Week 5:
HC: Hoofd-Hals oncologie
Literatuur:
Van Spil, J.A., Van Muilekom, H.A.M. & Van de Walle-van de Geijn, B.F.H. (2013). Oncologie.
Handboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners. Hoofdstuk 19
Hoofd-hals oncologie paragraaf 19.1 t/m 19.12
Van de Velde, C.J.H., Van der Graaf, W.T.A., Van Krieken, J.H.M.J., & Marijnen, C.A.M. (2017).
Leerboek Oncologie.
Hoofdstuk 16
Hoofd-halstumoren paragraaf 16.1 t/m 16.15
Tijdens de les
Middels een hoorcollege worden verschillende vormen van
hoofdhals-carcinomen besproken. Je krijgt een verdieping op het
ziektebeeld middels :
1. de epidemiologie en etologie (risicofactoren)
1. symptomatologie
2. diagnostek
3. diagnose: classifcate en stadiering (TNM)
4. therapie
5. prognose en follow up
6. specifeke aandachtspunten:
- Voeding
- Spraak: Logopedie
- Wondzorg
- Mondzorg
- Mutlate
- Psychosociale ondersteuning
- Prevente
Leerdoelen:
1. De student toont kennis van de epidemiologie van hoofdhals-kanker.
- Jaarlijks ontwikkelen ongeveer 2500 Nederlanders.
- Incidente in Nederland is ongeveer 14 per 100.000 p/jaar.
- Ongeveer 4% van alle nieuwe gediagnostceerde maligniteiten per jaar in West-Europa en de
VS omvat plaveiselcelcarcinoom van het hoofd-halsgebied.
- Komt vaker bij mannen voor dan bij vrouwen in de leefijdscategorie van 60-80 jaar.
2. De student toont kennis van de diagnostiek en stadiëring van hoofdhals-
kanker.
Een derde van de patinten presenteert zich in een vroeg stadium (I en II), terwijl tweederde in een
vergevorderd stadium (III en IV) medische hulp zoekt.
Stadiiring is volgens het TNM-classifcate.
, Nadat een specifeke anamnese is afgenomen, gericht op klachten zoals heesheid, stemverandering,
kortademigheid, slikklachten, uitstralende oorpijn en gewichtsverlies. Hierbij worden de slijmvliezen
van mondholte en keelholte geïnspecteerd met behulp van spatel, spiegeltje en eventueel een
(flexibele of starre) endoscoop.
CT-scan of MRI wordt gekeken naar mogelijke halskliermetastasen.
Röntgenfoto van de onderkaak kan invasie in het bot aantonen.
Echogeleide cytologische puncte kan worden gebruikt om lymfekliermetastaseweefsel te verkrijgen
voor het vaststellen van metastasen.
Schildwachtklierprocedure wordt bij kleine mondholtecarcinomen toegepast
kijkoperate (panendoscopie of subtotoscopie) onder narcose, hierbij worden doorgaans naast de
primaire tumor de mondholte, farynx, larynx, trachea en hoofdbronchi en oesofagus geïnspecteerd
en wordt eventueel een biopt genomen voor histopathologisch onderzoek.
Als gevolg van de eerder genoemde risicofactoren (zie hieronder) heef een patint met hoofd-
halskanker namelijk meer kans op een tweede primaire tumor in de overige bovenste lucht- en
voedselwegen.
3. De student toont kennis van de verschillende vormen van hoofdhals-
kanker.
Hoofdhals-kanker wordt in verschillende groepen verdeelt:
Mondholtecarcinoom:
De belangrijkste factoren zijn roken, drinken en erfelijke aanleg. Soms ontstaan
plaveiselcelcarcinomen uit leukoplakie. Leukoplakie is een niet-afschraapbare wite
slijmvliesafwijking die een voorstadium van carcinoom kan zijn. Hierbij spelen onder meer het aspect
van de leukoplakie, aanwezigheid van dysplasie (abnormale vorming en groei van weefsel) en
lokalisering een rol. Het lipcarcinoom dat ook tot de mondholtecarcinomen wordt gerekend vertoont
meer overeenkomst met een huidtumor. Lipcarcinoom komt vaak voor bij blanke mannen boven de
zestg jaar die werk in de open lucht hebben verricht waardoor zij veelvuldig blootgesteld zijn
geweest aan zonlicht en weersinvloeden.
Lipcarcinoom, betref meestal een plaveiselcelcarcinoom
Tong, betref meestal een plaveiselcelcarcinoom op laterale deel
Mondbodem, voorste mondbodem
Wangslijmvlies, komt vaak voor bij tabakspruimers
Tandvlees
Harde verhemelte
Uitzaaiingen in de hals manifesteren zich door zwellingen. Metastasering van
deze tumoren gebeurt in eerste instante naar de lymfeklieren submandibulair
(level I) en subdigastrisch (level II) in de hals
Orofarynxcarcinoom:
De orofarynx (mond-keelholte) wordt verdeeld in vier gebieden: tonsil,
tongbasis en vallecula, zachte verhemelte en huig en achterwand. Het
orofarynxcarcinoom is zeldzaam; 10-15% van alle maligne hoofd-halstumoren.
In Nederland ontstaat dit carcinoom bij 250 patinten per jaar, met name bij patinten ouder dan
zestg jaar. De incidente is twee- tot vijfmaal zo hoog bij mannen als bij vrouwen. Risicofactoren zijn
overmatg alcohol- en tabakgebruik.
Tonsil 50-75%
Tongbasis 20-35%
Zachte verhemelte 10 %
In 90% van de gevallen betref het een plaveiselcelcarcinoom