NEUROWETENSCHAPPEN – COO’S
COO NEUROSIM
HH1. Actie potentialen
Wat is de drempel-stimulusssterkte (threshold)?
26.9 uA
HH2. Spanningsafhankelijke geleidbaarheden
Verklaar het verloop van de spanning aan de hand van de geleidbaarheden voor Na en K.
De hoge geleidbaarheid voor natrium zorgt voor de sterke stijging van de spanning over het
membraan. Hierdoor zal er veel natrium stroom plaatsvinden, waardoor het
membraanpotentiaal stijgt: depolarisatie. De geleidbaarheid neemt ook weer snel af en dit zorgt
voor in combinatie met de stijgende geleidbaarheid voor kalium voor een repolarisatie en dus
een daling van het membraanpotentiaal.
Beschrijf het mechanisme voor initialiseren van een AP, en voor het herstel van de
rustpotentiaal.
Een AP wordt gestart door de instroom van natrium door de natriumkanalen. Dit komt doordat
de spanning zal stijgen, waardoor de voltage sensors in de kanalen naar boven bewegen en
hierdoor zal het natriumkanaal openen. Kalium stroomt dan de cel in en daardoor wordt het
membraanpotentiaal snel positiever. Vervolgens zal het natriumkanaal afgesloten worden door
het inactivatiepoortje en daarbij zullen de langzamere kaliumkanalen voltage sensors ervoor
zorgen dat de kaliumkanalen openen. Hierdoor zal kalium de cel uitstromen en zal de spanning
over het membraan verlaagd worden waardoor het membraanpotentiaal weer negatiever wordt.
De natrium/kalium pompt zorgt uiteindelijk weer voor het rustpotentiaal.
Wat zijn de twee belangrijkste verschillen tussen de natrium en kaliumgeleidbaarheden?
Natrium: sneller werkende voltage sensors en inactivatie poortje -> geleidbaarheid neemt snel
toe en snel af
Kalium: langzaam werkende voltage sensors en geen inactivatie poortje -> geleidbaarheid neemt
langzaam toe en langzaam af
Waardoor zakt de potentiaal na een AP onder de rustpotentiaal (‘undershoot’)?
Doordat de kaliumkanalen langzaam sluiten, waardoor er extra kalium de cel uitstroomt.
COO NEUROSIM
HH1. Actie potentialen
Wat is de drempel-stimulusssterkte (threshold)?
26.9 uA
HH2. Spanningsafhankelijke geleidbaarheden
Verklaar het verloop van de spanning aan de hand van de geleidbaarheden voor Na en K.
De hoge geleidbaarheid voor natrium zorgt voor de sterke stijging van de spanning over het
membraan. Hierdoor zal er veel natrium stroom plaatsvinden, waardoor het
membraanpotentiaal stijgt: depolarisatie. De geleidbaarheid neemt ook weer snel af en dit zorgt
voor in combinatie met de stijgende geleidbaarheid voor kalium voor een repolarisatie en dus
een daling van het membraanpotentiaal.
Beschrijf het mechanisme voor initialiseren van een AP, en voor het herstel van de
rustpotentiaal.
Een AP wordt gestart door de instroom van natrium door de natriumkanalen. Dit komt doordat
de spanning zal stijgen, waardoor de voltage sensors in de kanalen naar boven bewegen en
hierdoor zal het natriumkanaal openen. Kalium stroomt dan de cel in en daardoor wordt het
membraanpotentiaal snel positiever. Vervolgens zal het natriumkanaal afgesloten worden door
het inactivatiepoortje en daarbij zullen de langzamere kaliumkanalen voltage sensors ervoor
zorgen dat de kaliumkanalen openen. Hierdoor zal kalium de cel uitstromen en zal de spanning
over het membraan verlaagd worden waardoor het membraanpotentiaal weer negatiever wordt.
De natrium/kalium pompt zorgt uiteindelijk weer voor het rustpotentiaal.
Wat zijn de twee belangrijkste verschillen tussen de natrium en kaliumgeleidbaarheden?
Natrium: sneller werkende voltage sensors en inactivatie poortje -> geleidbaarheid neemt snel
toe en snel af
Kalium: langzaam werkende voltage sensors en geen inactivatie poortje -> geleidbaarheid neemt
langzaam toe en langzaam af
Waardoor zakt de potentiaal na een AP onder de rustpotentiaal (‘undershoot’)?
Doordat de kaliumkanalen langzaam sluiten, waardoor er extra kalium de cel uitstroomt.