- Bron 7 en eenvoudige stikstofkringloop
- Chemosynthese is dat de bacteriën gebruik maken van chemische energie om glucose te
maken uit CO2 en H2O.
- Boek doorlezen
Paragraaf 4
- Organismen van dezelfde soort concurreren met elkaar om dit voedsel: er is intraspecifieke
competitie
- Bepalen populatiegrootte:
1. Tellen
2. Een steekproef nemen. In een klein gebied de dier tellen en hiermee de totale
hoeveelheid schatten
3. Schatten: Door bijvoorbeeld uitwerpselen, pootafdrukken en prooiresten
4. Vangen, merken en terugzetten. Door N=Nv/Mv x M. Aantallen = aantal gemerkte
individuen bij tweede keer vangen / aantal gemerkte dieren bij tweede keer vangen X
aantal gemerkte individuen bij de eerste keer vangen.
- Verandering van soortensamenstelling heet successie
- Primaire successie start op kale grond.
- Pionier planten vormen het begin zij hebben een hoog tolerantiegebied.
- Het dempen van sterke schommelingen in abiotische factoren maakt dat soorten planten
met een smallere tolerantie gebied kunnen gaan groeien in het gebied.
- Het climaxstadium is het laatste ecosysteem in de successiereeks
- Na een verstoring komt secundaire successie op gang. Het start door zaden in de bodem die
zijn aangevoerd door de wind
- Exoten hebben ook invloed op de soortensamenstelling. Door snelle uitbreiding ontstaat er
een plaag
Paragraaf 5
- Het habitat is de natuurlijke leefomgeving.
- Presistente stoffen zijn niet of slecht biologische afbreekbare stoffen en die blijven in een
organisme zitten.
- Accumulatie is ophopen
- Bij duurzame ontwikkeling gaat het om de ‘houdbaarheidsdatum’ van onze leefomgeving
- Chemosynthese is dat de bacteriën gebruik maken van chemische energie om glucose te
maken uit CO2 en H2O.
- Boek doorlezen
Paragraaf 4
- Organismen van dezelfde soort concurreren met elkaar om dit voedsel: er is intraspecifieke
competitie
- Bepalen populatiegrootte:
1. Tellen
2. Een steekproef nemen. In een klein gebied de dier tellen en hiermee de totale
hoeveelheid schatten
3. Schatten: Door bijvoorbeeld uitwerpselen, pootafdrukken en prooiresten
4. Vangen, merken en terugzetten. Door N=Nv/Mv x M. Aantallen = aantal gemerkte
individuen bij tweede keer vangen / aantal gemerkte dieren bij tweede keer vangen X
aantal gemerkte individuen bij de eerste keer vangen.
- Verandering van soortensamenstelling heet successie
- Primaire successie start op kale grond.
- Pionier planten vormen het begin zij hebben een hoog tolerantiegebied.
- Het dempen van sterke schommelingen in abiotische factoren maakt dat soorten planten
met een smallere tolerantie gebied kunnen gaan groeien in het gebied.
- Het climaxstadium is het laatste ecosysteem in de successiereeks
- Na een verstoring komt secundaire successie op gang. Het start door zaden in de bodem die
zijn aangevoerd door de wind
- Exoten hebben ook invloed op de soortensamenstelling. Door snelle uitbreiding ontstaat er
een plaag
Paragraaf 5
- Het habitat is de natuurlijke leefomgeving.
- Presistente stoffen zijn niet of slecht biologische afbreekbare stoffen en die blijven in een
organisme zitten.
- Accumulatie is ophopen
- Bij duurzame ontwikkeling gaat het om de ‘houdbaarheidsdatum’ van onze leefomgeving