1. Als een ouder stotertt oe groot is dan de kans op een stoterend kindd?
25%
2. De taalontwikkeling is niet de oorzaak van stoteren. juist of onjuistd?
juistt taalontwikkeling is secundair.
3. Noem 3 doelen van Fluency s aping:
- Geen aandac t voor angst- en/of sc aamtegevoelens
-Aanleren van gecontroleerde vloeiend eid
- Vast ouden van resultaat wordt be aald door regelmatg opnieuw et programma te doorlopen.
Toc optredend stotergedrag wordt gezien als een falen binnen et programma.
- Geen aandac t voor communicate en/of sociale vaardig eden
4. Noem 3 doelen van stutering modifcaton:
- Verminderen van angst- en/of sc aamtegevoelens rond et stoteren.
- Aanleren van versc illende vaardig eden om et stoteren vloeiender te laten verlopen.
- Vast ouden van be aalde resultaat wordt mede bepaald door resultaten na et verminderen van
angst- en sc aamtegevoelens voor stoteren.
-Gedeeltelijk aandac t aan communicate en/of sociale vaardig eden
5. Geef 3 voorbeelden van oefeningen die een broddelaar elpen bij et formuleren en bij
gedac tenconcentrate:
- Een afeelding beschrijven aan iemand die de foto niet kan zien
Dit vergt veel concentratet niet alleen omdat de cliënt goed naar de foto moet kijkent maar ook
omdat ij zic moet inleven in de kennis van de luisteraar. Het primaire doel van deze oefening is dat
de cliënt leert verstaanbaar te formuleren in korte zinnen. Ook leert de cliënt ondersc eid te maken
tussen belangrijke en onbelangrijke details.
- Afeeldingen beschrijven vanuit het geheugen
De cliënt krijgt eerst een aantal minuten een afeelding te zien. Daarna aalt de t erapeut de
afeelding weg en moet de cliënt vertellen wat ij/zij eet gezien. De cliënt moet dit verstaanbaar
en in korte zinnen doen.
- Oefening voor de luisterhouding
De t erapeut geet een besc rijving van een foto en de cliënt kiest op basis van deze besc rijving de
25%
2. De taalontwikkeling is niet de oorzaak van stoteren. juist of onjuistd?
juistt taalontwikkeling is secundair.
3. Noem 3 doelen van Fluency s aping:
- Geen aandac t voor angst- en/of sc aamtegevoelens
-Aanleren van gecontroleerde vloeiend eid
- Vast ouden van resultaat wordt be aald door regelmatg opnieuw et programma te doorlopen.
Toc optredend stotergedrag wordt gezien als een falen binnen et programma.
- Geen aandac t voor communicate en/of sociale vaardig eden
4. Noem 3 doelen van stutering modifcaton:
- Verminderen van angst- en/of sc aamtegevoelens rond et stoteren.
- Aanleren van versc illende vaardig eden om et stoteren vloeiender te laten verlopen.
- Vast ouden van be aalde resultaat wordt mede bepaald door resultaten na et verminderen van
angst- en sc aamtegevoelens voor stoteren.
-Gedeeltelijk aandac t aan communicate en/of sociale vaardig eden
5. Geef 3 voorbeelden van oefeningen die een broddelaar elpen bij et formuleren en bij
gedac tenconcentrate:
- Een afeelding beschrijven aan iemand die de foto niet kan zien
Dit vergt veel concentratet niet alleen omdat de cliënt goed naar de foto moet kijkent maar ook
omdat ij zic moet inleven in de kennis van de luisteraar. Het primaire doel van deze oefening is dat
de cliënt leert verstaanbaar te formuleren in korte zinnen. Ook leert de cliënt ondersc eid te maken
tussen belangrijke en onbelangrijke details.
- Afeeldingen beschrijven vanuit het geheugen
De cliënt krijgt eerst een aantal minuten een afeelding te zien. Daarna aalt de t erapeut de
afeelding weg en moet de cliënt vertellen wat ij/zij eet gezien. De cliënt moet dit verstaanbaar
en in korte zinnen doen.
- Oefening voor de luisterhouding
De t erapeut geet een besc rijving van een foto en de cliënt kiest op basis van deze besc rijving de