Hoofdstuk 11 Education for labor and leisure – John Dewey
The origin of the opposition
Educatie is voorbereiding voor nuttig werk (useful labour) of voor vrije tijd (leisure).
Dit zorgt voor een verdeling in het sociale leven.
De verdeling van liberale educatie en dat van professionele en industriële educatie ontstond al
in de tijd van de Grieken. In de tijd van de Grieken werd de klasse bepalend voor welke
educatie het kind volgde. Mensen werden goed getraind voor het werk wat ze moesten doen
(wat bij de klasse hoort) maar het is niet de bedoeling dat ze van werk of klasse veranderen.
Je werkt voor materiele interesses/behoeftes en vrije tijd is voor de ideale
interesses/behoeftes.
De man heeft de hoogste plaats in het schema van geanimeerde bestaan. In delen heeft hij
dezelfde dingen als planten en dieren, zoals voeden, reproductie, motor en uitvoerend. Maar
wat de man de hoogste aanzien geeft is het redeneren. (Aristoteles).
Bij mensen domineert de dieren & planten functies, maar in een klein aantal gevallen is de
functie redeneren geschikt als een opperende wet van leven.
Vrouwen worden geclassificeerd bij de slaven en handwerkers in het geanimeerde schema.
Individueel en gemeenschappelijk (collective) is er een bocht tussen alleen maar leven
(merely living) en de moeite waard leven (living worthily). Voordat je de moeite waard kunt
leven, moet je eerst leven in een gemeenschappelijke samenleving. Vrouwen, slaven en
handwerkers worden werkend gehouden in het voorzien van het kapitaal van onderhoud, en
anderen die uitgerust zijn met intelligentie kunnen een leven met vrije tijd leven waarin
intrinsieke dingen zijn om het leven de moeite waard te maken.
Er zijn dus 2 soorten educatie:
1. Mechanische educatie. Mensen worden getraind in het verkrijgen van de capaciteit
om dingen te doen, bijv. voor het gebruiken van gereedschap. Er wordt een technische
vaardigheid aangeleerd en heel vaak geoefend. Er komt geen denken aan de pas, alleen
maar doen.
2. Liberale educatie. De intelligentie wordt getraind om te weten. Hoe meer mentaal
iets is, hoe meer onafhankelijk het is. (Voorbeeld van muziek spelen, er is een verschil
tussen een slaaf die muziek speelt, en een professional die muziek speelt).
Aristoteles maakt een verdeling in superior en minderwaardig, zelfs als ze het leven leiden
van het redeneren. Iemand die zijn samenleving runt en persoonlijke eer krijgt (door anderen)
leeft een leven verkregen door het redeneren. Maar iemand die een denker is, zoals een
natuurkundige, en doet alles door zichzelf (heeft geen anderen nodig) is een echte liberaal of
vrij man (wat hij heeft het aan zichzelf te danken).
The present situation
Tegenwoordig is er ook nog een verdeling in educatie, namelijk in cultuur en nuttigheid
(utility). Ook is er een sociale verdeling, namelijk deze die een minimum van zelf-directieve
denken en stijlvolle (aesthetic) waardering hebben, en deze die een meer direct geïnteresseerd
zijn met dingen van de intelligentie en de controle van activiteiten van anderen.
, Er is een transformatie in educatie geweest (het is namelijk voor iedereen toegankelijk (denk
ook aan de krant, tv, enz.)) en deze transformatie zorgt voor veranderingen in het sociale
leven (in vergelijking met de Grieken). Deze veranderingen komen dus niet door theoretische
(iedereen is vrij, enz.) en emotionele veranderingen (waardigheid van het werk, enz.). Deze
educatie revolutie is echter nog niet klaar.
Het schoolsysteem geeft nu nuttige (utillitarian) en culturele vakken op scholen. Toch blijven
er verschillen zoals het volgen van MBO en universiteit.
Het nuttige (utility) element wordt gevonden in de motieven toegewezen aan de studie, en het
liberale element zit in de methoden van het lesgeven.
Ook al lijkt het nu allemaal wel gelijk, want kinderen leren op de basisschool lezen, rekenen,
spellen, toch ontstaan er groepen met kinderen die sneller en langzaam gaan op deze
onderdelen.
Het is makkelijker om een studie te maken die liberaal en cultureel is, maar wij zelf geloven
dat deze twee vijandig van elkaar zijn. Een studie is onliberaal omdat het nuttig is, of liberaal
omdat het niet nuttig is.
De intellectuele en sociale context is veranderd. Vroeger was bijv. geometrie iets wat niet
praktisch was, want je had het niet nodig om mee te werken, maar nu heb je het wel nodig om
bijv. met machines te kunnen werken in een fabriek. Omdat de maatschappij dit meer gebruikt
en vergroot, worden de intellectuele waarde en praktische waarde nu opeens hetzelfde.
Daarnaast zorgt de komst van machine dat er meer vrije tijd (leisure) is, zelf op het werk.
Hierdoor staat de geest nu meer open voor hoger denken. Maar de mensen nemen niet
vrijwillig deel, maar om geld te verdienen en daardoor blijft het onliberaal.