1. WEEK 2 - CALCULATIE OF MORELE VERPLICHTING..................................................................................1
1.1. SCHWITTERS CONTRACT EN SOCIALE CONTEXT.....................................................................................................1
1.2. SCHWITTERS AANSPRAKELIJKHEID: FINANCIËLE PRIKKEL OF ZORGVULDIGHEIDSNORM..................................................6
1.3. LINDENBERGH EN MASCINI............................................................................................................................10
1.4. SANDEL......................................................................................................................................................12
2. WEEK 3 - VAN STREET- NAAR SYSTEM LEVEL BUREAUCRATIE................................................................13
2.1. GILSON / LIPSKY..........................................................................................................................................13
2.2. BOVENS & ZOURIDIS....................................................................................................................................15
2.3. ANDREAS & VAN VLIET.................................................................................................................................17
2.4. NATIONALE OMBUDSMAN..............................................................................................................................18
3. WEEK 4 - FORMELE EN INFORMELE GESCHILBESLECHTING....................................................................19
3.1. DOORNBOS.................................................................................................................................................19
3.2. MATHER & YNGVESSON................................................................................................................................22
3.3. KOCKEN......................................................................................................................................................23
3.4. KLIJN..........................................................................................................................................................25
4. WEEK 5 - STRAFRECHT & VRIJE WIL...................................................................................................... 26
4.1. SCHWITTERS - STRAFFEN IN PERSPECTIEF..........................................................................................................26
4.2. SCHWITTERS DE VRIJE WIL BESTAAT.................................................................................................................30
4.3. LAMME......................................................................................................................................................33
5. WEEK 6 - RECHTERLIJKE DWALINGEN................................................................................................... 34
5.1. ALGEMEEN..................................................................................................................................................34
5.2. VAN KOPPEN...............................................................................................................................................34
5.3. CROMBAG...................................................................................................................................................36
5.4. DERKSEN....................................................................................................................................................37
5.5. REQUISITOIR LUCIA DE BERK..........................................................................................................................41
6. WEEK 7 - HET GEZAG VAN DE RECHTER.................................................................................................42
6.1. ALGEMEEN..................................................................................................................................................42
6.2. VAN DER BRINK...........................................................................................................................................42
6.3. GROOTELAAR & VAN DEN BOS.......................................................................................................................45
6.4. VERBURG....................................................................................................................................................47
1. WEEK 2 - CALCULATIE OF MORELE VERPLICHTING
1.1. Schwitters Contract en sociale context
Weet u de betekenis van het contract voor de bevrijding uit traditionele verhoudingen naar
waarde te schatten
Reciprociteit (Pessers)
• Gefundeerd op gift / persoonlijke bekendheid / vertrouwen
- Iets geven met de verwachting ooit iets terug te zullen krijgen
, - Niet het goed centraal maar de binding
• Prestaties niet duidelijk bepaald/niet afdwingbaar
• Meervoudige betrekkingen
• Niet alleen in gezin of onder vrienden, maar ook
- In feodale verhoudingen (heer en knecht/pachter)
- Bij persoonlijke betrekkingen, niet bij onbekenden
• Een soort van bevestiging van de onderlinge band
Rationele reciprociteit (Pessers)
• Toenemende bemoeienis van de wetgever en rechter
- Beperkingen o.b.v. redelijkheid en billijkheid
- Richt zich op machtsongelijkheid
• Ook op gift gebaseerd, maar niet op persoonlijke bekendheid
• Gift niet precies bepaald in prestaties en tegenprestaties)
• Verzorgingsstaat (door de overheid)
- Bescherming van zwakkere groepen; sterkere groepen hopen ooit iets voor terug te
ontvangen
- Bereidheid om ook te geven aan vreemden; AOW (grondslag verzorgingssstaat)
- Meervoudige banden; men is bereid te geven, in het vertrouwen dat men eens, als men
er behoefte aan heeft, op de zorg van de samenleving kan rekenen.
- Berust op vertrouwen in instituties verzorgingsstaat en recht
• John Locke gebruikte het ‘sociaal contract’ als het fundament van overheidsgezag.
Mutualiteit
• Contract en vrije markt
• Ruil van duidelijk bepaalde prestaties en tegenprestaties
- Voor wat hoort wat, gelijk oversteken
(2)
, - Het gaat om het goed niet zozeer de binding
• Je (arbeids)-contracten aangaan naar eigen keuze, contractrelatie omvat niet de gehele
persoonlijkheid (goed of arbeidsprestatie staat centraal niet de band)
• Gefundeerd op wantrouwen (daarom afspraken precies vastgelegd)
• Strekt zich ook uit tot vreemden
• Bevrijdend werking:
- Onttrekken aan feodale machtsstructuren en traditionele plichten
- Vanaf 19e eeuw worden problematische kanten zichtbaar
Heeft u inzicht in het verband tussen de grote betekenis van het contract in de 19 de eeuw en het
toen dominante laissez faire-liberalisme
• Adam Smith (1723-1790) contractsvrijheid en vrije markt
- Wanneer ieder zijn eigen belang volgt leidt dat tot hetgeen het meest in het
maatschappelijk belang is (invisible hand)
• Durkheim (1858-1917)
- Arbeidsdeling als hoofdkenmerk van het moderniseringsproces.
- Creëert meer afhankelijkheid in die zin dat ieder individu aangewezen is op de
gespecialiseerde deeltaken van anderen.
• Mechanische solidariteit:
- Mensen worden losgeweekt uit de solidariteitsbanden van vroeger in
hechte gemeenschappen (familie, dorp, kerk, gilde).
- Lijkt op de reciprociteit van Pessers.
• Organische solidariteit:
- Onderlinge afhankelijkheid van mensen dmv arbeidsdeling
- Beroepsverenigingen/bonden moeten vrije marktverhoudingen
aanvullen.
• Marx (1818-1883)
- Destructieve effect van kapitalistische marktverhoudingen.
- Als het contract uitsluitend de prijs of ruilwaarde van goederen of prestaties omvat,
(3)
, wordt de arbeidende mens volledig ondergeschikt gemaakt aan de wetten van vraag en
aanbod en van winst.
• Gevolg dehumanisering van de arbeid.
• Oplossing socialistische organisatie van de samenleving zou werkelijke
vrijheid en gelijkheid kunnen realiseren.
• Weber (1864-1920)
- Naast de negatieve, ook oog voor de gunstige gevolgen (bevrijdende van het contract).
- Nieuwe vormen van discipline in de fabrieken, en dat contract slechts vrijheid schept
als mensen de middelen hebben om vrij te kiezen.
• Oplossing: niet in socialisme, zou alleen maar bureaucratie opleveren met
nieuwe ongelijkheden en beperkingen van vrijheid.
- Algemene wetten
- Voor iedereen geldend
- Objectieve toepassing
- Géén willekeur
Weet u welke omstandigheden ertoe hebben geleid dat vanaf het eind 19 de eeuw de wetgever en de
rechter in het vrije contract zijn gaan ingrijpen
• Geen materiële gelijke vrijheid (eind 19de eeuw)
- Vrije markt (laissez faire) en industrialisering (verzakelijking van verhoudingen):
- Armoede grote delen van de bevolking (vrijheid om arbeidscontract aan te gaan?)
- Opkomst van standaardcontracten (geen plaats voor onderhandeling tussen partijen)
• Formeel gelijke vrijheid is niet voldoende om werkelijke gelijke verheid te verzekeren
• Overheidsinterventie kenmerkt zich door
- Hoge kosten
- Gebrek aan efficiëntie
- Paternalisme
- Onvoldoende flexibiliteit in top-down regulering
(4)