Samenvatting Gedragsproblemen en jeugdzorg
Hoofdstuk 21, Motivatie voor behandeling in de intramurale justitiële jeugdzorg
Inleiding
Motivatie is belangrijk voor succes. In het justitiële behandelveld is het motiveren van
personen die onwillig zijn om hun situatie of gedrag te veranderen zelfs bepalend voor enig
resultaat.
Behandelmotivatie is geen persoonskenmerk of statisch begrip, noch een eenduidig
psychologisch construct. Empirisch onderzoek toont aan dat motivatie een proceskenmerk is,
dat tot ontwikkeling kan worden gebracht, en dat dit op meerdere niveaus in de behandeling
plaats moet vinden. Daarnaast is motivatie geen vast gegeven, kan veranderen in periodes/tijd.
Motivatie hangt samen met processen en interacties. En motivatie vereist een veilige
omgeving.
Klassieke benaderingen
Psychodynamische theorieën
Motivatie wordt in meer of mindere mate uitgewerkt als bepalende factor in het menselijk
handelen. Het is belangrijk dat het klikt tussen de behandelaar en cliënt.
Cognitieve psychologie
Cognitieve factoren zoals verwachtingen en doelen benadrukt. Registratie en evaluatie, en
aansluiting bij de klacht definiëring van een cliënt worden specifiek als motiverende
elementen in de behandeling van overeenstemming tussen cliënt en behandelaar uitgewerkt.
Sociale psychologie
De erkenning van de sociale context waarbinnen iemand zich bevindt, en de betekenis ervan
voor de cliënt worden in relatie gebracht met diens behandelmotivatie.
Humanistische psychologie
Clientgerichte optiek, dus inleven, respecteren door de behandelaar.
Maslovs 5 basiscategorieën van motieven die het menselijk gedrag beïnvloeden:
1. Biologische behoeften
2. Veiligheid
3. Liefde en binding
4. Waardering
5. Zelfactualisering
Eerst moet de behoefte van 1 worden bevredigd om door te gaan naar de volgende behoefte.
Neuropsychologie en gedragsbiologie
Motivatie en emotie worden met elkaar in verband gebracht.
Samenvatting: van theorie naar methodiek
Volgende richtlijnen bij het omgaan met motivatie in behandeling:
- De therapeutische alliantie de hantering van de psychodynamiek in een
behandelrelatie met een bijzondere plaats voor overdracht en weerstand is in relatie tot
behandelmotivatie met name uitgewerkt binnen de psychoanalyse
- De accepterende grondhouding van de therapeut de niet-moraliserende attitude
en bejegening door de therapeut zijn in relatie tot behandelmotivatie in de eerste plaats
uitgewerkt in cliëntgerichte stromingen
, - Realiteitstoetsing het toetsen van overeenstemming over het te behandelen
probleem en de voortgaande geëxpliceerde evaluaties tijdens een behandeling zijn
elementen die vooral vanuit de gedragstherapie naar voren zijn gebracht in relatie tot
de behandelmotivatie bij cliënten.
- Context definiëring en verwachtingspatroon de aanleiding en het doel van de
behandeling worden binnen de sociale context geplaatst die van invloed is op de
motivatie bij een cliënt om in behandeling te gaan. Dit punt is met mate naar voren
gebracht vanuit de sociale psychologie.
- Aanlegfactoren komen in beeld en vragen om een benadering die past bij iemands
biologische blauwdruk: motivatie en (behandel)relaties komen mede van nature tot
stand en de een is van nature beter in staat een relatie aan te gaan dan een ander.
Het transtheoretisch model
Proschaka en DiClemente adviseren om motivatie expliciet als onderdeel van het
behandelproces op te nemen, en in wetenschappelijk onderzoek cliënten direct te betrekken.
Zij brengen hun resultaten bij een in het transtheoretisch model voor gedragsverandering.
Hierin worden verschillende motivatiefasen bij cliënten gekoppeld aan de effectieve
interventies uit diverse stromingen.
Motivatie ontwikkeling en gedragsverandering ontwikkelen zich doorgaans geleidelijk en zijn
als processen te herkennen volgens een bepaald verloop: stadiamodel van
gedragsverandering:
1. Precontemplatie of voorbeschouwing. Mensen in dit stadium zijn niet tot nauwelijks
bewust dat zij problemen hebben, of brengen problemen niet in verband met eigen
gedrag. Ontkennen, rationaliseren, legitimeren en ontwijken van problemen.
2. Contemplatie of overwegen. In dit stadium worden mensen bewust van hun
problemen. Er komt zelfevaluatie op gang, zonder tot daadwerkelijke verandering over
te gaan Ambivalentie
3. Beslissen en voorbereiden. De beslissingsfase. Na het overwegen van het vorige
stadium volgt de voorbereiding waarin een beslissing valt en plannen worden
ontwikkeld om iets aan problemen te doen.
4. Actieve verandering. Daadwerkelijke gedragsverandering. Doorbreken van
gewoontes en opgeven van bekende voor het onbekende. Responsiviteit is
belangrijk
5. Consolidatie. De integratie van bereikte veranderingen in de persoonlijkheid en de
rest van het bestaan. Dit om niet terug te vallen in de problemen. Erkenning van
anderen is hier belangrijk
6. Terugval. Terugval komt vaak voor.
Drie motiverende kernelementen
Er kunnen typologieën worden vastgesteld die beschrijven hoe mensen door de stadia van
verandering bewogen, er zijn 4 algemene patronen van verandering:
- Lineair profiel, waarin individu direct van het ene naar het andere stadium gaan.
- Cyclisch profiel, waarin individu na actieve verandering terugvallen en weer een
poging tot verandering voorbereiden, voordat verandering wordt vastgehouden
- Niet succesvol cyclisch profiel
- Non-progressief profiel, waarin individu vast blijft zitten in fase 1 of 2.
Het is belangrijk dat de behandelaar in cliënt in hetzelfde stadium zitten en daarop focussen.
Hoofdstuk 21, Motivatie voor behandeling in de intramurale justitiële jeugdzorg
Inleiding
Motivatie is belangrijk voor succes. In het justitiële behandelveld is het motiveren van
personen die onwillig zijn om hun situatie of gedrag te veranderen zelfs bepalend voor enig
resultaat.
Behandelmotivatie is geen persoonskenmerk of statisch begrip, noch een eenduidig
psychologisch construct. Empirisch onderzoek toont aan dat motivatie een proceskenmerk is,
dat tot ontwikkeling kan worden gebracht, en dat dit op meerdere niveaus in de behandeling
plaats moet vinden. Daarnaast is motivatie geen vast gegeven, kan veranderen in periodes/tijd.
Motivatie hangt samen met processen en interacties. En motivatie vereist een veilige
omgeving.
Klassieke benaderingen
Psychodynamische theorieën
Motivatie wordt in meer of mindere mate uitgewerkt als bepalende factor in het menselijk
handelen. Het is belangrijk dat het klikt tussen de behandelaar en cliënt.
Cognitieve psychologie
Cognitieve factoren zoals verwachtingen en doelen benadrukt. Registratie en evaluatie, en
aansluiting bij de klacht definiëring van een cliënt worden specifiek als motiverende
elementen in de behandeling van overeenstemming tussen cliënt en behandelaar uitgewerkt.
Sociale psychologie
De erkenning van de sociale context waarbinnen iemand zich bevindt, en de betekenis ervan
voor de cliënt worden in relatie gebracht met diens behandelmotivatie.
Humanistische psychologie
Clientgerichte optiek, dus inleven, respecteren door de behandelaar.
Maslovs 5 basiscategorieën van motieven die het menselijk gedrag beïnvloeden:
1. Biologische behoeften
2. Veiligheid
3. Liefde en binding
4. Waardering
5. Zelfactualisering
Eerst moet de behoefte van 1 worden bevredigd om door te gaan naar de volgende behoefte.
Neuropsychologie en gedragsbiologie
Motivatie en emotie worden met elkaar in verband gebracht.
Samenvatting: van theorie naar methodiek
Volgende richtlijnen bij het omgaan met motivatie in behandeling:
- De therapeutische alliantie de hantering van de psychodynamiek in een
behandelrelatie met een bijzondere plaats voor overdracht en weerstand is in relatie tot
behandelmotivatie met name uitgewerkt binnen de psychoanalyse
- De accepterende grondhouding van de therapeut de niet-moraliserende attitude
en bejegening door de therapeut zijn in relatie tot behandelmotivatie in de eerste plaats
uitgewerkt in cliëntgerichte stromingen
, - Realiteitstoetsing het toetsen van overeenstemming over het te behandelen
probleem en de voortgaande geëxpliceerde evaluaties tijdens een behandeling zijn
elementen die vooral vanuit de gedragstherapie naar voren zijn gebracht in relatie tot
de behandelmotivatie bij cliënten.
- Context definiëring en verwachtingspatroon de aanleiding en het doel van de
behandeling worden binnen de sociale context geplaatst die van invloed is op de
motivatie bij een cliënt om in behandeling te gaan. Dit punt is met mate naar voren
gebracht vanuit de sociale psychologie.
- Aanlegfactoren komen in beeld en vragen om een benadering die past bij iemands
biologische blauwdruk: motivatie en (behandel)relaties komen mede van nature tot
stand en de een is van nature beter in staat een relatie aan te gaan dan een ander.
Het transtheoretisch model
Proschaka en DiClemente adviseren om motivatie expliciet als onderdeel van het
behandelproces op te nemen, en in wetenschappelijk onderzoek cliënten direct te betrekken.
Zij brengen hun resultaten bij een in het transtheoretisch model voor gedragsverandering.
Hierin worden verschillende motivatiefasen bij cliënten gekoppeld aan de effectieve
interventies uit diverse stromingen.
Motivatie ontwikkeling en gedragsverandering ontwikkelen zich doorgaans geleidelijk en zijn
als processen te herkennen volgens een bepaald verloop: stadiamodel van
gedragsverandering:
1. Precontemplatie of voorbeschouwing. Mensen in dit stadium zijn niet tot nauwelijks
bewust dat zij problemen hebben, of brengen problemen niet in verband met eigen
gedrag. Ontkennen, rationaliseren, legitimeren en ontwijken van problemen.
2. Contemplatie of overwegen. In dit stadium worden mensen bewust van hun
problemen. Er komt zelfevaluatie op gang, zonder tot daadwerkelijke verandering over
te gaan Ambivalentie
3. Beslissen en voorbereiden. De beslissingsfase. Na het overwegen van het vorige
stadium volgt de voorbereiding waarin een beslissing valt en plannen worden
ontwikkeld om iets aan problemen te doen.
4. Actieve verandering. Daadwerkelijke gedragsverandering. Doorbreken van
gewoontes en opgeven van bekende voor het onbekende. Responsiviteit is
belangrijk
5. Consolidatie. De integratie van bereikte veranderingen in de persoonlijkheid en de
rest van het bestaan. Dit om niet terug te vallen in de problemen. Erkenning van
anderen is hier belangrijk
6. Terugval. Terugval komt vaak voor.
Drie motiverende kernelementen
Er kunnen typologieën worden vastgesteld die beschrijven hoe mensen door de stadia van
verandering bewogen, er zijn 4 algemene patronen van verandering:
- Lineair profiel, waarin individu direct van het ene naar het andere stadium gaan.
- Cyclisch profiel, waarin individu na actieve verandering terugvallen en weer een
poging tot verandering voorbereiden, voordat verandering wordt vastgehouden
- Niet succesvol cyclisch profiel
- Non-progressief profiel, waarin individu vast blijft zitten in fase 1 of 2.
Het is belangrijk dat de behandelaar in cliënt in hetzelfde stadium zitten en daarop focussen.