(Hulleman & Marijs, 2016)
Hoofdstuk 1 Aanbod van geld
Geld verhoogt de productiviteit in de economie. Geld levert een bijdrage aan de welvaart door het verlagen van de
transactiekosten (kosten van tijd en moeite om te ruilen). Geld draagt bij aan een efficiëntie van de productie en de
verdeling van goederen en diensten. De functies van geld staan hieronder verder uitgewerkt:
1. Ruilmiddel. Geld maakt het mogelijk de ruil van goederen op te splitsen in twee delen: klant en leverancier
kunnen verschillende partijen zijn. Het gebruik van geld maakt ook een tijdverschil tussen verkoop en aankoop
mogelijk. Geld is ongedifferentieerde koopkracht. Als iemand goederen ruilt voor geld kan hij in principe een
keuze maken uit alle goederen die voor geld te koop zijn. Hij kan beslissen wanneer hij die koopkracht kan
uitoefenen en bij wie hij dat zal doen. Geld wordt daarom ook wel liquide middelen genoemd.
2. Rekeneenheid. Geld is een maatstaf waarin mensen de waarde van goederen en diensten uitdrukken. Het
gebruik van geld vermindert het aantal prijzen in vergelijking met een goederenruileconomie (100 goederen
hebben ongeveer 5.000 prijzen, omdat elk goed in een alle andere goederen moet worden uitgedrukt). Wanneer
er d.m.v. geld gewaardeerd wordt, zijn de informatiestromen veel efficiënter. Het gebruik van geld als
rekeneenheid vermindert de informatiekosten van het economisch proces. Het gebruik van geld als
rekeneenheid maakt de economie veel transparanter. Omdat iedereen prijzen in dezelfde eenheid uitdrukt, zijn
ze beter vergelijkbaar.
3. Oppotmiddel. Geld kan bewaard worden en in de toekomst gebruikt worden. Je kunt met geld bestedingen
uitstellen door te sparen of naar voren halen door te lenen. Geld dat mensen als vermogensobject aanhouden,
noemen we opgepot geld. Geld vervult daardoor een rol in de samenstelling van de vermogensportefeuilles.
Geldstelsel in de Europese Unie
Negentien landen in de Europese Unie maken deel uit van een monetaire unie, de Economische en Monetaire Unie
(EMU). Deze landen hebben een gemeenschappelijk geldstelsel. Hiervoor hadden deze negentien landen elk hun eigen
munteenheid. Het omwisselen van Europese valuta’s ging gepaard met hoge kosten. Deze kosten verslechterden de
concurrentiepositie van het Europese bedrijfsleven ten opzichte van Amerikaanse en Japanse ondernemingen, omdat zij
slechts met één munt te maken hadden. Door invoering van de euro zijn de kosten van het omwisselen van de
verschillende valuta’s weggevallen. Hiervoor vallen ook de kosten weg voor het indekken van het valutarisico. Ook de
transactiekosten en informatiekosten zijn aanmerkelijk gedaald. Ten slotte worden grensoverschrijdende beleggingen
een stuk eenvoudiger met de komst van een gemeenschappelijke munt.
Inflatie
Voortdurende stijging van prijzen van goederen en diensten, tast het goed functioneren van het geldstelsel aan. Inflatie
is een teken dat streven naar deelbelangen van bepaalde economische belangengroepen de overhand heeft gekregen
boven het streven van het algemeen belang dat bestaat uit een ongestoord uitoefening van de functies van het geld.
Het economisch proces verloopt moeizaam in landen waar een hoge inflatie heerst. Ook is het duidelijk dat inflatie een
zichzelf versterkend proces wordt: als de overheid aangeeft hoe hoog de inflatie zal zijn, zullen bedrijven hun prijzen
verhogen. Er kunnen echter verschillen optreden tussen de prognoses van de overheid en de daadwerkelijke
prijsverhogingen. Dit leidt tot onzekerheid over de inflatie in de toekomst. Waardoor er ook weer onzekerheid over de
prijsverhoudingen ontstaat. Bij een hoge inflatie in korte tijd, is het maken van offertes en het plannen van het
productieproces nauwelijks meer mogelijk. Ook waardering van activa naar historische kostprijs heeft bij hoge inflatie
geen enkele betekenis meer. Er moet gebruik worden gemaakt van waardering naar vervangingswaarde, dit brengt hoge
kosten met zich mee. De functie van geld als oppotmiddel kan bij hoge inflatie ook niet meer uitgeoefend worden
wegens de snelle waardevermindering van kasgelden. Inflatie brengt veel extra kosten mee voor bedrijven.
Functies Kenmerken Gevolgen van hoge inflatie
Ruilmiddel Ongedifferentieerde koopkracht (splitst ruil op in twee Terug naar goederenruil
delen) Andere valuta neemt ruilmiddel over
Rekeneenheid Waardemaatstaf (vermindering van aantal ruilvoeten) Prijzen gelden slechts voor een korte termijn
Oppotmiddel Vermogensbestanddeel (zuiver liquide; geen Kasgeld als vermogensbestanddeel vermindert snel in
rendement) waarde
1