste vorm en chemische eigenschappen
- Bindingsplaatsen tegen elkaar aanbotsen
- Bindingsplaatsen ook altijd in beweging

ii) Er vinden heel veel botsingen plaats per seconde. En er zijn meerdere moleculen aanwezigen die
interacties kunnen gaan. Dus er zal altijd wel een interactie plaatsvinden; De hoeveelheid botsingen
die per tijdseenheid bereikt kan worden, daar zit altijd wel een goede tussen. Er zijn dus ontzettend
veel botsingen en daar zal altijd wel een goede tussen zitten.

De kans dat eiwitten met elkaar of andere moleculen binden na botsing is afhankelijk van de 3D-
structuur van de bindingsplaats en de sterkte van en het aantal non-covalente interacties dat
gevormd kan worden tussen de twee moleculen. Omdat non-covalente bindingen dynamisch zijn en
ook weer verbroken worden, dissociëren moleculen na binding ook weer van elkaar. Zo ontstaat er
een evenwicht waarbij een deel van de eiwitten in gebonden toestand en een ander deel in
ongebonden toestand verkeert. Hoeveel eiwit er wel of niet gebonden is in evenwicht is dus
afhankelijk van hoe snel eiwitten aan elkaar binden en weer loslaten.

, Overzicht aminozuren

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
9 april 2024
Aantal pagina's
23
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.18
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF


Ook beschikbaar in voordeelbundel

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
fleurheling Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
65
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
22
Documenten
126
Laatst verkocht
3 weken geleden

2.8

4 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
1
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen