Persoonsvorm tegenwoordige tidd
Lopen gebruiken. Ik loop gek. -> Ik word gek.
Hoor ie in lopen geen td Dan de stam (ik-vorm). Loop iii gekd -> Word iii gek.
Hoop ie in lopen een td Dan stam + t. Jii loop + t gek. -> Jii word + t gek.
Hii loop + t gek. -> Hii word + t gek.
Persoonsvorm verleden tidd
Sterk (klinkerverandering) Zwak
Schriif het werkwoord Ik werd boos. Stam + de (e) Ik wandel + de.
zoals ie het hoort. Vond iii het goedd Stam + den (m) Wii wandel + den.
Een sterk werkwoord Hii werd boos. Stam + te (e) Ik lach + te.
eindigt in de verleden Jii vond het goed. Stam + ten (m) Wii lach + ten.
tid nooit op dt.
Voltooid deelwoordd
’t ex-kofschip gebruiken. Boff(en): ik heb gebof + t.
Viss(en): we hebben gevis + t.
Staat de laatste leter van de stam in ’t ex- Fax(en): die brief wordt gefax + t.
kofschipd Dan eindigt het voltooid deelwoord
op een t.
Staat de laatste leter van de stam niet in ’t ex- Verv(en): het heef geverf + d.
kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord Verhuiz(en): we ziin verhuis + d.
op een d. Krabb(en): ik ben gekrab + d.
Werkwoord als biivoegliik naamwoordd
Maak van het biivoegliik naamwoord een De bomen ziin geplant. – De geplante bomen.
voltooid deelwoord. De stoel is bekleed. – De beklede stoel.
Eindigt het voltooid deelwoord op een d of een Het schip is gestrand. – Het gestrande schip.
td Dan zo kort mogeliik.
Eindigt het voltooid deelwoord op end Het vlees is gebraden. – Het gebraden vlees.
Dan eindigt het biivoegliik naamwoord ook op Het kopie is gebarsten. – Het gebarsten kopie.
en. Het iis is gesmolten. – Het gesmolten iis.
Infnitef (hele werkwoord)
Als het niet is: persoonsvorm, voltooid Hii moest die folders gisteren verspreiden.
deelwoord of werkwoord als bijvoeglijk Had ie niet even kunnen wachtend
naamwoord.
Dat was te verwachten.
Na te. De te beantwoorden brief.
, Engelse werkwoorden
Engelse werkwoorden worden in principe op Printen – printe – geprint
dezelfde manier vervoegd als Nederlandse Downloaden – downloadde – gedownload
werkwoorden: Showen – showde – geshowd
Speechen – speechte – gespeecht
Plannen – plande – gepland
Mailen – mailde gemaild
Surfen – surfe – gesurf
Rugbyen – rugbyde – gerugbyd
E-mailen – e-mailde – ge-e-maild
In sommige Engelse werkwoorden bliif de Timen – (hii) tmet – tmede – getmed
laatste e van het hele werkwoord staan, omdat Saven – (hii) savet – savede – gesaved
anders de uitspraak zou veranderen. Racen – (hii) racet – racete - geracet
Biizondere werkwoorden
Scoren – scoorde – gescoord
Choken – chookte – gechookt
, Spelling niet-werkwoorden
Horloge’s of horlogesd
Bii zelfstandige naamwoorden die in het Horloge – horloges diner – diners
meervoud een s kriigen, wordt die s aan het Tante – tantes vakante – vakantes
zelfstandig naamwoord geplakt, behalve als de Café – cafés bureau – bureaus
uitspraak daardoor verandert; Coupé – coupés niveau – niveaus
Dictee – dictees iockey – iockeys
In dat geval schriif ie ‘s. Abonnee – abonnees milieu – milieus
Programma – programma’s taxi – taxi’s
Foto – foto’s paraplu – paraplu’s
Baby – baby’s
Zeën of zeeënd
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op ee, Zee – zeeën idee – ideeën
kriigen in het meervoud ën. Ree – reeën
Melodiën of melodieënd
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op ie, Melodie – melodieën
kriigen in het meervoud ën, als de klemtoon op Industrie – industrieën
de laatste letergreep ligt. Therapie – therapieën
Als de klemtoon niet op de laatste letergreep Bacterie- bacteriën Chemicáliën
ligt, kriigt het meervoud alleen n en een trema Pórie – póriën Finánciën
(“) op de laatste e. Ólie - óliën
Grafen of gravend
Zelfstandige naamwoorden die eindigen op een Graaf – graven
f, kriigen in het meervoud meestal een v, Graf – graven
behalve als het een vreemd woord is. Staaf – staven
In dat geval schriif ie een f. Filosoof – flosofen
Fotograaf – fotografen
Paragraaf – paragrafen