Leerdoelen taak 9: Poli klinische hartrevalidatee
De student benoemt de screeningsvragen van de beslisboom.
Screeningsvragen indicatestelling hartrevalidate
1. Is er een verstoring/bedreiging van het fysiek functonerenn
a. Is er een objecteve vermindering van het inspanningsvermogen in relate tot het
toekomstg functonerenn
b. Kan de patint een adequate inschatng maken van zijn/ haar huidige
inspanningsvermogenn
2. Is er een verstoring/bedreiging van het psychisch functonerenn
a. Is er een verstoring van het emotoneel functoneren inclusief angst en/of
depressie)n
3. Is er een verstoring/bedreiging van het sociaal functonerenn
a. Is er een verstoring van het sociaal functoneren en/of gebrek aan sociale steunn
b. Heef de patint een mantelzorger levenspartner, familielid, goede vriend in)) om
op terug te vallenn
c. Zijn er problemen te verwachten met werkhervatngn
4. Wat is het cardiovasculaire risicoprofeln
a. Heef de patint overgewicht/obesitasn
b. Heef de patint een verhoogde bloeddrukn
c. Heef de patint diabetes mellitusn
d. Heef de patint een verhoogd cholesterolgehalten
5. Is er sprake van risicogedragn
a. Rookte de patint vóór opname in het ziekenhuisn
b. Voldeed de patint vóór opname in het ziekenhuis aan de Nederlandse Norm
Gezond Bewegenn
c. Is er sprake van overmatg alcoholgebruik of een risico op
alcoholmisbruik/afankelijkheidn
De student omschrijf de meetnstrumenten behorende bij de screening.
Het leren kennen van de eigen fysieke grenzen / Het leren omgaan met fysieke beperkingen.
Afgenomen door fysiotherapeut
De 5 meest problematsche actviteiten uitvragen PSK)
De problematsche actviteiten laten uitvoeren en scoren op duur en kwaliteit en eventueel
op de Angst- en/of Angina pectoris- en/of Dyspnoeschaal
Scoren met Borg RPE scale 6-20) op vermoeidheid en kortademigheid
Evt. op indicate van de arts monitoren van hartrequente en bloeddruk
Wanneer: bij de start en aan het einde van het revalidate- en/of beweegprogramma monitoren van
hartrequente, meten van bloeddruk en scoren op de Borg RPE scale voor, tjdens en na iedere sessie
Het optmaliseren van het inspanningsvermogen
Afgenomen door een arts
1
, Maximale of symptoom gelimiteerde inspanningstest of bij hoge uitzondering de SWT)
aangevuld met Borg RPE scale 6-20); eventueel scoren op Angst-, Angina pectoris- en/of
Dyspnoeschaal
Afgenomen door hartrevalidate-coördinator
Subjecteve fysieke score op de KVL-H
Wanneer: maximale of symptoom gelimiteerde aanvang en aan het einde van het beweeg
programma
Afgenomen door fysiotherapeut
Als bij doel 1 en 2
SWT of 6MWT
eventueel MET-lijst en/of SAS
Wanneer: bij aanvang, om de 4 weken en aan het einde van het beweegprogramma
Diagnostsch
Afgenomen door fysiotherapeut
als bij doel 3
Voor, tjdens en na bewegingsactviteiten scoren op de Borg RPE scale 6-20)
Wanneer: contnue ‘monitoring’ tjdens het revalidateproces.
Het overwinnen van angst voor inspanning
Afgenomen door fysiotherapeut
anamnese en observate
vragenlijst: zie Multdisciplinaire Richtlijn Hartrevalidate 2011 www.nvvc.nl)
Wanneer: bij aanvang en aan het einde van het revalidate- en/of beweegprogramma.
Het ontwikkelen van een acteve leefstjl
Afgenomen door fysiotherapeut
anamnese motvatonal interviewing)
Monitor Bewegen en Gezondheid www.tno.nl)
gestart met postrevalidate actviteit
Wanneer: bij aanvang en aan het einde van het revalidate- en/of beweegprogramma
AANDACHTSPUNTEN
Kennis vergaren over secundaire prevente
checklist risicofactoren/risicogedrag
gestart met fase III-actviteiten
Wanneer: bij aanvang en aan het einde van het revalidate- en/of beweegprogramma
Doelen van het ontspanningsprogramma
2
, evaluatelijst
volgens een stroomschema: Verantwoording en toelichtng paragraaf A.3.3
www.kngfrichtlijnen.nl)
Wanneer: tussentjds en aan het einde van het revalidate-en/of ontspanningsprogramma
De student beschrijf wat het raamwerk inhoudt, wat je ermee kunt en hoe je het kunt
inzetten.
Het raamwerk klinimetrie is ontworpen om te helpen bij het kiezen van adequate klinimetrie.
Met gebruik maken van meetnstrumenten wordt onder meer aanbevolen door beroepsgroepen
Een belangrijk punt van het raamwerk is dat de hulpvraag van de patint leidend is voor wat je wil
meten.
Het is belangrijk om het systematsche en kritsche wijze na te gaan wat je wilt meten en waarom.
Voor wie is het raamwerk klinimetrie bedoelt?
De individuele zorg verlener selecte van meetnstrumenten benodigd bij onderzoek,
behandeling en evaluate van een patint.
In het onderwijs studenten kritsch laten denken over het kiezen van een meetnstrument.
Ontwikkelaars van evidence bases producten om een kernset van meetnstrumenten te
ontwikkelen.
Het raamwerk
Het raamwerk is een middel om klinisch redeneren te ondersteunen. Teven kun je het gebruiken om
de patint te informeren en betrekken bij het zorg proces. Ook kun je te gebruiken om informate te
delen met collega’s.
De hulpvraag van de patint is het uitgangspunt.
Stap 1: wat wil je meten?
Bepaal eerst 3 domeinen van het functoneren:
Functes en anatomische eigenschappen;
Actviteiten;
Partcipate.
Vervolgens bekijk je de beïnvloedbare factoren:
Interne factoren;
Externe factoren.
Stap 2: waarom wil je meten?
Keuze uit 3 soorten meetnstrumenten:
Diagnostsch;
Prognostsch;
Evaluatef.
Wanneer stappen 1 en 2 niet duidelijk voor je zijn gebruik dan geen meetnstrument.
Stap 3: met welk soort meetnstrument wil je meten?
3
De student benoemt de screeningsvragen van de beslisboom.
Screeningsvragen indicatestelling hartrevalidate
1. Is er een verstoring/bedreiging van het fysiek functonerenn
a. Is er een objecteve vermindering van het inspanningsvermogen in relate tot het
toekomstg functonerenn
b. Kan de patint een adequate inschatng maken van zijn/ haar huidige
inspanningsvermogenn
2. Is er een verstoring/bedreiging van het psychisch functonerenn
a. Is er een verstoring van het emotoneel functoneren inclusief angst en/of
depressie)n
3. Is er een verstoring/bedreiging van het sociaal functonerenn
a. Is er een verstoring van het sociaal functoneren en/of gebrek aan sociale steunn
b. Heef de patint een mantelzorger levenspartner, familielid, goede vriend in)) om
op terug te vallenn
c. Zijn er problemen te verwachten met werkhervatngn
4. Wat is het cardiovasculaire risicoprofeln
a. Heef de patint overgewicht/obesitasn
b. Heef de patint een verhoogde bloeddrukn
c. Heef de patint diabetes mellitusn
d. Heef de patint een verhoogd cholesterolgehalten
5. Is er sprake van risicogedragn
a. Rookte de patint vóór opname in het ziekenhuisn
b. Voldeed de patint vóór opname in het ziekenhuis aan de Nederlandse Norm
Gezond Bewegenn
c. Is er sprake van overmatg alcoholgebruik of een risico op
alcoholmisbruik/afankelijkheidn
De student omschrijf de meetnstrumenten behorende bij de screening.
Het leren kennen van de eigen fysieke grenzen / Het leren omgaan met fysieke beperkingen.
Afgenomen door fysiotherapeut
De 5 meest problematsche actviteiten uitvragen PSK)
De problematsche actviteiten laten uitvoeren en scoren op duur en kwaliteit en eventueel
op de Angst- en/of Angina pectoris- en/of Dyspnoeschaal
Scoren met Borg RPE scale 6-20) op vermoeidheid en kortademigheid
Evt. op indicate van de arts monitoren van hartrequente en bloeddruk
Wanneer: bij de start en aan het einde van het revalidate- en/of beweegprogramma monitoren van
hartrequente, meten van bloeddruk en scoren op de Borg RPE scale voor, tjdens en na iedere sessie
Het optmaliseren van het inspanningsvermogen
Afgenomen door een arts
1
, Maximale of symptoom gelimiteerde inspanningstest of bij hoge uitzondering de SWT)
aangevuld met Borg RPE scale 6-20); eventueel scoren op Angst-, Angina pectoris- en/of
Dyspnoeschaal
Afgenomen door hartrevalidate-coördinator
Subjecteve fysieke score op de KVL-H
Wanneer: maximale of symptoom gelimiteerde aanvang en aan het einde van het beweeg
programma
Afgenomen door fysiotherapeut
Als bij doel 1 en 2
SWT of 6MWT
eventueel MET-lijst en/of SAS
Wanneer: bij aanvang, om de 4 weken en aan het einde van het beweegprogramma
Diagnostsch
Afgenomen door fysiotherapeut
als bij doel 3
Voor, tjdens en na bewegingsactviteiten scoren op de Borg RPE scale 6-20)
Wanneer: contnue ‘monitoring’ tjdens het revalidateproces.
Het overwinnen van angst voor inspanning
Afgenomen door fysiotherapeut
anamnese en observate
vragenlijst: zie Multdisciplinaire Richtlijn Hartrevalidate 2011 www.nvvc.nl)
Wanneer: bij aanvang en aan het einde van het revalidate- en/of beweegprogramma.
Het ontwikkelen van een acteve leefstjl
Afgenomen door fysiotherapeut
anamnese motvatonal interviewing)
Monitor Bewegen en Gezondheid www.tno.nl)
gestart met postrevalidate actviteit
Wanneer: bij aanvang en aan het einde van het revalidate- en/of beweegprogramma
AANDACHTSPUNTEN
Kennis vergaren over secundaire prevente
checklist risicofactoren/risicogedrag
gestart met fase III-actviteiten
Wanneer: bij aanvang en aan het einde van het revalidate- en/of beweegprogramma
Doelen van het ontspanningsprogramma
2
, evaluatelijst
volgens een stroomschema: Verantwoording en toelichtng paragraaf A.3.3
www.kngfrichtlijnen.nl)
Wanneer: tussentjds en aan het einde van het revalidate-en/of ontspanningsprogramma
De student beschrijf wat het raamwerk inhoudt, wat je ermee kunt en hoe je het kunt
inzetten.
Het raamwerk klinimetrie is ontworpen om te helpen bij het kiezen van adequate klinimetrie.
Met gebruik maken van meetnstrumenten wordt onder meer aanbevolen door beroepsgroepen
Een belangrijk punt van het raamwerk is dat de hulpvraag van de patint leidend is voor wat je wil
meten.
Het is belangrijk om het systematsche en kritsche wijze na te gaan wat je wilt meten en waarom.
Voor wie is het raamwerk klinimetrie bedoelt?
De individuele zorg verlener selecte van meetnstrumenten benodigd bij onderzoek,
behandeling en evaluate van een patint.
In het onderwijs studenten kritsch laten denken over het kiezen van een meetnstrument.
Ontwikkelaars van evidence bases producten om een kernset van meetnstrumenten te
ontwikkelen.
Het raamwerk
Het raamwerk is een middel om klinisch redeneren te ondersteunen. Teven kun je het gebruiken om
de patint te informeren en betrekken bij het zorg proces. Ook kun je te gebruiken om informate te
delen met collega’s.
De hulpvraag van de patint is het uitgangspunt.
Stap 1: wat wil je meten?
Bepaal eerst 3 domeinen van het functoneren:
Functes en anatomische eigenschappen;
Actviteiten;
Partcipate.
Vervolgens bekijk je de beïnvloedbare factoren:
Interne factoren;
Externe factoren.
Stap 2: waarom wil je meten?
Keuze uit 3 soorten meetnstrumenten:
Diagnostsch;
Prognostsch;
Evaluatef.
Wanneer stappen 1 en 2 niet duidelijk voor je zijn gebruik dan geen meetnstrument.
Stap 3: met welk soort meetnstrument wil je meten?
3