Nieuw Formeel Procesrecht
2018/2019
RGBSR00010
Rijksuniversiteit Groningen
,WEEK 1
,Veroordeling
• Op grond van artikel 338 Sv kan een veroordeling door de
rechter alleen worden gebaseerd op wettig bewijs die de
rechter tot de overtuiging hebben gebracht dat de
verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.
• Voor een beoordeling zijn dus zowel bewijsmiddelen als
overtuiging nodig. Echter, zelfs al heeft de rechter de
overtuiging bekomen dan is hij nog niet verplicht tot
veroordeling.
Dubio pro reo-beginsel: bij gerede twijfel moet verdachte
het voordeel van de twijfel krijgen en worden vrijgesproken.
,Concentratie op de materiële waarheid
• De omvang van het onderzoek naar de materiële
waarheid hangt af van de procesopstelling van de
verdachte.
• De rechter heeft een actieve rol bij het zoeken naar de
materiële waarheid.
,Dwangmiddelen
• Hiermee bedoelen we het aanhouden en staande houden
van verdachten.
• Het zijn alle bevoegdheden van opsporingsambtenaren
waarmee inbreuk op een grondrecht of recht van een burger
wordt gemaakt.
• Kan ook een huiszoeking zijn bij de vriend van een verdachte, dus het
hoeft niet per se om een inbreuk op een recht van verdachte te gaan.
• Uitgangspunt: hoe groter de inbreuk, hoe strenger de
voorwaarden.
• De uitoefening van dwangbevoegdheden van politieagenten
moet wel passen binnen de grenzen van proportionaliteit en
subsidiariteit.
,Verschillende vormen van vrijheidsbenemende
dwangmiddelen
• Staande houden (art. 52 Sv)
• Aanhouden (art. 53/54 Sv)
• Ophouden voor onderzoek
= voorarrest
• Inverzekeringstelling
• Voorlopige hechtenis
,Staande houden (52 Sv)
• Moet ook een redelijk vermoeden van schuld voor zijn.
• In het artikel staat dat iemand alleen mag worden staande
gehouden als hij verdachte is. Dus als je iemand wilt
staande houden, dan moet er een redelijk vermoeden van
schuld zijn op basis van Sv.
• Er zijn ook andere bevoegdheden die
opsporingsambtenaren hebben om mensen stil te houden
en vragen om legitimatiebewijs. Je hebt een
identificatieplicht op basis van art. 8 Politiewet. Je moet
aan die vordering voldoen, anders pleeg je een strafbaar
feit.
,‘Redelijk vermoeden van schuld’
• Je kunt op basis van wat één getuige zegt best een
redelijk vermoeden van schuld krijgen.
• Er gelden pas strengere eisen voor een veroordeling,
maar voor een redelijk vermoeden gelden nog niet harde
eisen. (Ondanks het criterium één getuige is geen
getuige)
eerste aanleiding of er een vermoeden van schuld is.
Daarna ga je pas verder onderzoeken.
,Definitie ‘verdachte’
• Materieel (artikel 27 lid 1 Sv): Dit geldt vóórdat er sprake is van
een vervolging. Er moet sprake zijn van een redelijk vermoeden
van schuld. Het moment van vervolging is dus heel belangrijk.
• Ook het materiële criterium heeft iets formeels in zich. Als je verdachte
bent, dan is dat voor twee groepen belangrijk. Voor de verdachte zelf geldt
dat je recht hebt op bepaalde dingen, zoals recht op een raadsman, het
zwijgrecht, informatierecht enzovoort. Het doet niet echt ter zake of je
terecht of onterecht bent aangemerkt als verdachte in materiële zin. Vooral
voor de overheid is het materiële begrip heel erg van belang. De overheid
mag de bevoegdheden pas uitoefenen als er sprake is van een verdachte
waarbij een redelijk vermoeden van schuld bestaat. Anders maakt de
overheid misbruik van bevoegdheden en dat is niet de bedoeling.
• Formeel (lid 2): vanaf de vervolging begint het formele criterium.
De verdachte is degene tegen wie de vervolging is gericht
, Vervolging
• De vervolging begint als een rechter is ingeschakeld.
• Als de rechter bijvoorbeeld een bevel heeft gegeven tot
huiszoeking, maar ook als er een dagvaarding is en de verdachte
voor de rechter wordt gebracht.
• Dit zijn allemaal daden van vervolging, dus op dat
moment wordt ook de nieuwe definitie van verdachte van
kracht.