DE TWINTIGSTE EEUW, CULTUUR VAN HET MODERNE EN MASSACULTUUR IN DE TWINTIGSTE EEUW
1. INLEIDING
moderne kunst = avant-gardekunst uit de eerste helft van de twintigste eeuw
In de 20e eeuw zijn er nieuwe ontdekkingen en uitvindingen in de wetenschap die meer
invloed op de samenleving (vooral hogere klassen) krijgen. Daarnaast ontstaan
infrastructuren. Dit dynamische tijdperk vraagt om een nieuwe aanpak waarin kunstenaars
actief deelnemen in de nieuwe tijd. Door de uitvindingen ontstaat er een maatschappelijk
optimisme.
à soberheid, versieringen worden weggelaten
Door de fotografie hoeft de uitwerking van kunstenaar niet meer realistisch te zijn.
Postimpressionisme = emotie en compositie (sfeer en lichtinval) zijn belangrijker dan een
gladde manier van werken of realistische weergave
à pointillisme = stippen met verschillende primaire kleuren
Voor symbolisten is kunst een emotionele ervaring à hoe wordt iets gevoeld?
Alles wat ze zien veranderen in symbolen waardoor de betekenis alleen geldt voor de
kunstenaar (raadselachtig en vreemd) à thema’s: literatuur, dromen en mythologie
Kunstenaarschap wordt een manier van kijken naar zichzelf en naar de wereld à ratio en emotie
Door het zoeken naar de essentie en het elimineren van overbodige leidt tot abstractie.
Socialisme = arbeidersbeweging die strijd voor een betere behandeling
Karl Marx wil een communistische samenleving waarin iedereen gelijk is à kunst wordt een nieuwe,
toegankelijke, onbesmette en abstracte kunst voor iedereen
De Grote Depressie = langdurige economische recessie à werkeloosheid
Volgens Oostenrijkse psychiater Freud is iedereen in het onderbewustzijn wie men werkelijk is.
Kunstenaars verwerpen het rationele en laten zich leiden do or het onbewuste.
De Duitse filosoof Nietzsche vindt dat mensen door het christendom te veel het verstandelijke en rationele benadrukt
hebben en de oerdriften hebben genegeerd.
Daarnaast moet de mens zich individualistischer opstellen à übermensch = wie niet mee loopt met de kudde
2. KUNST EN LEVENSBESCHOUWING
Religie heeft invloed op kunst (kerkgebouwen in neostijl, gebaseerd op historische bouwstijl).
Intellectuelen twijfelen aan het bestaan van God en worden atheïst.
Er is meer ruimte voor andere religieuze opvattingen zoals:
- Theosofie = wijsheid over God
à de wereld komt voort uit het ‘ene’, een soort allesomvattend goddelijk principe
Theosofen willen de tegenstellingen met elkaar in harmonie en evenwicht brengen.
Volgens Mondriaan kan esthetische balans alleen bereikt worden door het gebruik van
tegenstellingen: horizontaal en verticaal, primaire kleuren.
- Antroposofie = wijsheid over de mens, de zelfontplooiing van de mens staat centraal à
levensvorming
à het geestelijke in de mens verbinden met het geestelijke in de kosmos
Goetheanum = monumentaal gebouw van gewapend beton à plastische vormen
Robuuster en massiever dan de Jugendstil (heldere, duidelijke belijning).
De vormgeving, organisch, verwijst naar de eigenschappen van het heuvel- en rots
landschap van de omgeving.
3. DE MODERNEN EN VOLKSKUNST
Inspiratie voor avant-gardekunstenaars:
- Exotische kunst van volkeren ver buiten Europa
tijdens de romantiek: het publiek laten dagdromen bij exotische taferelen
avant-gardekunstenaars: bronnen om kunst een nieuwe wending te geven
- Volkskunst uit Europa
expressief, krachtig, intuïtief en magisch
à symbolisme: kunstenaars gebruiken symbolische onderwerpen en motieven uit de volkskunst
à het gemak waarmee gereisd kan worden, reizen wordt populair
Omdat expressionisten, symbolisten en rationele kunstenaars motieven uit de volkskunst gebruiken, heerst er
sfeer van eigen, nationale cultuur.
Vooral in theater raken regisseurs geïnspireerd door het oosterse theater. Daarin is tekst ondergeschikt aan vorm.
LEES BLZ 28 t/m 33 VOOR VOORBEELDEN!