Europees recht
Werkgroep week 6
Discussievragen
1. Rechtstreekse werking. Richtlijnconforme interpretate. Objecteve
rechtvaardigheidstoets valt onder rechtstreekse werking (Kraaijeveld en Rajicek).
Staatsaansprakelijkheid
Deze dingen bestaan om ervoor te zorgen dat het nutg efect van het Unierecht te
waarborgen.
a. Rechtstreekse werking: gebruiken als de bepaling voldoende duidelijk en
onvoorwaardelijk is. Het voordeel is dat de burger precies weet waar hij aan
toe is. Als een bepaling rechtstreeks werkt, dan heef deze bepaling voorrang
op conflicterende natonale bepalingen.
Voor richtlijnen ligt het ingewikkelder. Er is een omzetngstermijn en er is
meer beoordelingsmarge. Art. 288 VWEU zegt dat richtlijnen gericht zijn tot
de lidstaat. Ze zijn dus wel afdwingbaar, anders is het niet bindend en dan kun
je het ook tegen niemand inroepen. Hieruit kun je een verbod op horizontale
werking en omgekeerde vertcale werking halen.
Je moet onthouden dat het voordelen heef voor degene die zich erop wil
beroepen. Als het lukt, wordt het natonale recht opzijgezet, maar er zijn wel
criteria waaraan voldaan moet zijn. Hoe groter de beoordelingsmarge, hoe
minder duidelijk de bepaling.
b. Richtlijnconforme interpretate: voordeel is dat je er geen natonaal recht
voor opzij hoef te zeeen. Je kunt niet altjd alles richtlijnconform
interpreteren. Er hoef niet altjd iets te zijn omgezet. Niet alleen
implementatewetgeving kan richtlijnconform geïnterpreteerd worden, maar
het natonale rechte dat er is.
c. Staatsaansprakelijkheid: Als alles is mislukt, wordt staatsaansprakelijkheid
gebruikt. Dit is een doorwerkingsmechanisme omdat het complementair is
aan de bovenstaande en hetzelfde doel dient. Je wilt over de periode ervoor
je schade vergoedt en voor de periode erna dat je alsnog krijgt waar je recht
op hebt.
Je komt bij deze dingen terecht als er een geschil is die gaat om een natonale
bepaling die in strijd is met Europees recht. Vervolgens is de vraag hoe je dat gaat
oplossen. Hoe wordt de strijdigheid weggenomen?
Als een lidstaat niets heef gedaan, dan is het handig om te beginnen met
rechtstreekse werking. Als iets niet goed is omgezet, is het beter om richtlijnconform
te interpreteren.
Dit speelt zich allemaal af bij de natonale rechter.
2. Indien de lidstaten niet aansprakelijk kunnen worden gesteld, zullen zij geen
noodzaak hebben om het Europees recht op een goede manier na te leven. Dan zou
het nutg efect van Europees recht dus tenietgaan. Indien er een non- econtractuele
aansprakelijkheid voor de lidstaten is, houdt dit in dat lidstaten altjd aansprakelijk
kunnen worden gesteld voor nalaten. Het is immers non- econtractueel. Hierdoor
zullen lidstaten eerder geneigd zijn om het Europees recht na te leven, waardoor het
nutg efect verzekerd kan worden. De gedachte van doorwerking is dat het niet zo
Werkgroep week 6
Discussievragen
1. Rechtstreekse werking. Richtlijnconforme interpretate. Objecteve
rechtvaardigheidstoets valt onder rechtstreekse werking (Kraaijeveld en Rajicek).
Staatsaansprakelijkheid
Deze dingen bestaan om ervoor te zorgen dat het nutg efect van het Unierecht te
waarborgen.
a. Rechtstreekse werking: gebruiken als de bepaling voldoende duidelijk en
onvoorwaardelijk is. Het voordeel is dat de burger precies weet waar hij aan
toe is. Als een bepaling rechtstreeks werkt, dan heef deze bepaling voorrang
op conflicterende natonale bepalingen.
Voor richtlijnen ligt het ingewikkelder. Er is een omzetngstermijn en er is
meer beoordelingsmarge. Art. 288 VWEU zegt dat richtlijnen gericht zijn tot
de lidstaat. Ze zijn dus wel afdwingbaar, anders is het niet bindend en dan kun
je het ook tegen niemand inroepen. Hieruit kun je een verbod op horizontale
werking en omgekeerde vertcale werking halen.
Je moet onthouden dat het voordelen heef voor degene die zich erop wil
beroepen. Als het lukt, wordt het natonale recht opzijgezet, maar er zijn wel
criteria waaraan voldaan moet zijn. Hoe groter de beoordelingsmarge, hoe
minder duidelijk de bepaling.
b. Richtlijnconforme interpretate: voordeel is dat je er geen natonaal recht
voor opzij hoef te zeeen. Je kunt niet altjd alles richtlijnconform
interpreteren. Er hoef niet altjd iets te zijn omgezet. Niet alleen
implementatewetgeving kan richtlijnconform geïnterpreteerd worden, maar
het natonale rechte dat er is.
c. Staatsaansprakelijkheid: Als alles is mislukt, wordt staatsaansprakelijkheid
gebruikt. Dit is een doorwerkingsmechanisme omdat het complementair is
aan de bovenstaande en hetzelfde doel dient. Je wilt over de periode ervoor
je schade vergoedt en voor de periode erna dat je alsnog krijgt waar je recht
op hebt.
Je komt bij deze dingen terecht als er een geschil is die gaat om een natonale
bepaling die in strijd is met Europees recht. Vervolgens is de vraag hoe je dat gaat
oplossen. Hoe wordt de strijdigheid weggenomen?
Als een lidstaat niets heef gedaan, dan is het handig om te beginnen met
rechtstreekse werking. Als iets niet goed is omgezet, is het beter om richtlijnconform
te interpreteren.
Dit speelt zich allemaal af bij de natonale rechter.
2. Indien de lidstaten niet aansprakelijk kunnen worden gesteld, zullen zij geen
noodzaak hebben om het Europees recht op een goede manier na te leven. Dan zou
het nutg efect van Europees recht dus tenietgaan. Indien er een non- econtractuele
aansprakelijkheid voor de lidstaten is, houdt dit in dat lidstaten altjd aansprakelijk
kunnen worden gesteld voor nalaten. Het is immers non- econtractueel. Hierdoor
zullen lidstaten eerder geneigd zijn om het Europees recht na te leven, waardoor het
nutg efect verzekerd kan worden. De gedachte van doorwerking is dat het niet zo