Onderwijssociologie
Hoorcollege 1 5/2/24
Sociologie -> studie van het menselijke, sociale leven van menselijke groepen en
maatschappijen. Hoe leven mensen samen?
- Hoe mensen elkaar beïnvloeden
- Hoe mensen samenwerken
- Zowel kleine groepen, grote groepen en samenlevingen
Micro-macro processen
Micro processen = gedrag van individuen
Macro processen = sociale processen in (grote) groepen, instituties en systemen
Sociologie als de wetenschap van een samenleving. Focus op:
- Een werkdefinitie
- Een centraal uitgangspunt
- Vraagstuk van sociale orde
- Duidelijkheid over de taken en houding van een socioloog
Het ontstaan van de sociologie
Agrarische samenleving -> industriële samenleving
Verlichting -> standenmaatschappij veranderde in een klassenmaatschappij
Modernisering:
- Urbanisatie
- Arbeidsdifferentiatie
- Toename arbeidsproductiviteit
- Toename welvaart
- Secularisering (verwereldlijking)
- Maar ook kinderarbeid en nieuwe ongelijkheid
Contingent: samenleving zoals wij die kennen had er ook heel anders uit kunnen zien
Tweede inzicht: contingentie is niet arbitrair: dus dat het er anders uit had kunnen zien zal
niet betekenen dat er goede redenen zijn waarom een systeem is zoals die is.
Arbitrair: er zijn goede redenen voor het feit dat een systeem is zoals die is
Vraagstuk van niet-arbitraire contingentie
Welke eigenschappen van een samenleving zijn niet willekeurig? En wat ligt daaraan ten
grondslag
Legitimerende derden -> bronnen van non-contingentie
- De natuur
- De geschiedenis
- De samenhang
,Vraagstuk van de sociale orde
Sociale orde
- Geheel van machtsverhoudingen, wetten, regels, gewoonten en instituties
- Voorspelbaarheid en leefbaarheid
Om met z’n allen samen te leven is het belangrijk dat de sociale orde niet zomaar kan
veranderen en dat je op één lijn zit.
Russo zegt: er moet een autoriteit zijn die de regels kan bepalen. Dit moet vooral vanuit de
kerk komen/de godsdienst.
Visie van een socioloog
Auguste Comte visie:
Sociale orde door wetenschap
- Waarneembare feiten als kennisbasis (empirisme)
- Sociale wetmatigheden
- Theorieën toetsen aan de werkelijkheid
Filosofische stroming: positivisme
Jürgen Habermas visie:
Sociale orde door de rede
- Wetenschap levert kennis op, maar geeft geen richting
- Door communicatie kan sociale orde ontstaan
Filosofische stroming: verlichting
Niklas Luhmann visie:
Sociale orde door het arbitraire te aanvaarden
- Meerderheidsregels en wetten noodzakelijk
- Door geloof in een bestaande orde kan sociale orde ontstaan
Filosofische stroming: tegen-verlichting
Taken van een socioloog
Het begrijpen van de samenleving en eventueel veranderen
De drie taken van een socioloog:
- Kennis verzamelen (empirisch-analytische taak)
- Bestaande visies in twijfel trekken (kritische taak)
- De belevingswereld van mensen begrijpen (praktische taak)
Werkcollege 7/2/24
Habermas:
- Alleen kennis is niet genoeg
- Rationeel communicatief handelen
- Open communicatie keuzes maken die het arbitraire opheffen
, Luhmann:
- Consensus is onmogelijk, leren leven met arbitraire
- Geloof in bestaande orde en respect voor traditie
- Vertrouwen in procedurele juistheid
Hoorcollege 2 12/2/24
Sociologen focussen zich vooral op groepen.
Emile Durkheim -> een van de grondleggers van de sociologie (collectivistische socioloog)
- Hij stelde dat de samenleving en haar structuur het gedrag van individuen reguleert
en stuurt
- De samenleving is meer dan de som der delen, sociale verschijnselen zijn niet te
herleiden tot individuele kenmerken.
- Hij bedacht de term ‘sociale feiten’ -> waarneembare sociale verschijnselen
- Voorbeeld van een sociaal feit: normen, waarden, mate van verbondenheid tussen
mensen.
- Een sociaal feit kan je alleen verklaren met een ander sociaal feit
- Eigen analyseniveau: macroniveau
- Katholieken protestanten – zelfdoding -> mate van verbondenheid
Collectivistisch vs individualistisch
Collectivistische visie
Verklaringen voor sociale feiten:
- Sociale verschijnselen in de samenleving of groepen als startpunt
- Een individu is het product van de samenleving
Ze handelen als gevolg van rollen, normen, waarden en instituties
Passief: je volgt bepaalde verwachtingen
- Alleen op macroniveau, om het handelen van individuen te begrijpen
Individualistische visie
Verklaringen voor sociale feiten:
- Het individu, zijn motivaties en neigingen als startpunt
- Het sociale is het resultaat van individuele handelingen
Wisselwerking tussen individu en samenleving
Actief
- Ook op microniveau (individu), dus ook op macroniveau (sociale omgeving)
Verlichting en utilitarisme
Verlichting (18e eeuw)
- Individuen zijn hetzelfde
- Individu stond centraal
- Natuurlijke redelijkheid
- Menselijk handelen is voorspelbaar, rationeel handelen
Hoorcollege 1 5/2/24
Sociologie -> studie van het menselijke, sociale leven van menselijke groepen en
maatschappijen. Hoe leven mensen samen?
- Hoe mensen elkaar beïnvloeden
- Hoe mensen samenwerken
- Zowel kleine groepen, grote groepen en samenlevingen
Micro-macro processen
Micro processen = gedrag van individuen
Macro processen = sociale processen in (grote) groepen, instituties en systemen
Sociologie als de wetenschap van een samenleving. Focus op:
- Een werkdefinitie
- Een centraal uitgangspunt
- Vraagstuk van sociale orde
- Duidelijkheid over de taken en houding van een socioloog
Het ontstaan van de sociologie
Agrarische samenleving -> industriële samenleving
Verlichting -> standenmaatschappij veranderde in een klassenmaatschappij
Modernisering:
- Urbanisatie
- Arbeidsdifferentiatie
- Toename arbeidsproductiviteit
- Toename welvaart
- Secularisering (verwereldlijking)
- Maar ook kinderarbeid en nieuwe ongelijkheid
Contingent: samenleving zoals wij die kennen had er ook heel anders uit kunnen zien
Tweede inzicht: contingentie is niet arbitrair: dus dat het er anders uit had kunnen zien zal
niet betekenen dat er goede redenen zijn waarom een systeem is zoals die is.
Arbitrair: er zijn goede redenen voor het feit dat een systeem is zoals die is
Vraagstuk van niet-arbitraire contingentie
Welke eigenschappen van een samenleving zijn niet willekeurig? En wat ligt daaraan ten
grondslag
Legitimerende derden -> bronnen van non-contingentie
- De natuur
- De geschiedenis
- De samenhang
,Vraagstuk van de sociale orde
Sociale orde
- Geheel van machtsverhoudingen, wetten, regels, gewoonten en instituties
- Voorspelbaarheid en leefbaarheid
Om met z’n allen samen te leven is het belangrijk dat de sociale orde niet zomaar kan
veranderen en dat je op één lijn zit.
Russo zegt: er moet een autoriteit zijn die de regels kan bepalen. Dit moet vooral vanuit de
kerk komen/de godsdienst.
Visie van een socioloog
Auguste Comte visie:
Sociale orde door wetenschap
- Waarneembare feiten als kennisbasis (empirisme)
- Sociale wetmatigheden
- Theorieën toetsen aan de werkelijkheid
Filosofische stroming: positivisme
Jürgen Habermas visie:
Sociale orde door de rede
- Wetenschap levert kennis op, maar geeft geen richting
- Door communicatie kan sociale orde ontstaan
Filosofische stroming: verlichting
Niklas Luhmann visie:
Sociale orde door het arbitraire te aanvaarden
- Meerderheidsregels en wetten noodzakelijk
- Door geloof in een bestaande orde kan sociale orde ontstaan
Filosofische stroming: tegen-verlichting
Taken van een socioloog
Het begrijpen van de samenleving en eventueel veranderen
De drie taken van een socioloog:
- Kennis verzamelen (empirisch-analytische taak)
- Bestaande visies in twijfel trekken (kritische taak)
- De belevingswereld van mensen begrijpen (praktische taak)
Werkcollege 7/2/24
Habermas:
- Alleen kennis is niet genoeg
- Rationeel communicatief handelen
- Open communicatie keuzes maken die het arbitraire opheffen
, Luhmann:
- Consensus is onmogelijk, leren leven met arbitraire
- Geloof in bestaande orde en respect voor traditie
- Vertrouwen in procedurele juistheid
Hoorcollege 2 12/2/24
Sociologen focussen zich vooral op groepen.
Emile Durkheim -> een van de grondleggers van de sociologie (collectivistische socioloog)
- Hij stelde dat de samenleving en haar structuur het gedrag van individuen reguleert
en stuurt
- De samenleving is meer dan de som der delen, sociale verschijnselen zijn niet te
herleiden tot individuele kenmerken.
- Hij bedacht de term ‘sociale feiten’ -> waarneembare sociale verschijnselen
- Voorbeeld van een sociaal feit: normen, waarden, mate van verbondenheid tussen
mensen.
- Een sociaal feit kan je alleen verklaren met een ander sociaal feit
- Eigen analyseniveau: macroniveau
- Katholieken protestanten – zelfdoding -> mate van verbondenheid
Collectivistisch vs individualistisch
Collectivistische visie
Verklaringen voor sociale feiten:
- Sociale verschijnselen in de samenleving of groepen als startpunt
- Een individu is het product van de samenleving
Ze handelen als gevolg van rollen, normen, waarden en instituties
Passief: je volgt bepaalde verwachtingen
- Alleen op macroniveau, om het handelen van individuen te begrijpen
Individualistische visie
Verklaringen voor sociale feiten:
- Het individu, zijn motivaties en neigingen als startpunt
- Het sociale is het resultaat van individuele handelingen
Wisselwerking tussen individu en samenleving
Actief
- Ook op microniveau (individu), dus ook op macroniveau (sociale omgeving)
Verlichting en utilitarisme
Verlichting (18e eeuw)
- Individuen zijn hetzelfde
- Individu stond centraal
- Natuurlijke redelijkheid
- Menselijk handelen is voorspelbaar, rationeel handelen