Gedragswetenschappen 3.2
VERPLEEGKUNDE LEERJAAR 2, PERIODE 2
Christelijke Hogeschool Windesheim
2018/2019 | HBO-VERPLEEGKUNDE
,Inhoud
Week 1: introductie psychiatrie: visies op afwijkend gedrag en het effectief behandelen ervan .......... 2
Week 2: stigmatisering en psychotische stoornissen ........................................................................... 22
Week 3: stemmingsstoornissen ............................................................................................................ 32
Week 4: angststoornissen en PTSS........................................................................................................ 37
Week 5: persoonlijkheidsstoornissen ................................................................................................... 46
Week 6: verslavingsproblematiek ......................................................................................................... 54
Week 7: ouderenpsychiatrie en maatschappij ...................................................................................... 62
,Week 1: introductie psychiatrie: visies op afwijkend gedrag en het
effectief behandelen ervan
Leerdoelen
De student kan:
Hoofdstuk 1
✓ Omschrijven wat inleidende termen als psychiatrie, psychische stoornis en psychopathologie
betekenen.
✓ Criteria benoemen die professionals gebruiken bij het bepalen of gedrag afwijkend is en kent
belangrijkste statistieken wat betreft de prevalentie van psychische stoornissen.
✓ De culturele achtergronden van afwijkend gedrag beschrijven
✓ De historische veranderingen die zich in de westerse cultuur hebben voorgedaan in de
beeldvorming en de behandeling van afwijkend gedrag in grote lijnen beschrijven
Hoofdstuk 2 + artikel Clijsen (ELO)
✓ De belangrijkste psychologische modellen van afwijkend gedrag beschrijven en evalueren en
de belangrijkste theoretische grondleggers hiervan benoemen
✓ Het sociaal-culturele perspectief op afwijkend gedrag beschrijven en het belang hiervan voor
het inzicht in afwijkend gedrag kunnen uitleggen.
✓ Het biopsychosociale perspectief in de psychiatrie op afwijkend gedrag beschrijven.
✓ Beschrijven de overeenkomsten zijn tussen ‘biopsychosociale’ denkers en behandelaars.
✓ Het stress-kwetsbaarheidsmodel/ diathese-stressmodel plaatsen binnen een
biopsychosociaal raamwerk
✓ Wat het opstellen van een structuurdiagnose inhoudt en hoe daarbij gebruik gemaakt kan
worden van zowel het biopsychosociale als het stress-kwetsbaarheidsmodel
✓ De belangrijkste categorieën professionele zorgverleners/therapeuten benoemen en hun
opleiding en professionele rol beschrijven.
✓ De doelstellingen en technieken beschrijven van verschillende vormen van psychotherapie
en wat in algemene zin de effectiviteit is van psychotherapie.
Literatuur
• Nevid, J.S., Psychiatrie in de Verpleegkunde (2016). Pearson: hoofdstuk 1 (t/m paragraaf 1.3)
en hoofdstuk 2 (paragraaf 2.2, 2.3, 2.4, 2.6 en 2.7).
Artikel (te vinden op ELO):
• Clijsen, M. e.a. (2015), Leerboek psychiatrie voor verpleegkundigen. Elsevier: paragraaf
1.1.3, 1.1.4, box 1.1, 1.3.3, 1.3.4, 1.4
• PowerPoint
Afwijkend gedrag
Mensen voelen, denken of doen soms dingen die afwijken van wat de samenleving als normaal
beschouwt.
Symptomen: uitingen van bij bepaalde stoornissen horende verschijnselen
Diagnostische criteria: specifieke verschijnselen of vereisten waaraan voldoen moet worden wil men
kunnen spreken van een omschreven stoornis
, Wat is afwijkend gedrag?
• Uitzonderlijk (stemmen horen, intense paniek)
• Sociaal afwijkend (vijandig gedragen)
• Foute perceptie/interpretatie van de werkelijkheid (achtervolgingswaan)
• Aanzienlijk emotioneel lijden van de persoon (angst/depressie)
• Ongepast of contraproductief gedrag (persoonlijkheidsstoornissen, verslaving)
• Gevaar (voor zichzelf of anderen)
Afwijkend gedrag kan op meerdere manieren worden gedefinieerd.
Daarnaast moet worden onderscheiden (bij diverse invalshoeken/moddelen):
• Welk gedrag wel of niet als afwijkend beschouwd wordt en welke karakteristieken het dan
heeft
• Wat beschouwd wordt als de oorzaak van het afwijkende gedrag
• Hoe wordt omgegaan met de persoon die afwijkend is en hoe diegene wordt behandeld
• Of, en zo ja hoe, de cultuur bijdraagt aan afwijkend gedrag
Concepten van gezondheid en ziekte kunnen in verschillende culturen verschillende betekenissen
hebben. Abnormale gedragspatronen kunnen zich in verschillende culturen op verschillende wijzen
uiten.
1 op de 4 Nederlanders krijgt een psychische stoornis.
41,2 procent van de Nederlanders tussen de 18 en 65 jaar heeft ooit een psychiatrische aandoening
gehad
Historische visies op afwijkend gedrag
In de hele geschiedenis van de (westerse) cultuur zijn concepten van afwijkend gedrag bepaald door
het overheersende wereldbeeld van die tijd.
De visie van hippocrates op afwijkend gedrag
Hippocrates kwam als eerste met een naturalistische verklaring van afwijkend gedrag. Hippocrates
tartte het overheersende geloof van zijn tijd door te stellen dat ziekten van lichaam en geest het
gevolg waren van natuurlijke oorzaken, en niet van bezetenheid door bovennatuurlijke geesten. Hij
stelde dat het lichaam en de geest wordt bepaald door een evenwicht in de humores, of
lichaamssappen: slijm zwarte gal, bloed en gele gal. Een verstoring van het evenwicht tussen de
humores, zo meende hij, was verantwoordelijk voor afwijkend gedrag.
Een lethargische of trage persoon zou een overvloed aan slijm (flegma) hebben, vandaar het woord
flegmatiek.
• Een overschot aan zwarte gal zou de oorzaak zijn van depressie, ofwel melancholie.
• Een overvloed aan bloed zou tot een sanguinische dispositie leiden: vrolijk, zelfverzekerd en
optimistisch
• Een overvloed aan gele gal zou mensen ‘korzelig’ en cholerisch maken – driftig dus
Hippocrates heeft nog meer bijgedragen aan het moderne denken. Hij classificeerde, die nog steeds
herkenbaar zijn:
• Melancholie is de categorie van de ernstige depressie
• Manie verwijst naar een sterke opwinding van bezetenheid omvat het bizarre gedrag dat we
bijvoorbeeld zien bij mensen met schizofrenie
Gedachten over psychische stoornissen in de middeleeuwen