Natuurlijke selectie
Natuurlijke selectie is de drijvende kracht achter evolutie.
Factoren die een rol spelen bij natuurlijke selectie:
- Variatie in een populatie. Dit is een voorwaarde voor evolutie. Anders zijn er alleen
maar klonen.
- Overerving van eigenschappen ouders naar nakomelingen. Moet echt in het DNA
code geschreven liggen.
- Selectie op individuen die een grotere kans op overleving en voortplanting hebben.
- In de loop van de tijd komen succesvolle varianten steeds meer in een generatie
voor.
Bewijzen voor evolutie
- Directe waarnemingen van evolutionaire verandering. Een experiment van John
Endler met guppies. In een vijver zonder predatoren is het % fel gekleurde mannetjes
hoger dan niet gekleurde mannetjes. Er is een sexuele selectie op kleur. In een vijver
met predatoren is het % fel gekleurde mannetjes lager dan niet gekleurde mannetjes.
Er is selectiedruk door de predator.
- Homologie: overeenkomst door gemeenschappelijke afstamming. Overeenkomst die
in de voorouder al aanwezig was. Je ziet het in structuren met een gelijke oorsprong
maar een verschillende evolutionaire ontwikkeling. Bij homologie op moleculair
niveau is te zien dat genen overgeërfd worden van een gemeenschappelijke
voorouder.
Het zijn dezelfde botstructuren, maar de functie is in
de loop van de jaren verandert.
1
, Dit is onweerlegbaar, omdat je het in de genen kan zien.
Vaak komt het DNA overeen wat een functie heeft wat
beide organisme bezitten.
- Een ‘bouwplan’ met anatomische structuren wordt steeds overgeërfd en kan vanuit
‘ontwerp’ (design) bekeken zeer onlogisch/inefficient lijken.
Recurrent laryngeal nerves.
Lopen op een rare manier.
- Rudimentaire structuren: Overblijfselen die een belangrijke functie hadden in de
voorouders.
Rudimentaire structuren bij de mens: Staartbeen(Terug in de tijd hadden we een
voorouder met een staart), blinde darm (aanhangsel kan ontstoken raken. De blinde
darm heeft waarschijnlijk nog wel een functie. In de voorouder had het de functie om
planten te verteren. De blinde darm was veel langer, er zaten vele bacteriën in om
plantaardige cellen te verteren), verstandskiezen (Voorouders van ons moesten goed
kauwen op plantaardig voedsel, daarvoor handen ze een extra set kiezen nodig) en
de plica semilunaris (derde ooglid, bij een vogel heeft het als functie dat het derde
2