De Eurocentrische grand narratives (gefocust op idealen uit de verlichting) zijn in
postmoderne/postkoloniale kringen onder vuur komen te staan, omdat ze niet passen bij
ontwikkelingen in bijvoorbeeld Afrika of India. Iedere poging om een groter raamwerk van
wereldgeschiedenis neer te zetten, moet verder gaan dan de geërfde thema’s van
historische geleerdheid. Zolang als historici deze thema’s volgen zal er altijd Eurocentrisme
of een ander soort centrisme in het verhaal zitten. Daarnaast zetten deze thema’s historici
aan om processen van culturele interacties over het hoofd te zien. Daarbij is vaak op
regionale en vooral nationale schaal naar de geschiedenis gekeken.
De benadering in dit artikel gaat uit van empirische ervaring in de zoektocht naar
perspectieven die waardevol zijn om een raamwerk van de menselijke geschiedenis op
grote schaal op te zetten. 3 globale ervaringen:
● Bevolkingsgroei
In grote lijnen zijn er drie demografische golven geweest: met de opkomst van de
Homo erectus, de transitie naar een agrarische samenleving en de industrialisatie.
De bevolking groeit niet alleen door keuzes gemaakt door individuele lokale
gemeenschappen, maar ook door interacties tussen volkeren van verschillende
maatschappijen.
● Uitbreidende technologische capaciteit
Menselijke maatschappijen hebben over tijd toenemend effectieve gereedschappen
en hebben daarmee veel hulpmiddelen en technieken verzameld die zowel
manipulatie van de natuurlijke wereld en organisatie van menselijke maatschappijen
faciliteren. Innovatie en toenemende technologische capaciteit zijn sinds lang
gemeenschappelijke karakteristieken geweest van menselijke maatschappijen.
● Toenemende interactie tussen volkeren van verschillende maatschappijen
Menselijke geschiedenis is een verhaal van toenemende intensiteit van culturele
interactie over langere afstanden en grotere gebieden. Deze interacties hebben over
tijd inconsistent toegenomen in intensiteit en reikwijdte. Daarnaast hebben ze
volkeren verschillend geraakt, aangezien sommigen betere kansen hebben gehad
dan anderen om mee te doen in processen van culturele interactie.
Deze 3 hebben elkaar door de geschiedenis versterkt met krachtige gevolgen.
Bevolkingsgroei en de uitbreiding van technologische capaciteit zijn de basis geweest voor
commerciële uitwisselingen tussen mensen van verschillende maatschappijen (aspect van
3). Ondertussen hebben toenemend effectieve technologieën van transport en
communicatie culturele interacties bespoedigd. Handel tussen verschillende culturen heeft
de uitwisseling van technologieën gefaciliteerd, wat weer de bevolkingsgroei ondersteunde
en de technologische capaciteit versterkte.
Deze visie zegt weinig over de ervaringen of historische dynamiek van individuele
gemeenschappen. Daarnaast wordt door het lange termijn perspectief makkelijk de
contingentie van wereldgeschiedenis over het hoofd gezien.
Black Mapping the World and its Peoples
Kaarten kunnen nooit een precieze weergave van de wereld geven, omdat ze vierkant zijn
en de wereld rond. Alle projecties zijn vervormd.
Er zijn verschillende projecties van de wereld gemaakt over de eeuwen voor verschillende
doeleinden. De meest invloedrijke zijn Europees geweest. Deze zijn gemaakt met een
projectie die het meest logisch was voor het gebruik van het kompas en de maritieme koers.
In 1569 maakte een Vlaam de Mercatorprojectie, de hoeken tussen verschillende richtingen
, op de kaart gelijk zijn aan de hoeken tussen die richtingen op het aardoppervlak. Dit
betekent in dit geval onder andere dat alle meridianen loodrecht op alle parallellen staan.
Hiervoor was de schaal echter anders en dus was de projectie vervormd. Anders dan
middeleeuwse christelijke kaarten lag niet Jeruzalem centraal, maar Europa.
De belangstelling voor overzeese routes en de vertrouwdheid met het Mercator type
bevorderde een conservatisme in presentatie.
De Van der Grinten projectie (1898) zette de Mercator projecties gebruik van het overdrijven
van de gematigde breedtegraden. Deze kaart was erg invloedrijk in de 20e eeuw en gaf een
beeld van de wereld toepasselijk bij de Koude Oorlog (groot Rusland).
Deze projectie werd in 1988 vervangen door de Robinson projectie, die een platter en
krapper beeld gaf van de wereld dat accurater was in termen van gebied.
De Duitse marxist Arno Peters creëerde kaarten door gebruik te maken van een gelijk
gebied projectie. In zijn projectie waren kusten aanzienlijk vervormd en de standaard
cartografische beelden van continenten waren anders. Peters portretteerde de wereld van
kaarten als een keuze tussen zijn eigen projectie en het traditionele Mercator wereldbeeld.
Hij beargumenteert dat het einde van het Europese kolonialisme en de vooruitgang van de
moderne technologie een nieuw soort cartografie noodzakelijk maakten. Peters drong aan
op een duidelijke, gemakkelijk te begrijpen cartografie, die niet wordt beperkt door
wetenschappelijke cartografie en Europese percepties. De Peters projectie werd ontvangen
als een politiek correcte manier om de wereld te weergeven. Er is echter serieuze kritiek te
leveren: de kaart is minder nieuw dan hij claimt, er is sprake van serieuze vervorming en het
was ontwikkeld met een gevaarlijk dogmatisme.
Het idee dat Europa in het midden van een kaart ligt en het noordelijke halfrond aan de
bovenkant ligt is betwist door verschillende kaarten. Daarnaast is er kritiek op het feit dat
sommige plekken in veel minder detail worden behandeld dan andere plekken en hebben
kaarten vaak geen relatie tot bevolkingsdichtheid.
Calloway The Stuff of Life
Interacties tussen Native Americans en Europeanen had gevolgen voor de manier van leven
voor beiden.
De verspreiding van items en manieren van leven was niets nieuws in Noord-Amerika. Door
de geschiedenis heen over de hele wereld hebben nomadische jagers volkeren en
sedentaire boeren volkeren handelsnetwerken ontwikkeld. De Native Americans handelden
om allianties te verstevigen, conflict te voorkomen en vriendschappen te sluiten en te
vernieuwen. Deze bestaande handelsnetwerken boden de Europeanen een kant en klare
toegang voor hun eigen handelaren en goederen. Vroege ontdekkingsreizigers beweerden
dat Native Americans Europeanen met ontzag bekeken en ze zelfs goddelijke kwaliteiten
toekenden vanwege de indrukwekkende technologieën die ze bezaten. Maar als de Native
Americans eerst awestruck waren, kwamen ze er snel overheen en begonnen met het
overnemen van de nieuwe items in hun levens. Native Americans accepteerden Europese
goederen omdat ze het leven makkelijker maakten.
Archeologen die 18e eeuwse plaats opgraven in het oosten van de VS vinden het vaak
moeilijk te bepalen of een nederzetting Indiaans of Europees was op basis van de
materialen die opgegraven worden. Native Americans werden al snel opgenomen in
Europese handelsnetwerken, en tegen de 18e eeuw werden ze onderdeel van de
Atlantische economie en een groeiende consumentenrevolutie die hun smaak, leven en de
wereld die ze bewoonden vorm gaf.