Scheikunde HFD 1 Samenvatting
Scheikunde Hoofdstuk 1 Samenvatting
1.1 Drie soorten stoffen 2
Elementen indelen 2
Stoffen indelen 2
1.2 Atoombouw en het periodiek systeem 2
Modellen 2
Reactiviteit en het periodiek systeem 2
Het atoommodel compleet 3
Atoommassa en molecuulmassa 3
1.3 Moleculaire stoffen 3
Atoombinding 3
Vanderwaalsbinding 4
Koolstof 4
1.4 Zouten 4
Stroomgeleiding 4
Ionen 4
De lading van ionen 5
Zoutformules en naamgeving 5
Ionrooster 5
1.5 Metalen 6
Metalen in de bodem 6
Metaalrooster en metaalbinding 6
Legeringen 7
, Scheikunde HFD 1 Samenvatting
1.1 Drie soorten stoffen
Rond 1850 ordende Dimitri Mendelejev alle elementen die toen bekend waren in het
periodiek systeem. Hij liet plekken open als daardoor elementen beter bij elkaar
kwamen. Mendelejev voorspelde op die manier eigenschappen van nog niet ontdekte
elementen.
Elementen indelen
In het periodiek systeem staan alle elementen, ook atoomsoorten genoemd. De meeste
atoomsoorten zijn metalen; rechtsboven in het periodiek systeem staan de niet-metalen. Er zijn
horizontale rijen die perioden worden genoemd en verticale rijen die groepen heten.
- Groep 17: de halogenen; dit zijn niet-metalen die erg reactief zijn en schadelijk voor het
milieu.
- Groep 18: de edelgassen; gassen die niet met andere stoffen reageren.
Stoffen indelen
Op de grond van stroomgeleiding kun je drie soorten onderscheiden:
- Metalen: stoffen die uitsluitend bestaan uit metaalatomen.
- Moleculaire stoffen: stoffen die uitsluitend bestaan uit niet-metaalatomen.
- Zouten: stoffen die zijn opgebouwd uit een metaal en een niet-metaal.
Ontleedbare stoffen worden ook wel verbindingen genoemd.
Alle metalen geleiden stroom in de vaste en in de vloeibare fase.
Alle moleculaire stoffen geleiden geen stroom.
Vaste zouten geleiden geen stroom, opgeloste of gesmolten zouten wel.
1.2 Atoombouw en het periodiek systeem
Modellen
Het atoommodel van Dalton: alle atomen van één atoomsoort zijn aan elkaar gelijk. Bij een
reactie hergroeperen atomen tot nieuwe moleculen.
Thomson: hij ontdekte dat je elektronen uit een atoom vrij kunt maken, dan wordt de atoom
positief geladen.
Het atoommodel van Rutherford: een atoom bestaat uit een kern met protonen met
daaromheen een (elektronen)wolk van elektronen. Het aantal protonen komt overeen met het
atoomnummer in het periodiek systeem.
Niels Bohr: elektronen bevinden zich op een vaste afstand van de kern, elektronenschillen.
Hij noemde deze schillen K, L, M, N, etc. in de K-schil kunnen 2 elektronen, in de L-schil 8 en in
de M-schil 18. Dat de elektronen zo verdeeld zijn noemen we elektronenconfiguratie.
Reactiviteit en het periodiek systeem
Je kunt de reactiviteit van elementen verklaren door naar de opvulling van de schillen te kijken.
Als alle schillen vol zitten wilt het element niet reageren. Bij edelgassen zitten er 8 elektronen in
de buitenste schil en deze willen dus niet reageren. De verdeling van elektronen over de
schillen zoals bij de edelgassen heet de edelgasconfiguratie.
Scheikunde Hoofdstuk 1 Samenvatting
1.1 Drie soorten stoffen 2
Elementen indelen 2
Stoffen indelen 2
1.2 Atoombouw en het periodiek systeem 2
Modellen 2
Reactiviteit en het periodiek systeem 2
Het atoommodel compleet 3
Atoommassa en molecuulmassa 3
1.3 Moleculaire stoffen 3
Atoombinding 3
Vanderwaalsbinding 4
Koolstof 4
1.4 Zouten 4
Stroomgeleiding 4
Ionen 4
De lading van ionen 5
Zoutformules en naamgeving 5
Ionrooster 5
1.5 Metalen 6
Metalen in de bodem 6
Metaalrooster en metaalbinding 6
Legeringen 7
, Scheikunde HFD 1 Samenvatting
1.1 Drie soorten stoffen
Rond 1850 ordende Dimitri Mendelejev alle elementen die toen bekend waren in het
periodiek systeem. Hij liet plekken open als daardoor elementen beter bij elkaar
kwamen. Mendelejev voorspelde op die manier eigenschappen van nog niet ontdekte
elementen.
Elementen indelen
In het periodiek systeem staan alle elementen, ook atoomsoorten genoemd. De meeste
atoomsoorten zijn metalen; rechtsboven in het periodiek systeem staan de niet-metalen. Er zijn
horizontale rijen die perioden worden genoemd en verticale rijen die groepen heten.
- Groep 17: de halogenen; dit zijn niet-metalen die erg reactief zijn en schadelijk voor het
milieu.
- Groep 18: de edelgassen; gassen die niet met andere stoffen reageren.
Stoffen indelen
Op de grond van stroomgeleiding kun je drie soorten onderscheiden:
- Metalen: stoffen die uitsluitend bestaan uit metaalatomen.
- Moleculaire stoffen: stoffen die uitsluitend bestaan uit niet-metaalatomen.
- Zouten: stoffen die zijn opgebouwd uit een metaal en een niet-metaal.
Ontleedbare stoffen worden ook wel verbindingen genoemd.
Alle metalen geleiden stroom in de vaste en in de vloeibare fase.
Alle moleculaire stoffen geleiden geen stroom.
Vaste zouten geleiden geen stroom, opgeloste of gesmolten zouten wel.
1.2 Atoombouw en het periodiek systeem
Modellen
Het atoommodel van Dalton: alle atomen van één atoomsoort zijn aan elkaar gelijk. Bij een
reactie hergroeperen atomen tot nieuwe moleculen.
Thomson: hij ontdekte dat je elektronen uit een atoom vrij kunt maken, dan wordt de atoom
positief geladen.
Het atoommodel van Rutherford: een atoom bestaat uit een kern met protonen met
daaromheen een (elektronen)wolk van elektronen. Het aantal protonen komt overeen met het
atoomnummer in het periodiek systeem.
Niels Bohr: elektronen bevinden zich op een vaste afstand van de kern, elektronenschillen.
Hij noemde deze schillen K, L, M, N, etc. in de K-schil kunnen 2 elektronen, in de L-schil 8 en in
de M-schil 18. Dat de elektronen zo verdeeld zijn noemen we elektronenconfiguratie.
Reactiviteit en het periodiek systeem
Je kunt de reactiviteit van elementen verklaren door naar de opvulling van de schillen te kijken.
Als alle schillen vol zitten wilt het element niet reageren. Bij edelgassen zitten er 8 elektronen in
de buitenste schil en deze willen dus niet reageren. De verdeling van elektronen over de
schillen zoals bij de edelgassen heet de edelgasconfiguratie.