Proef tentamen Ecologie
1. Multiple choice met vier alternatieven over het onderwerp Ecologie:
Hoe noem je het als er een functie/ soort verdwijnt in een ecosysteem?
Ecosysteem degradatie
2. Wat gebeurt er in de koolstofkringloop?
3. Geef een voorbeeld van een a-biotische milieufactor?
Regen
4. Wat is een ecosysteem dienst?
5. De vijand van de vijand is je vriend. Wat heeft dat met ecologie te maken?
6. Waarom zijn er op de Noord- en Zuidpool weinig soorten?
Temperatuur
7. Waarom zijn we niet blij met exoten?
Hebben geen vijanden en kunnen daardoor domineren/ verstoren.
8. Welke kansen zien jullie om zonder heel veel problemen op een akkerbouwbedrijf aan
biodiversiteit te werken?
Akkerranden
Maatregelen ect.
9. Noem één organisme in de bodem waar je als boer last van hebt, en één waar je als boer blij
mee bent?
Aaltjes ben je niet blij mee
Regenwormen wel blij mee, maar niks in overmaat natuurlijk
10. Leg uit op welke manier stikstof schadelijk kan zijn voor de biodiversiteit in een
stikstofgevoelig gebied
Gebieden die met weinig stikstof goed overleven zijn stikstofgevoelige gebieden, dit willen we
zo behouden.
11. Waarom zijn de oceanen van belang voor de aarde als ecosysteem?
- Nemen zuurstof op
- Ze hebben een temperatuur bufferende werking
12. Veel verschillende soorten in een ecosysteem maken een ecosysteem ‘robuust’. Leg uit
Als het ecosysteem bij een grote verstoring zichzelf weer kan herstellen naar zijn originele
staat. En zodra er soorten wegvallen, kan een ecosysteem minder robuust worden.
1. Multiple choice met vier alternatieven over het onderwerp Ecologie:
Hoe noem je het als er een functie/ soort verdwijnt in een ecosysteem?
Ecosysteem degradatie
2. Wat gebeurt er in de koolstofkringloop?
3. Geef een voorbeeld van een a-biotische milieufactor?
Regen
4. Wat is een ecosysteem dienst?
5. De vijand van de vijand is je vriend. Wat heeft dat met ecologie te maken?
6. Waarom zijn er op de Noord- en Zuidpool weinig soorten?
Temperatuur
7. Waarom zijn we niet blij met exoten?
Hebben geen vijanden en kunnen daardoor domineren/ verstoren.
8. Welke kansen zien jullie om zonder heel veel problemen op een akkerbouwbedrijf aan
biodiversiteit te werken?
Akkerranden
Maatregelen ect.
9. Noem één organisme in de bodem waar je als boer last van hebt, en één waar je als boer blij
mee bent?
Aaltjes ben je niet blij mee
Regenwormen wel blij mee, maar niks in overmaat natuurlijk
10. Leg uit op welke manier stikstof schadelijk kan zijn voor de biodiversiteit in een
stikstofgevoelig gebied
Gebieden die met weinig stikstof goed overleven zijn stikstofgevoelige gebieden, dit willen we
zo behouden.
11. Waarom zijn de oceanen van belang voor de aarde als ecosysteem?
- Nemen zuurstof op
- Ze hebben een temperatuur bufferende werking
12. Veel verschillende soorten in een ecosysteem maken een ecosysteem ‘robuust’. Leg uit
Als het ecosysteem bij een grote verstoring zichzelf weer kan herstellen naar zijn originele
staat. En zodra er soorten wegvallen, kan een ecosysteem minder robuust worden.