Europees recht
Inhoudsopgave
Week 1A...............................................................................................................................................................2
Week 1B...............................................................................................................................................................3
Week 2A...............................................................................................................................................................4
Week 2B...............................................................................................................................................................8
Week 3A.............................................................................................................................................................13
Week 3B.............................................................................................................................................................17
Week 4A.............................................................................................................................................................19
Week 4B.............................................................................................................................................................23
Week 5A............................................................................................................................................................25
Week 5B.............................................................................................................................................................28
Week 6A.............................................................................................................................................................33
Week 6B.............................................................................................................................................................35
Week 7A.............................................................................................................................................................37
,Europees recht
Week 1A
Wat is de interne markt?
o Art. 26 lid 2 VWEU omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije
verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal is gewaarborgd.
Klopt niet want spreekt niet over een systeem van onvervalste
mededinging.
Waarom hebben we een interne markt?
o Art. 1 en 3 lid 1 VEU
o We maken een interne markt om het paradijs op aarde tot stand te brengen. Kun
je vraagtekens bij stellen
Slaat dit ergens op?
Kan dit wel?
Helpt dit nou eigenlijk?
o Art 1 eenrichtngsverkeer (je kunt niet terug). Kun je je vraagtekens bij stellen,
je kunt er wel uitstappen.
VEU bevat grondslagen, algemene beginselen. VWEU bevat meer materieel recht.
Waaruit bestaat de interne markt?
o Vrij verkeer van goederen (art. 34 VWEU)
o Vrij verkeer van vestging, diensten en kapitaal (art. 49 VWEU, art. 56 VWEU en
art. 63 VWEU)
o Vrij verkeer van werknemers (art. 45 VWEU)
Kent wel beperkingen (lid 3) Als lidstaat kun je het beperken op bepaalde
gronden.
o Unieburgerschap (art. 20 en 21 VWEU)
o (een systeem van onvervalste mededinging (art. 101-109 VWEU, zie protocol
27))
Negatieve integaatie: bepalingen hierboven
Ze verbieden de lidstaat om iets te doen
Nadruk ligt op natonaal recht in het licht vh EU recht
Positieve integaatie: harmonisate EU maakt zelf regels over een bepaald onderwerp
Het is duidelijker om te zeggen wat je moet doen, dan om te zeggen wat je niet mag
doen.
Nadruk ligt op de harmonisate wetgeving zelf
Voorbeeld: roaming verordening
Hoe zorgen we ervoor dat dat wat we hebben afgesproken ook lukt?
Het Hof heef in een aantal uitspraken de verdragen geconsttutonaliseerd.
o Het recht wat in de verdragen is opgenomen wordt immuun gemaakt voor
aanvallen van natonaal recht.
o Hebben ze geprobeerd te doen door drie dingen
Autonomie
Rechtstreekse werking
Voorrang
,Europees recht
o Van Gend en Loos burgers kunnen zich op artkelen van het verdrag
beroepen. Het verdrag geef de burgers rechten die zij kunnen afdwingen.
Conclusie: verdrag vormt een nieuwe rechtsorde waarbinnen de burgers
rechten kunnen ontlenen aan de verdragen
o Rechtstreekse werking volgt uit het idee van autonomie
o Rechtstreekse werking heef alleen zin als deze bepaling voorrang heef.
Costa Enel EU-recht heef altjd voorrang maar (art. 4 lid 2 VEU) EU
heef de plicht om de natonale identteit van de lidstaat te respecteren.
Atributebeginsel
Bevoegdheden die niet aan de Unie zijn toegedeeld volgens de verdragen, blijven bij de
lidstaten (art. 4 lid 1 VEU)
De Unie handelt binnen de grenzen zoals die door de lidstaten zijn toebedeeld. (art. 5 lid
1 en 2 VEU)
Bevoegdheden
o Art. 3 VWEU: exclusieve bevoegdheden
Voor deze terreinen is het moeilijk denkbaar om niet een exclusieve
bevoegdheid te hebben
o Art. 4 VWEU: gedeelde bevoegdheden
Bevoegdheden worden gedeeld door EU aan de ene kant en de lidstaten
aan de andere kant
Rechtsgaondslag is een bepaling in een verdrag die voorschrijf wat de EU aan secundaire
wetgeving mag doen en hoe dat gedaan moet worden. Er moet altjd een basis zijn binnen
dat verdrag. Je vindt er altjd de inhoud en het doel van de maatregel die moet worden
vastgesteld en de procedure inclusief partjen en de instellingen die daarbij betrokken
moeten zijn.
Week 1B
Interne markt gebied waarbinnen geen belemmeringen zijn voor verkeer van goederen,
mensen etc.
Gemeenschappelijke markt alles wat een interne markt inhoudt en een systeem van
mededingen dat niet kunstmatg werd gestoord.
Drie manieren waarin vrij verkeer van goederen wordt verzekerd in de EU
1. Verbod van in- en uitvoerrechten en hefngen van gelijke werking in het verkeer
tussen de lidstaten.
o Geen douanerechten binnen de EU
Van Gend en Loos geen douanerechten meer
o Geen demininis regel lidstaat kan er niet mee weg komen door te zeggen
dat het maar een kleine hefng is.
o Art. 30 VWEU is dit expliciet vastgelegd.
2. Verbod van discriminatoire belastng op invoer en uitvoer
o Art. 110 en 111 VWEU
o Heef betrekking op gelijksoortge natonale producten. Als die minder belast
zijn dan ingevoerde producten, heb je een probleem.
, Europees recht
o Ook producten die concurreren met natonale producten. Indirecte
bescherming.
3. Verbod van kwanttateve invoerbeperkingen en maatregelingen van gelijke werking.
o Art. 34-36 VWEU
o Beperkingen op aantal producten dat mag binnenkomen.
Week 2A
Stappenplan inteane maakt
1. Wat is het beoordelingskader?
a. Welke vrijheid is van toepassing?
b. Verdrag of secundaire regelgeving?
i. Is er harmonisatewetgeving, ga je hierop in. Anders ingaan op de
algemene regels van het verdrag.
2. Valt de casus binnen de reikwijdte van het interne marktrecht?
a. Er moet normaal gesproken sprake zijn van een grensoverschrijdend efect
(iig bij de verdragsverboden).
3. Kan de eiser zich op het interne marktrecht beroepen jegens de gedaagde
(rechtstreekse werking)?
a. Bepaling moet voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk zijn.
4. Is er sprake van een beperking van de fundamentele vrijheid?
5. Kan deze beperking gerechtvaardigd worden?
a. Meestal komt het hierop neer. Zowel in de rechtspraak als bij casusvragen.
b. Voor rechtvaardiging worden niet altjd dezelfde criteria gebruikt in arresten.
Vaijheid van vestigingg aat. 49 VWEU
Wat is vestging
Natuurlijke personen
o Aldona Malgorzata Jany arrest deze mevrouw uit Polen was werkzaam als
prosttuee. Haar verblijfstatus werd ingetrokken en ze beriep zich op vrijheid van
vestging. Door de Nederlandse staat werd beargumenteerd dat zij hier niet
onder valt. Er werd een prejudiciële vraag gesteld aan het EHRM. Ze komen met
aantal criteria:
Geen sprake zijn van hiërarchische relate (dus geen werknemer)
Actviteit die wordt uitgeoefend moet voor eigen economisch risico zijn
Persoon moet direct betaling ontvangen van de klanten.
Tegenargumenten waren dat de actviteit onzedelijk is. Dit was irrelevant. Ten
tweede was het argument dat het mogelijk was dat die persoon gedwongen
werd. Dit ging ook niet op, want men mag er niet automatsch vanuit gaan dat
iemand gedwongen wordt. Derde argument was dat de actviteit illegaal was.
Ook dit ging niet op, want in Nederland is het niet illegaal. Dit argument gaat
alleen op als dit daadwerkelijk het geval is in alle lidstaten.
o Wordt verder uitgewerkt in Gebhard arrest had hij zich gevestgd in Italië? Hof
zegt dat het begrip vestging zeer ruim is. Duuazaam deelnemen aan
economische leven van de lidstaat. Zo wordt het vrije verkeer van vestging
afgebakend tegenover het vrije verkeer van diensten.
Bedrijven/rechtspersonen
o Art. 54 VWEU
Inhoudsopgave
Week 1A...............................................................................................................................................................2
Week 1B...............................................................................................................................................................3
Week 2A...............................................................................................................................................................4
Week 2B...............................................................................................................................................................8
Week 3A.............................................................................................................................................................13
Week 3B.............................................................................................................................................................17
Week 4A.............................................................................................................................................................19
Week 4B.............................................................................................................................................................23
Week 5A............................................................................................................................................................25
Week 5B.............................................................................................................................................................28
Week 6A.............................................................................................................................................................33
Week 6B.............................................................................................................................................................35
Week 7A.............................................................................................................................................................37
,Europees recht
Week 1A
Wat is de interne markt?
o Art. 26 lid 2 VWEU omvat een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije
verkeer van goederen, diensten, personen en kapitaal is gewaarborgd.
Klopt niet want spreekt niet over een systeem van onvervalste
mededinging.
Waarom hebben we een interne markt?
o Art. 1 en 3 lid 1 VEU
o We maken een interne markt om het paradijs op aarde tot stand te brengen. Kun
je vraagtekens bij stellen
Slaat dit ergens op?
Kan dit wel?
Helpt dit nou eigenlijk?
o Art 1 eenrichtngsverkeer (je kunt niet terug). Kun je je vraagtekens bij stellen,
je kunt er wel uitstappen.
VEU bevat grondslagen, algemene beginselen. VWEU bevat meer materieel recht.
Waaruit bestaat de interne markt?
o Vrij verkeer van goederen (art. 34 VWEU)
o Vrij verkeer van vestging, diensten en kapitaal (art. 49 VWEU, art. 56 VWEU en
art. 63 VWEU)
o Vrij verkeer van werknemers (art. 45 VWEU)
Kent wel beperkingen (lid 3) Als lidstaat kun je het beperken op bepaalde
gronden.
o Unieburgerschap (art. 20 en 21 VWEU)
o (een systeem van onvervalste mededinging (art. 101-109 VWEU, zie protocol
27))
Negatieve integaatie: bepalingen hierboven
Ze verbieden de lidstaat om iets te doen
Nadruk ligt op natonaal recht in het licht vh EU recht
Positieve integaatie: harmonisate EU maakt zelf regels over een bepaald onderwerp
Het is duidelijker om te zeggen wat je moet doen, dan om te zeggen wat je niet mag
doen.
Nadruk ligt op de harmonisate wetgeving zelf
Voorbeeld: roaming verordening
Hoe zorgen we ervoor dat dat wat we hebben afgesproken ook lukt?
Het Hof heef in een aantal uitspraken de verdragen geconsttutonaliseerd.
o Het recht wat in de verdragen is opgenomen wordt immuun gemaakt voor
aanvallen van natonaal recht.
o Hebben ze geprobeerd te doen door drie dingen
Autonomie
Rechtstreekse werking
Voorrang
,Europees recht
o Van Gend en Loos burgers kunnen zich op artkelen van het verdrag
beroepen. Het verdrag geef de burgers rechten die zij kunnen afdwingen.
Conclusie: verdrag vormt een nieuwe rechtsorde waarbinnen de burgers
rechten kunnen ontlenen aan de verdragen
o Rechtstreekse werking volgt uit het idee van autonomie
o Rechtstreekse werking heef alleen zin als deze bepaling voorrang heef.
Costa Enel EU-recht heef altjd voorrang maar (art. 4 lid 2 VEU) EU
heef de plicht om de natonale identteit van de lidstaat te respecteren.
Atributebeginsel
Bevoegdheden die niet aan de Unie zijn toegedeeld volgens de verdragen, blijven bij de
lidstaten (art. 4 lid 1 VEU)
De Unie handelt binnen de grenzen zoals die door de lidstaten zijn toebedeeld. (art. 5 lid
1 en 2 VEU)
Bevoegdheden
o Art. 3 VWEU: exclusieve bevoegdheden
Voor deze terreinen is het moeilijk denkbaar om niet een exclusieve
bevoegdheid te hebben
o Art. 4 VWEU: gedeelde bevoegdheden
Bevoegdheden worden gedeeld door EU aan de ene kant en de lidstaten
aan de andere kant
Rechtsgaondslag is een bepaling in een verdrag die voorschrijf wat de EU aan secundaire
wetgeving mag doen en hoe dat gedaan moet worden. Er moet altjd een basis zijn binnen
dat verdrag. Je vindt er altjd de inhoud en het doel van de maatregel die moet worden
vastgesteld en de procedure inclusief partjen en de instellingen die daarbij betrokken
moeten zijn.
Week 1B
Interne markt gebied waarbinnen geen belemmeringen zijn voor verkeer van goederen,
mensen etc.
Gemeenschappelijke markt alles wat een interne markt inhoudt en een systeem van
mededingen dat niet kunstmatg werd gestoord.
Drie manieren waarin vrij verkeer van goederen wordt verzekerd in de EU
1. Verbod van in- en uitvoerrechten en hefngen van gelijke werking in het verkeer
tussen de lidstaten.
o Geen douanerechten binnen de EU
Van Gend en Loos geen douanerechten meer
o Geen demininis regel lidstaat kan er niet mee weg komen door te zeggen
dat het maar een kleine hefng is.
o Art. 30 VWEU is dit expliciet vastgelegd.
2. Verbod van discriminatoire belastng op invoer en uitvoer
o Art. 110 en 111 VWEU
o Heef betrekking op gelijksoortge natonale producten. Als die minder belast
zijn dan ingevoerde producten, heb je een probleem.
, Europees recht
o Ook producten die concurreren met natonale producten. Indirecte
bescherming.
3. Verbod van kwanttateve invoerbeperkingen en maatregelingen van gelijke werking.
o Art. 34-36 VWEU
o Beperkingen op aantal producten dat mag binnenkomen.
Week 2A
Stappenplan inteane maakt
1. Wat is het beoordelingskader?
a. Welke vrijheid is van toepassing?
b. Verdrag of secundaire regelgeving?
i. Is er harmonisatewetgeving, ga je hierop in. Anders ingaan op de
algemene regels van het verdrag.
2. Valt de casus binnen de reikwijdte van het interne marktrecht?
a. Er moet normaal gesproken sprake zijn van een grensoverschrijdend efect
(iig bij de verdragsverboden).
3. Kan de eiser zich op het interne marktrecht beroepen jegens de gedaagde
(rechtstreekse werking)?
a. Bepaling moet voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk zijn.
4. Is er sprake van een beperking van de fundamentele vrijheid?
5. Kan deze beperking gerechtvaardigd worden?
a. Meestal komt het hierop neer. Zowel in de rechtspraak als bij casusvragen.
b. Voor rechtvaardiging worden niet altjd dezelfde criteria gebruikt in arresten.
Vaijheid van vestigingg aat. 49 VWEU
Wat is vestging
Natuurlijke personen
o Aldona Malgorzata Jany arrest deze mevrouw uit Polen was werkzaam als
prosttuee. Haar verblijfstatus werd ingetrokken en ze beriep zich op vrijheid van
vestging. Door de Nederlandse staat werd beargumenteerd dat zij hier niet
onder valt. Er werd een prejudiciële vraag gesteld aan het EHRM. Ze komen met
aantal criteria:
Geen sprake zijn van hiërarchische relate (dus geen werknemer)
Actviteit die wordt uitgeoefend moet voor eigen economisch risico zijn
Persoon moet direct betaling ontvangen van de klanten.
Tegenargumenten waren dat de actviteit onzedelijk is. Dit was irrelevant. Ten
tweede was het argument dat het mogelijk was dat die persoon gedwongen
werd. Dit ging ook niet op, want men mag er niet automatsch vanuit gaan dat
iemand gedwongen wordt. Derde argument was dat de actviteit illegaal was.
Ook dit ging niet op, want in Nederland is het niet illegaal. Dit argument gaat
alleen op als dit daadwerkelijk het geval is in alle lidstaten.
o Wordt verder uitgewerkt in Gebhard arrest had hij zich gevestgd in Italië? Hof
zegt dat het begrip vestging zeer ruim is. Duuazaam deelnemen aan
economische leven van de lidstaat. Zo wordt het vrije verkeer van vestging
afgebakend tegenover het vrije verkeer van diensten.
Bedrijven/rechtspersonen
o Art. 54 VWEU