Spieren
Spierweefsel bestaat uit langgerekte cellen (spiervezels) met draden die voornamelijk uit eiwiten
bestaan. Deze draden worden spierfbrillen of myofbrillen genoemd. Ze zijn contrahiel, dat betekent
dat ze zich kunnen samentrekken (contraheren).
- Spieren zorgen voor bewegingen van de ledematen waardoor wij kunnen bewegen en
handelingen kunnen verrichten.
- Spieren verzorgen posturale tonus. Druk die het lichaam krijgt door spieren. Als de posturale
tonus wegvalt, dan valt diegene fauw omdat de hersenen te weinig bloed krijgen.
- Spieren zorgen voor bewegingen in organen en vaten.
- Spieren zijn een bron van warmteproducte
Wat is er nodig om spieren goed te laten functonerenn
- Intact skelet
Aanhechtngen pezen en spieren
- Brandstof
ATP, glucose/glycogeen
- Energie
- Goed functonerend zenuwstelsel
- Goed functonerende circulate aanvoer energie /zuurstof afvoer afvalproducten
goed functonerende bloedvaten
Spierweefsel: mogelijkheid om zich samen te trekken en daardoor bewegingen uit te voeren.
Soorten spieren:
1. Dwarsgestreepte spiervezels willekeurig, somatsch. Animale zenuwstelsel. Veel kernen,
gelegen aan de buitenzijde van de langgerekte vezel. Dit komt omdat de tussenmembranen
zijn verdwenen.
Skeletspieren
Hartspierweefsel
2. Gladde spiervezels onwillekeurig, visceraal, autonome zenuwstelsel. Cellen met 1 kern.
Organen
Vaten
3. Hartspierweefsel onwillekeurig, visceraal, autonome zenuwstelsel. Vertakkingen.
, Ieder dwarsgestreepte spier bestaat uit een aantal spierbundels, elk omgeven door bindweefsel.
Iedere spierbundel bevat een groot aantal spiervezels. Een spiervezel is te beschouwen als 1 enkele,
veel-kernige spiercel, ontstaan uit het versmelten van een aantal embryonale spiercellen. Binnen in
de spiervezel bevinden zich myofbrillen: ketens van contractele eiwiten actne en myosine. Verder
bevat de spiervezel mitochondriën en het sarcoplasmatsch retculum.
Histologie spiervezel:
1. Spiercelcytoplasma (sarcoplasma)
2. Strepen: myofbrillen (meerdere geschakelde sarcomeren)
3. Celkernen (meerdere per spiervezel)
Spiervezels ontstaan door samensmelten van spiercellen. Bij dwarsgestreepte spierweefsel spreken
we niet over cellen maar over spiervezels. Dit zijn bij elkaar gesmolten cellen. Daarom zie je in de
spiervezel meerdere kernen.
Opbouw spier:
- Epimysium: rond de gehele spier zit epimysium.
Loopt door tot in de pees en is bevestgd
aan het bot
- Perimysium: meerdere gegroepeerde
spiervezels (=spierbundels) worden omgeven
door Perimysium
- Endomysium: spiervezel (=spiercel) wordt
omgeven door bindweefsel: endomysium.
Loopt door tot in de pees en is bevestgd aan het bot.
De kracht binnen de spiervezel overbrengen naar het bot gebeurt door bindweefsel.
De pees (=Tendon) is samengesteld uit alle velletjes van de epimysium, perimysium en endomysium
en op die manier zit de spier vast aan het bot.
Spiervezels bestaan uit myofibrillen.
Myofibril (=Organel)
Van spier tot sarcomeer:
- Spier (epimysium)
- Spierbundel (perimysium)
- Spiervezel /cel (endomysium)
- Myofbril / organel (sarcoplasmatsch Retculum)
- Sarcomeer / contracte unit (van Z lijn tot Z lijn)
Sarcomeer = contracte unit eiwitketens. De sarcomeer vormt de functonele eenheid voor de
contracte van de spiervezel. De ruimte tussen twee Z lijnen wordt sarcomeer genoemd en kan
bestaan uit de eiwiten Actne en Myosine.
- Licht en dun flament = actne (I-Band)
- Donker en dik flament = myosine (A-band)