Samenvatting H6.2 – Crisismanagement
6.2 Opschaling in Nederland
Bij grootschalige incidenten of crisis moeten verschillende organisaties samenwerken en overleg
voeren, dit wordt multidisciplinair opschalen genoemd. Om snel op te kunnen schalen is de
Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure (GRIP) ontwikkeld.
De GRIP-fasen 1 tot en met 4 hebben betrekking op incidenten binnen één veiligheidsregio. Van
GRIP-5 is sprake als er meerdere veiligheidsregio’s bij incidenten zijn betrokken.
Niveau Hiërarchische Voorbeeldscenario
organisatieonderdelen
GRIP 0 Motorkapoverleg Schoorsteenbrand, reinigen
Dagelijks optreden van de wegdek, klein verkeersongeval
hulpdiensten
GRIP 1 CoPI (Commando Plaats Incident) Middelbrand, middelhulpverlening,
Incidenten met effecten tot kettingbotsing
maximaal de directe omgeving
GRIP 2 CoPI (Commando Plaats Incident) Lekkende tankwagen met
Grootschalige incidenten met en ROT (Regionaal Operationeel gevaarlijke stoffen, grote brand
uitstraling naar omgeving Team) met sterke rookontwikkeling
GRIP 3 CoPI (Commando Plaats Incident), Een grote brand waarbij burgers
Ramp of zwaar ongeval in één ROT (Regionaal Operationeel worden geëvacueerd of openbare
gemeente Team) en GBT (Gemeentelijk voorzieningen worden gesloten.
BeleidsTeam)
GRIP 4 CoPI (Commando Plaats Incident), Een overstroming of grote
Ramp of zwaar ongeval met meer ROT (Regionaal Operationeel stroomstoring
dan plaatselijke betekenis in één of Team) en RBT (Regionaal
meer gemeente(n) BeleidsTeam)
GRIP 5 Regionale teams + IROT en IRBT Een grote overstroming waarbij
(interregionale teams) meerdere regio’s zijn betrokken of
een grote brand waarbij
schadelijke rook of andere effecten
ook andere regio’s betreffen.
Nationale opschaling Hoogste orgaan: MCCb Een nationale watersnoodramp of
(ministeriële commissie een aanslag, een vliegtuigcrash (in
crisisbeheersing) Nederland of in het buitenland).
* het is niet altijd zo dat alle onderdelen actief zijn.
6.2 Opschaling in Nederland
Bij grootschalige incidenten of crisis moeten verschillende organisaties samenwerken en overleg
voeren, dit wordt multidisciplinair opschalen genoemd. Om snel op te kunnen schalen is de
Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure (GRIP) ontwikkeld.
De GRIP-fasen 1 tot en met 4 hebben betrekking op incidenten binnen één veiligheidsregio. Van
GRIP-5 is sprake als er meerdere veiligheidsregio’s bij incidenten zijn betrokken.
Niveau Hiërarchische Voorbeeldscenario
organisatieonderdelen
GRIP 0 Motorkapoverleg Schoorsteenbrand, reinigen
Dagelijks optreden van de wegdek, klein verkeersongeval
hulpdiensten
GRIP 1 CoPI (Commando Plaats Incident) Middelbrand, middelhulpverlening,
Incidenten met effecten tot kettingbotsing
maximaal de directe omgeving
GRIP 2 CoPI (Commando Plaats Incident) Lekkende tankwagen met
Grootschalige incidenten met en ROT (Regionaal Operationeel gevaarlijke stoffen, grote brand
uitstraling naar omgeving Team) met sterke rookontwikkeling
GRIP 3 CoPI (Commando Plaats Incident), Een grote brand waarbij burgers
Ramp of zwaar ongeval in één ROT (Regionaal Operationeel worden geëvacueerd of openbare
gemeente Team) en GBT (Gemeentelijk voorzieningen worden gesloten.
BeleidsTeam)
GRIP 4 CoPI (Commando Plaats Incident), Een overstroming of grote
Ramp of zwaar ongeval met meer ROT (Regionaal Operationeel stroomstoring
dan plaatselijke betekenis in één of Team) en RBT (Regionaal
meer gemeente(n) BeleidsTeam)
GRIP 5 Regionale teams + IROT en IRBT Een grote overstroming waarbij
(interregionale teams) meerdere regio’s zijn betrokken of
een grote brand waarbij
schadelijke rook of andere effecten
ook andere regio’s betreffen.
Nationale opschaling Hoogste orgaan: MCCb Een nationale watersnoodramp of
(ministeriële commissie een aanslag, een vliegtuigcrash (in
crisisbeheersing) Nederland of in het buitenland).
* het is niet altijd zo dat alle onderdelen actief zijn.