Aardrijkskunde samenvatting H3 §1
- Aardolie (net als steenkool en aardgas) een fossiele brandstof-> fossielen zijn resten
en afdrukken van planten en dieren die lange tijd bewaard zijn gebleven in gesteente.
Zo ontstaat aardolie:
Alle organismen in de zee gaan een keer dood (vooral plankton, vissen en
schaaldiertjes) komen ze op de bodem terecht dan ontstaat er een planktonsoep en
hopen zich op samen met zand en slib-> door gebrek aan zuurstof worden die resten
nauwelijks afgebroken. Uiteindelijk komt er steeds wee een laagje bij-> hierdoor wordt
door de bovenste lagen, de onderste lagen helemaal fjn gedrukt en wordt ook het
water er uit geperst->haal je het water eruit dan zal het gehalte koolwaterstofen
toenemen. Na een tijdje veranderen de koolwaterstofhoudende lagen een bruinig,
zwart gesteente
-> dat wordt brongesteente genoemd.
Onder de toenemende druk en tempratuur worden de resten van dode organismen
omgezet in olie en uiteindelijk ook in gas. Uiteindelijk worden de olie en het gas door de
poreuze bovenliggende gesteentelagen heen omhoog geperst, tot een ondoordringbare
laag de doorgang verspert en de energiebron zich ophoopt en in een ‘oil trap’. Het is nu
mogelijk om de aardolie en het gas op te pompen.
- Wordt er bij een boring olie uit de grond gehaald, dan wordt dat via pijpleidingen naar
een zeehaven of een rafnaderij getransporteerd-> aanleg pijpleiding erg duur, wel zijn
de variabele kosten erg laag-> per ton vervoerde olie ben je weinig geld kwijt aan
personeelskosten, slijtage en brandstofkosten (vrachtwagen). Bij de zeehaven wordt de
vloeistof uit de pijpleiding in een tankschip gepompt-> een supertanker.
De grootste olievelden liggen in het Midden-Oosten en de grootste aardgasvelden
liggen in Rusland.
- Het komt vaak voor dat landen die het meeste olie verbruiken, niet dezelfde landen zijn
waar de meeste olie in de grond zit-> hierdoor worden olie en gas over grote afstanden
getransporteerd.
- Conventionele reserve is olie die kan worden opgepompt met de apparatuur
(methoden van nu) en tegen de kosten die tot nu toe gebruikelijk zijn.
Mensen zijn nog steeds op zoek naar olievoorraden buiten de bekende velden-> liggen
vooral in de politiek stabiele landen, maar die olie ligt opgeslagen in teerzanden of in
leisteenafzettingen-> kost veel geld, moeite, energie, komt veel CO 2 bij vrij en
natuurlandschappen worden vervuild en aangetast-> niet-conventionele reserve->
de voorraad van een fossiele brandstof (teerzand, leisteenolie, gashydraat) die wat
betreft vorm, zekerheid en economische en technische winbaarheid sterk afwijkt van de
gangbare fossiele energiebronnen.
Er is ook nog de totale bewezen voorraad-> de hoeveelheid olie waarvan men zeker
weet dat die aanwezig is en bovendien ook winbaar is.
Er zijn drie soorten winbaarheid:
Economische winbaarheid-> de opbrengst van de oliewinning moet hoger zijn
dan de kosten ervan. De economische winbaarheid neemt toe op het moment dat
de olieprijs op de wereldmarkt stijgt.
Technische winbaarheid-> dit heeft te maken met de grenzen die de techniek
stelt-> verschuif je deze grens dan kan het zo zijn dat het winnen van olie diep uit
de zee soms (nog) niet lukt vanwege technische problemen-> ook een groot risico
voor het milieu.
Maatschappelijke-politieke winbaarheid-> bijvoorbeeld de gaswinning onder de
Waddenzee-> economisch en technisch erg aantrekkelijk, maar door de weerstand
van de milieubeschermers werd dit lang tegengehouden.
- Aardolie (net als steenkool en aardgas) een fossiele brandstof-> fossielen zijn resten
en afdrukken van planten en dieren die lange tijd bewaard zijn gebleven in gesteente.
Zo ontstaat aardolie:
Alle organismen in de zee gaan een keer dood (vooral plankton, vissen en
schaaldiertjes) komen ze op de bodem terecht dan ontstaat er een planktonsoep en
hopen zich op samen met zand en slib-> door gebrek aan zuurstof worden die resten
nauwelijks afgebroken. Uiteindelijk komt er steeds wee een laagje bij-> hierdoor wordt
door de bovenste lagen, de onderste lagen helemaal fjn gedrukt en wordt ook het
water er uit geperst->haal je het water eruit dan zal het gehalte koolwaterstofen
toenemen. Na een tijdje veranderen de koolwaterstofhoudende lagen een bruinig,
zwart gesteente
-> dat wordt brongesteente genoemd.
Onder de toenemende druk en tempratuur worden de resten van dode organismen
omgezet in olie en uiteindelijk ook in gas. Uiteindelijk worden de olie en het gas door de
poreuze bovenliggende gesteentelagen heen omhoog geperst, tot een ondoordringbare
laag de doorgang verspert en de energiebron zich ophoopt en in een ‘oil trap’. Het is nu
mogelijk om de aardolie en het gas op te pompen.
- Wordt er bij een boring olie uit de grond gehaald, dan wordt dat via pijpleidingen naar
een zeehaven of een rafnaderij getransporteerd-> aanleg pijpleiding erg duur, wel zijn
de variabele kosten erg laag-> per ton vervoerde olie ben je weinig geld kwijt aan
personeelskosten, slijtage en brandstofkosten (vrachtwagen). Bij de zeehaven wordt de
vloeistof uit de pijpleiding in een tankschip gepompt-> een supertanker.
De grootste olievelden liggen in het Midden-Oosten en de grootste aardgasvelden
liggen in Rusland.
- Het komt vaak voor dat landen die het meeste olie verbruiken, niet dezelfde landen zijn
waar de meeste olie in de grond zit-> hierdoor worden olie en gas over grote afstanden
getransporteerd.
- Conventionele reserve is olie die kan worden opgepompt met de apparatuur
(methoden van nu) en tegen de kosten die tot nu toe gebruikelijk zijn.
Mensen zijn nog steeds op zoek naar olievoorraden buiten de bekende velden-> liggen
vooral in de politiek stabiele landen, maar die olie ligt opgeslagen in teerzanden of in
leisteenafzettingen-> kost veel geld, moeite, energie, komt veel CO 2 bij vrij en
natuurlandschappen worden vervuild en aangetast-> niet-conventionele reserve->
de voorraad van een fossiele brandstof (teerzand, leisteenolie, gashydraat) die wat
betreft vorm, zekerheid en economische en technische winbaarheid sterk afwijkt van de
gangbare fossiele energiebronnen.
Er is ook nog de totale bewezen voorraad-> de hoeveelheid olie waarvan men zeker
weet dat die aanwezig is en bovendien ook winbaar is.
Er zijn drie soorten winbaarheid:
Economische winbaarheid-> de opbrengst van de oliewinning moet hoger zijn
dan de kosten ervan. De economische winbaarheid neemt toe op het moment dat
de olieprijs op de wereldmarkt stijgt.
Technische winbaarheid-> dit heeft te maken met de grenzen die de techniek
stelt-> verschuif je deze grens dan kan het zo zijn dat het winnen van olie diep uit
de zee soms (nog) niet lukt vanwege technische problemen-> ook een groot risico
voor het milieu.
Maatschappelijke-politieke winbaarheid-> bijvoorbeeld de gaswinning onder de
Waddenzee-> economisch en technisch erg aantrekkelijk, maar door de weerstand
van de milieubeschermers werd dit lang tegengehouden.