Verkeersveiligheid
WEEK D1
Mobiliteit = verplaatsen
Demografie = hoe is onze bevolking opgebouwd?
Sociaal cultureel: individualisering = mensen wonen meer op zichzelf, waardoor iedereen afzonderlijk
deelneemt aan het verkeer, waardoor er relatief meer verkeersdeelnemers zijn.
emancipatie =
Economie = als het beter gaat met de economie, gaan mensen makkelijker, meer en verder reizen.
Ruimtelijke ordening = als je meer wegen aanlegt, kunnen mensen verder weg gaan wonen,
waardoor mobiliteit toeneemt.
2 functies van verkeer:
- Stoomfunctie: het moet soepel, makkelijk, goed, snel gaan.
Stromen = verplaatsen, zo snel en efficiënt mogelijk.
- Uitwisselfunctie: van het ene systeem naar het andere systeem (van verkeerssysteem naar
woonsysteem).
Uitwisselen = zo veilig mogelijk.
In een uitwisselingsgebied moet de snelheid zo laag mogelijk zijn, want lage snelheid
is veilige snelheid.
3 Risicofactoren:
- Hoge snelheid
- Massa- en snelheidsverschil
- Fysieke kwetsbaarheid
Snelheid:
Ongemerkte overschrijding van limiet:
- Hoge snelheid gedurende lange periode
- Overgangssituaties (van 120 naar 80 km/h)
- Weinig perifere informatie(weinig informatie uit omgeving waaruit duidelijk wordt hoe hard je mag)
- Type voertuig (SUV (hoogte) ga je sneller in rijden)
Voertuigfactoren:
- Toename in rijcomfort
- Toename in het vermogen
Hoe meer snelheid hoe meer energie in de auto hoe groter de ernst van het ongeval
Hoe meer snelheid hoe langer de remweg/herstelvermogen hoe meer kans op een ongeval
Snelheid beheersing:
- Vaststellen veilige snelheden en veilige limieten
- Geloofwaardige limieten
- Goede informatie over limieten
- Ondersteuning door snelheidsremmers
- Geloofwaardige handhaving
- Voorlichting en educatie
, Verschil in massa:
Hoe meer massa hoe meer energie hoe groter de ernst van het ongeval
Massa- en snelheidsverschil beperken van letsel:
- Scheiden van vervoersstromen
- Verlagen van rij (=bots) snelheid
Fysieke kwetsbaarheid:
Mensen zijn fysiek kwetsbaar.
Je krijgt te maken met:
- Grote massa
- Harde materialen
- Grote vertragingen (botsing, in hele korte tijd tot stilstand komen)
Hoe meet je verkeersveiligheid?
Aantallen (absolute maat): zeggen nog niet zo veel over risico. Bv in Duitsland meer aantallen
ongelukken, maar omdat er veel meer mensen wonen kun je hier niet zo veel over
zeggen.
- Kijken naar het aantal ongevallen (kijken naar de schade).
- Kijken naar het aantal dodelijke slachtoffers.
- Kijken naar aantal gewonden (licht of zwaar) (blijvend letsel of niet).
- Kosten
Risico in het verkeer (relatieve maat):
- Mortaliteit: aantal doden per aantal inwoners (maar niet iedereen rijdt evenveel, iemand die meer
in het verkeer aanwezig is, heeft een hoger risico)
- Aantal doden/gewonden per: - afgelegde afstand (meest gebruikt)
- vervoersbeweging (hoeveelheid ritten)
- tijdseenheid
Verkeers(on)veiligheid vergelijken:
Absoluut (aantallen) of relatief (risico):
- Soort vervoersmiddel
- Wegtype
- Leeftijd
- Nationaliteit
- Locatie
- Tijdstip
- Ect.
Als er meer mobiliteit is, zou het aantal ongevallen moeten toenemen.
600 – 700 doden per jaar door verkeersongelukken.
doden afgenomen, gewonden toegenomen vooral fiets toegenomen.
WEEK D1
Mobiliteit = verplaatsen
Demografie = hoe is onze bevolking opgebouwd?
Sociaal cultureel: individualisering = mensen wonen meer op zichzelf, waardoor iedereen afzonderlijk
deelneemt aan het verkeer, waardoor er relatief meer verkeersdeelnemers zijn.
emancipatie =
Economie = als het beter gaat met de economie, gaan mensen makkelijker, meer en verder reizen.
Ruimtelijke ordening = als je meer wegen aanlegt, kunnen mensen verder weg gaan wonen,
waardoor mobiliteit toeneemt.
2 functies van verkeer:
- Stoomfunctie: het moet soepel, makkelijk, goed, snel gaan.
Stromen = verplaatsen, zo snel en efficiënt mogelijk.
- Uitwisselfunctie: van het ene systeem naar het andere systeem (van verkeerssysteem naar
woonsysteem).
Uitwisselen = zo veilig mogelijk.
In een uitwisselingsgebied moet de snelheid zo laag mogelijk zijn, want lage snelheid
is veilige snelheid.
3 Risicofactoren:
- Hoge snelheid
- Massa- en snelheidsverschil
- Fysieke kwetsbaarheid
Snelheid:
Ongemerkte overschrijding van limiet:
- Hoge snelheid gedurende lange periode
- Overgangssituaties (van 120 naar 80 km/h)
- Weinig perifere informatie(weinig informatie uit omgeving waaruit duidelijk wordt hoe hard je mag)
- Type voertuig (SUV (hoogte) ga je sneller in rijden)
Voertuigfactoren:
- Toename in rijcomfort
- Toename in het vermogen
Hoe meer snelheid hoe meer energie in de auto hoe groter de ernst van het ongeval
Hoe meer snelheid hoe langer de remweg/herstelvermogen hoe meer kans op een ongeval
Snelheid beheersing:
- Vaststellen veilige snelheden en veilige limieten
- Geloofwaardige limieten
- Goede informatie over limieten
- Ondersteuning door snelheidsremmers
- Geloofwaardige handhaving
- Voorlichting en educatie
, Verschil in massa:
Hoe meer massa hoe meer energie hoe groter de ernst van het ongeval
Massa- en snelheidsverschil beperken van letsel:
- Scheiden van vervoersstromen
- Verlagen van rij (=bots) snelheid
Fysieke kwetsbaarheid:
Mensen zijn fysiek kwetsbaar.
Je krijgt te maken met:
- Grote massa
- Harde materialen
- Grote vertragingen (botsing, in hele korte tijd tot stilstand komen)
Hoe meet je verkeersveiligheid?
Aantallen (absolute maat): zeggen nog niet zo veel over risico. Bv in Duitsland meer aantallen
ongelukken, maar omdat er veel meer mensen wonen kun je hier niet zo veel over
zeggen.
- Kijken naar het aantal ongevallen (kijken naar de schade).
- Kijken naar het aantal dodelijke slachtoffers.
- Kijken naar aantal gewonden (licht of zwaar) (blijvend letsel of niet).
- Kosten
Risico in het verkeer (relatieve maat):
- Mortaliteit: aantal doden per aantal inwoners (maar niet iedereen rijdt evenveel, iemand die meer
in het verkeer aanwezig is, heeft een hoger risico)
- Aantal doden/gewonden per: - afgelegde afstand (meest gebruikt)
- vervoersbeweging (hoeveelheid ritten)
- tijdseenheid
Verkeers(on)veiligheid vergelijken:
Absoluut (aantallen) of relatief (risico):
- Soort vervoersmiddel
- Wegtype
- Leeftijd
- Nationaliteit
- Locatie
- Tijdstip
- Ect.
Als er meer mobiliteit is, zou het aantal ongevallen moeten toenemen.
600 – 700 doden per jaar door verkeersongelukken.
doden afgenomen, gewonden toegenomen vooral fiets toegenomen.