Bron C grammaire: L’adjectif possessif/ Het bezittelijk
voornaamwoord
Mannelijk Vrouwelijk Meervoud
Mijn Mon Ma Mes
Jouw Ton Ta Tes
Zijn/haar Son Sa Ses
Ons/onze Notre Notre Nos
Uw/jullie Votre Votre Vos
Hun Leur Leur Leurs
De vorm van het bezittelijk voornaamwoord hangt af van het
zelfstandig naamwoord dat erachter staat.
Bijvoorbeeld:
Je suis chez mon père = Ik ben bij mijn vader.
Jouw broer = Ton frère Zijn broers = Ses soeurs
Jouw zus = Ta soeur Haar zussen = Ses soeurs
Let op! Is er in het enkelvoud een woord dat begint met een
AEIOUH? Dan gebruik je mon, ton of son.
Bijvoorbeeld:
Mijn school = Mon école en niet: Ma école
Mijn vriendin Alicia woont dichtbij = Mon amie Alicia habite
tout près en niet: Ma amie
Het zelfstandig gebruikte bezittelijk voornaamwoord
Mannelijk Vrouwelij Mannelijk Vrouwelij
enkelvou k meervoud k
d enkelvou meervoud
d
De Le mien La mienne Les miens Les
mijne / miennes
die van
mij
De Le tien La tienne Les tiens Les
jouwe / tiennes
die van