Hoofdstuk 3 het circulatestelsel
3.1 inleiding
Echocardiografie echo-onderzoek van het hart (vaak met kleurendoppler/spectraaldoppler)
Eliktrocardiografie ECG, elektrografsch onderzoek mbv plakkers en het meten van stromen
Vaak worden afwijkingen aan het hart geconstateerd als bijverschijnsel bij inentngen of
koop/verkoopkeuringen.
Bij vogels worden hartproblemen vaak niet onderkent door de hoge hartreeuente,
luchtzakken die in de weg ziten bij echo en de stress die een ECG oplevert.
3.2 cardiale bijgeluiden
3.2.1 inleiding
We beluisteren met auscultate het hart zowel links als rechts op de plek waar deze tegen de
thorax aanligt en het liefst op de puncta maxima.
Puncta maximae die plaatsen op de thoraxwand waar de sluitng van de diverse kleppen
(hartonen) en bij en afwijkende klep het bijgeruis het best gehoord kunnen worden.
We onderscheiden bijgeluiden naar:
1) Cardiale (soufes): worden veroorzaakt door turbulente van het bloed bij passage
van de kleppen. We leten hierbij op:
Intensiteit (1-6 + wel/geen fremitus bij ictus cordis)
Punt van maximale intensiteit
Tijdstp (systolisch/diastolisch/contnu)
Toonhoogte
Aard (fuitend, blazend etc)
We kunnen de cardiale bijgeluiden weer verder onderverdelen naar:
- Functonele: worden veroorzaakt door afwijkende stroomsnelheden van het
bloed of dunne viscositeit (anemie), soms ook fysiologisch aanwezig
bijvoorbeeld bij jonge dieren (groot slagvolume)
- Organische: stenose, klepinsufciënte (lekkage), shunt
Met behulp van deze onderverdeling kunnen we bedenken welk probleem de
oorzaak is van de soufe.
2) Extracardiale
Vaak geef de intensiteit van een bijgeruis enige informate over de grote van het probleem
(stenose of insufciënte) soms echter is een hoge intensiteit juist beter (VSD).
3.2.2 fysiologische of functonele bijgeluiden
Fysiologische bijgeluiden zien we vrij veel bij paarden, we noemen ze dan fow murmurs.
Oorzaak dat we ze veel horen bij paarden is het relatef grote hart, de viscositeit van het
bloed en de grote volumes die worden rondgepompt. Het punctum maxima voor deze fow
murmurs bij het paard is vaak de projecte van de aortaklep op de ribwand.
- Gisplitin iirsti hartoone Het niet gelijktjdig sluiten van de twee AV-kleppen
(mitralis en tricuspidalisklep). We zien dit fysiologisch bij sommige paarden maar het
kan duidelijker worden bij oa atriumfbrillate.
- Gisplitin 2i hartoone niet gelijktjdig sluiten van de aorta en pulmonalisklep, het
best te horen op de projecteplaats van de a. pulmonalis en bij paard meestal
fysiologisch maar soms bij zeer ernstg ook pathologisch (oa door pulmonale
hypertensie)
- Zachti vroig-diastolischi soufie bij paard normaal vanwege het grote volume dat
de ventrikels snel instroomt.
, - Soufi op pulmonalisklipe normaal bij het rund maar oorzaak onbekend (zacht!)
- Contnui soufi bij viuline geen betekenis komt door nog niet volledige sluitng
ductus arteriosus.
3.2.3 pathologische bijgeluiden
Als bijgeluiden bij hartauscultate niet uit het hart komen kunnen we onder meer te maken
hebben met klotsgeluiden ten gevolge van een traumatsche pericardits (scherp in) bij het
rund, krakende geluiden bij een pleurits en borborygmi/ademhalingsgeluiden.
Systolischi bijgiluidin
Geringe tot matge kleplekkages leiden meestal niet tot problemen, bij het paard zien
we wel lekkage van de tricuspidalisklep met intensiteit 1-3 zonder problemen.
Insufciinti van di mitralisklipe
Myxomateuze degenerate van de klep (endocardiose, oa ook ruptuur
chorda tendinea)
Congenitale malformate (dysplasie)
Bacteriële endocardits (oa. ruptuur chorda tendinea)
Dilaterende cardiomyopathie (te wijd worden anulus fbrosus)
Myocardits (te wijd worden anulus fbrosus)
Tricuspidalisklipinsufciënti:
Zelfde als mitralisklep alleen ook:
Pulmonale hypertensie
Pulmonalisstenose
Ze komen veel voor bij hond, kat en paard maar door de geringe lekkage
worden ze vaak alleen bi echocardiografsch oz als toevalsbevinding gezien.
Aorta/ pulmonalisstinosi
Endocardits
Aangeboren (3.6.1)
Vintrikilsiptumdifict
Hierbij vinden we een soufe in het tricuspidalisklepgebied door de stroom
van het linker naar het rechter ventrikel.
Diastolischi bijgiluidin
Finistrati van di aortaklip bij paardin
Congenitaal maar meestal geen klinische conseeuentes
Aorta insufciënti
Kenmerkt zich door luide holodiastolische soufe die samen kan gaan met
een steile pols.
Klepdegenerate
Bacteriële endocardits
Ventrikel septum defect
Insufciënti van di pulmonalisklip
Komen zelden voor, meestal een echografsche toevalsbevinding bij paard,
hond en kat die niet te horen was bij auscultate
Stinosi van di AV klippin
Komt nauwelijks voor
Bij rund foramin ovali pirsistins mit hypirtinsii van hit richtir atrium,
atrium siptumdifict
Aangeboren
, Contnui bijgiluidin
Het bijgeruis is dan zowel ij systole als bij diastole te horen, de intensiteit kan
verschillen:
Pirsistirindi ductus artiriosus
Aangeboren
Dirdi in viirdi hartoon
We noemen een extra derde of vierde hartoon ook wel een galopritme en het is bij
paarden een veel voorkomend verschijnsel wat slechts zelden duidt op een
volumebelastng van het linker ventrikel. Ook bij runderen horen we dit vaak!
Dirdi hartoone wijst op ernstge volumevergrotng van het linker ventrikel
Viirdi hartoone atriumcontracte (diastolische disfuncte linker ventrikel)
3.3 ritmestoornissen
3.3.1 inleiding
Sinusknoope SA (sinusatriale knoop), zit boven rechter atrium bij ingang vena cava, kan uit
zichzelf depolariseren en bestaat uit zenuw en spierweefsel.
AV-knoope rechterkant van het atriumseptu en alleen via deze knoop kan depolarisate naar
de ventrikels gaan
Bundils van hisse komen uit de AV knoop en lopen naar de hartpunt in 2 bundels, daar
vertakken ze verder en vormen de purkinjevezels. (bij paard alleen purkinjetakken)
Aritmiie onregelmatgheid in het hartritme (zowel pathologisch als fysiologisch)
Afwijkingen die we bij ritmestoornissen kunnen waarnemen zijn oa. Onregelmatge, ineeuale
pols/ polsuitval/ tachycardie/ bradycardie.
Fysiologische aritmieën staan oiv een vagotonus en verdwijnen bij inspanning of arbeid maar
vaak is voor het juist diagnostceren van en aritmie een ECG nodig.
3.3.2 stoornissen in de prikkelvorming
Kunnen zowel fysiologisch als pathologisch voorkomen:
Biidi mogilijk
- Sinusbradycardii/sinustachycardii: Bij een normaal sinusritme valtde
hartreeuente in rust binnen de referentewaarden voor een diersoort en
zien we op het ECG een P-top met een bijbehorend QRS complex (steeds met
dezelfde P-Q tjd). Als de hartreeuente lager is dan de referentewaarde
maar we hebben wel een normaal beeld dan spreken we van een bradycardie
en bij een hogere freeuente dan de referent van een tachycardie. Dit kan oiv
sympathische en parasympathische impulsen.
Bij slapen is brachycardie normaal maar ook bij hyperkaliëmie, hypothermie
of hogere intrathoracale druk zien we dit. Sinustachycardie zien we bij
inspanning, hypovolemie, pijn, stress, anemie, congestef hartalen,
hyperthermie en hyperthyreoïdie.
Fysiologisch
Altjd een normale polskwaliteit en freeuente!
- Sinusaritmiie onregelmatge onregelmatgheid in de actvate intervallen van
de sinusknoop. Dit gaat
gepaard met een hoge
parasympathicotonus en
verdwijnt dus na toediening
3.1 inleiding
Echocardiografie echo-onderzoek van het hart (vaak met kleurendoppler/spectraaldoppler)
Eliktrocardiografie ECG, elektrografsch onderzoek mbv plakkers en het meten van stromen
Vaak worden afwijkingen aan het hart geconstateerd als bijverschijnsel bij inentngen of
koop/verkoopkeuringen.
Bij vogels worden hartproblemen vaak niet onderkent door de hoge hartreeuente,
luchtzakken die in de weg ziten bij echo en de stress die een ECG oplevert.
3.2 cardiale bijgeluiden
3.2.1 inleiding
We beluisteren met auscultate het hart zowel links als rechts op de plek waar deze tegen de
thorax aanligt en het liefst op de puncta maxima.
Puncta maximae die plaatsen op de thoraxwand waar de sluitng van de diverse kleppen
(hartonen) en bij en afwijkende klep het bijgeruis het best gehoord kunnen worden.
We onderscheiden bijgeluiden naar:
1) Cardiale (soufes): worden veroorzaakt door turbulente van het bloed bij passage
van de kleppen. We leten hierbij op:
Intensiteit (1-6 + wel/geen fremitus bij ictus cordis)
Punt van maximale intensiteit
Tijdstp (systolisch/diastolisch/contnu)
Toonhoogte
Aard (fuitend, blazend etc)
We kunnen de cardiale bijgeluiden weer verder onderverdelen naar:
- Functonele: worden veroorzaakt door afwijkende stroomsnelheden van het
bloed of dunne viscositeit (anemie), soms ook fysiologisch aanwezig
bijvoorbeeld bij jonge dieren (groot slagvolume)
- Organische: stenose, klepinsufciënte (lekkage), shunt
Met behulp van deze onderverdeling kunnen we bedenken welk probleem de
oorzaak is van de soufe.
2) Extracardiale
Vaak geef de intensiteit van een bijgeruis enige informate over de grote van het probleem
(stenose of insufciënte) soms echter is een hoge intensiteit juist beter (VSD).
3.2.2 fysiologische of functonele bijgeluiden
Fysiologische bijgeluiden zien we vrij veel bij paarden, we noemen ze dan fow murmurs.
Oorzaak dat we ze veel horen bij paarden is het relatef grote hart, de viscositeit van het
bloed en de grote volumes die worden rondgepompt. Het punctum maxima voor deze fow
murmurs bij het paard is vaak de projecte van de aortaklep op de ribwand.
- Gisplitin iirsti hartoone Het niet gelijktjdig sluiten van de twee AV-kleppen
(mitralis en tricuspidalisklep). We zien dit fysiologisch bij sommige paarden maar het
kan duidelijker worden bij oa atriumfbrillate.
- Gisplitin 2i hartoone niet gelijktjdig sluiten van de aorta en pulmonalisklep, het
best te horen op de projecteplaats van de a. pulmonalis en bij paard meestal
fysiologisch maar soms bij zeer ernstg ook pathologisch (oa door pulmonale
hypertensie)
- Zachti vroig-diastolischi soufie bij paard normaal vanwege het grote volume dat
de ventrikels snel instroomt.
, - Soufi op pulmonalisklipe normaal bij het rund maar oorzaak onbekend (zacht!)
- Contnui soufi bij viuline geen betekenis komt door nog niet volledige sluitng
ductus arteriosus.
3.2.3 pathologische bijgeluiden
Als bijgeluiden bij hartauscultate niet uit het hart komen kunnen we onder meer te maken
hebben met klotsgeluiden ten gevolge van een traumatsche pericardits (scherp in) bij het
rund, krakende geluiden bij een pleurits en borborygmi/ademhalingsgeluiden.
Systolischi bijgiluidin
Geringe tot matge kleplekkages leiden meestal niet tot problemen, bij het paard zien
we wel lekkage van de tricuspidalisklep met intensiteit 1-3 zonder problemen.
Insufciinti van di mitralisklipe
Myxomateuze degenerate van de klep (endocardiose, oa ook ruptuur
chorda tendinea)
Congenitale malformate (dysplasie)
Bacteriële endocardits (oa. ruptuur chorda tendinea)
Dilaterende cardiomyopathie (te wijd worden anulus fbrosus)
Myocardits (te wijd worden anulus fbrosus)
Tricuspidalisklipinsufciënti:
Zelfde als mitralisklep alleen ook:
Pulmonale hypertensie
Pulmonalisstenose
Ze komen veel voor bij hond, kat en paard maar door de geringe lekkage
worden ze vaak alleen bi echocardiografsch oz als toevalsbevinding gezien.
Aorta/ pulmonalisstinosi
Endocardits
Aangeboren (3.6.1)
Vintrikilsiptumdifict
Hierbij vinden we een soufe in het tricuspidalisklepgebied door de stroom
van het linker naar het rechter ventrikel.
Diastolischi bijgiluidin
Finistrati van di aortaklip bij paardin
Congenitaal maar meestal geen klinische conseeuentes
Aorta insufciënti
Kenmerkt zich door luide holodiastolische soufe die samen kan gaan met
een steile pols.
Klepdegenerate
Bacteriële endocardits
Ventrikel septum defect
Insufciënti van di pulmonalisklip
Komen zelden voor, meestal een echografsche toevalsbevinding bij paard,
hond en kat die niet te horen was bij auscultate
Stinosi van di AV klippin
Komt nauwelijks voor
Bij rund foramin ovali pirsistins mit hypirtinsii van hit richtir atrium,
atrium siptumdifict
Aangeboren
, Contnui bijgiluidin
Het bijgeruis is dan zowel ij systole als bij diastole te horen, de intensiteit kan
verschillen:
Pirsistirindi ductus artiriosus
Aangeboren
Dirdi in viirdi hartoon
We noemen een extra derde of vierde hartoon ook wel een galopritme en het is bij
paarden een veel voorkomend verschijnsel wat slechts zelden duidt op een
volumebelastng van het linker ventrikel. Ook bij runderen horen we dit vaak!
Dirdi hartoone wijst op ernstge volumevergrotng van het linker ventrikel
Viirdi hartoone atriumcontracte (diastolische disfuncte linker ventrikel)
3.3 ritmestoornissen
3.3.1 inleiding
Sinusknoope SA (sinusatriale knoop), zit boven rechter atrium bij ingang vena cava, kan uit
zichzelf depolariseren en bestaat uit zenuw en spierweefsel.
AV-knoope rechterkant van het atriumseptu en alleen via deze knoop kan depolarisate naar
de ventrikels gaan
Bundils van hisse komen uit de AV knoop en lopen naar de hartpunt in 2 bundels, daar
vertakken ze verder en vormen de purkinjevezels. (bij paard alleen purkinjetakken)
Aritmiie onregelmatgheid in het hartritme (zowel pathologisch als fysiologisch)
Afwijkingen die we bij ritmestoornissen kunnen waarnemen zijn oa. Onregelmatge, ineeuale
pols/ polsuitval/ tachycardie/ bradycardie.
Fysiologische aritmieën staan oiv een vagotonus en verdwijnen bij inspanning of arbeid maar
vaak is voor het juist diagnostceren van en aritmie een ECG nodig.
3.3.2 stoornissen in de prikkelvorming
Kunnen zowel fysiologisch als pathologisch voorkomen:
Biidi mogilijk
- Sinusbradycardii/sinustachycardii: Bij een normaal sinusritme valtde
hartreeuente in rust binnen de referentewaarden voor een diersoort en
zien we op het ECG een P-top met een bijbehorend QRS complex (steeds met
dezelfde P-Q tjd). Als de hartreeuente lager is dan de referentewaarde
maar we hebben wel een normaal beeld dan spreken we van een bradycardie
en bij een hogere freeuente dan de referent van een tachycardie. Dit kan oiv
sympathische en parasympathische impulsen.
Bij slapen is brachycardie normaal maar ook bij hyperkaliëmie, hypothermie
of hogere intrathoracale druk zien we dit. Sinustachycardie zien we bij
inspanning, hypovolemie, pijn, stress, anemie, congestef hartalen,
hyperthermie en hyperthyreoïdie.
Fysiologisch
Altjd een normale polskwaliteit en freeuente!
- Sinusaritmiie onregelmatge onregelmatgheid in de actvate intervallen van
de sinusknoop. Dit gaat
gepaard met een hoge
parasympathicotonus en
verdwijnt dus na toediening