verstaan.
Psychologie: Wetenschap van gedrag en mentale processen.
Psyche: (geest), Ologie: (studie)
Psychologie is dus Grieks voor: de studie van de geest.
Wetenschap (logica) van het gedrag en de psychische processen.
Experimenteel psycholoog: psycholoog die onderzoek doet naar elementaire
psychologische processen - in tegenstelling tot een toegepast psycholoog.
Is ook werkzaam in de neuropsychologie.
Docent psycholoog: psycholoog met als primaire taak het geven van onderwijs op
bijvoorbeeld een hbo- of bachelor opleiding of universiteit.
Is ook werkzaam bij toegepaste psychologie, orthopedagogiek, verpleegkunde en
managementopleidingen.
Toegepast psycholoog: psycholoog die de door experimenteel psychologen
vergaarde kennis gebruikt om problemen van mensen op te lossen.
Door middel van trainingen, ontwerpen van speciale gereedschappen of
psychologische behandelplannen. Werken op scholen, klinieken, bedrijven,
welzijnsorganisaties, luchthavens en ziekenhuizen.
Leerdoel 2: De student kan onderscheid maken tussen psychologie en psychiatrie.
Psychologie is geen psychiatrie (een medisch specialisme dat zich richt op de diagnose en
behandeling van mentale stoornissen).
Pseudopsychologie: niet-onderbouwde psychologische aanname die als wetenschappelijke
waarheden worden gepresenteerd.
Leerdoel 3: De student kent de zes belangrijkste perspectieven in de psychologie +
Leerdoel 4: De student kent de verschillen tussen de zes belangrijkste perspectieven
in de psychologie + Leerdoel 5: De student kan aangeven hoe deze perspectieven
bruikbaar zijn voor het in beeld brengen van een opvoedingsvraag van een
medeopvoeder.
1. Biologisch perspectief:
o Neurowetenschap: Het vakgebied dat zich richt op begrip van hoe de hersenen
gedachten, gevoelens, motieven, bewustzijn, herinneringen en andere mentale
processen creëren.
o Evolutionaire psychologie: Een relatief nieuw specialisme in de psychologie dat
gedrag en mentale processen beschouwt op basis van hun genetische aanpassingen
aan overleving en voortplanting.
o Persoonlijkheid, gedrag en vaardigheden komen voort uit lichamelijke
eigenschappen. De oorzaken van ons gedrag liggen in ons zenuwstelsel, het
endocriene stelsel en de genen.
o Heeft de visie dat iets aan gedrag te zien is, dus erfelijk, dus nature.
2. Cognitief perspectief: nadruk ligt op mentale processen zoals leren, geheugen, perceptie
en denken als vormen van informatieverwerking
o Introspectie: Beschrijven van je eigen innerlijke, bewuste ervaringen (zoals
gedachtegangen).
o (Wundt) Structuralisme: Historische stroming binnen de psychologie die de
basisstructuren van de geest en de gedachten trachtte te ontrafelen.
o Structuralisten zochten de 'elementen' van de bewuste ervaring.
o (James) Functionalisme: Historische stroming binnen de psychologie die meende
dat psychische processen het beste begrepen kunnen worden in het licht van hun
adaptieve nut en functie. Wat doen we met die gedachte, wat is de functie er van?