Naam: Robien Cooper
Studentnummer: 2709723
Aantal woorden: 956
1. Deze uitspraak gaat over een besluit tot verlenging van een omgevingsvergunning van een
ligboxenstal. Bij eerder besluit heeft het college deze vergunning verleend voor het bouwen
van drie sleufsilo’s in Tinallinge. Ik ga in deze annotatie specifiek in op de belanghebbendheid
van Stichting Tinallinge Plus. De stichting heeft eerder bezwaar gemaakt tegen het besluit tot
verlenging van de vergunning, deze is niet-ontvankelijk verklaard door het college.
De rechtbank oordeelt in r.o. 2.5.2 dat het college ten onrechte heeft overwogen dat zij niet
als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht kan worden
aangemerkt. Hierbij was het college van mening dat de stichting niet voldeed aan de
vereisten die voortvloeien uit het derde lid van artikel 1:2 van de Algemene wet
bestuursrecht: algemene en collectieve belangen behartigen op basis van haar statutaire
doelstelling en het verrichten van feitelijke werkzaamheden. De uitspraak illustreert de
toepassing van het eigen belang bij het belanghebbendebegrip.
2. De rechtbank stelt in r.o. 2.4.1 dat het perceel waarop de vergunning ziet, is gelegen binnen
de geografische begrenzing van haar statutaire doelstelling. Daarnaast is zij van mening dat
de stichting voldoende feitelijke werkzaamheden verricht om te concluderen dat de stichting
niet enkel gericht is op het voeren van procedures (r.o.2.5.2). Op basis daarvan is de
rechtbank tot de conclusie gekomen dat de stichting haar bij het betrokken besluit belang
behartigt, namelijk: het bijdragen aan de kwaliteit van het leefmilieu en het herstel, behoud
en verbetering van de landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken en natuur binnen
het in de statuten omschreven gebied (r.o. 2.3).
3. De rechtbank oordeelt, in tegenstelling tot het college, dat de stichting belanghebbende is bij
het besluit. Hierbij wordt in r.o. 2.1 artikel 1:2, eerste en derde lid van de Algemene wet
bestuursrecht als uitgangspunt gegeven. Wanneer appellanten aangemerkt willen worden
als belanghebbenden, dienen zij aan bepaalde criteria te voldoen. De vereisten van het
belanghebbendebegrip zijn het objectief belang, persoonlijk belang, eigen belang,
rechtstreeks belang en actueel belang. 1 In deze uitspraak staat het ‘eigen belang’ van de
stichting centraal. Rechtspersonen kunnen naast hun eigen belang, ook opkomen voor
1
Schlössels & Zijlstra 2017, p. 137