Inhoud
College 3 – Grondrechten.......................................................................................................................1
3.1 Defnnieies geiechnedennie en categornieernng....................................................................................2
3.2 Grondrechtietheorneën..................................................................................................................3
3.3 Algemene leerietukken..................................................................................................................4
3.4 Afzonderlnjke grondrechten........................................................................................................10
Jurnieprudenie.......................................................................................................................................14
1. EHRM 21 junn 1988s NJ 1991s 641 (Platorm mrtze f r daie Leben)...............................................14
2. HR 26 aprnl 1996s NJ 1996s 728 (Raiei Roietelln).............................................................................14
3. EHRM 26 aprnl 1979s NJ 1980s 146 (Sunday Tnmeie).......................................................................15
4. HR 25 junn 1982s AB 1983s 37 (Verenngnngievrnjhend gedeineerden).............................................16
5. ARRS 16 junn 1993s ABs 1994s 424 (De Deur I)...............................................................................16
6. ABRvS 13 juln 2011s AB 2011s 333 (Klokgelun)...............................................................................17
7. HR 9 januarn 1987s AB 1987s 231 (Edamiee bnjietandievrouw).........................................................17
8. HR 2 februarn 1990s NJ 1991s 289 (Goeree/Van Znjl).....................................................................18
9. HR 18 junn 1993s NJ 1994s 347 (Andie-teiet).....................................................................................19
10. HR 4 maart 1988s NJ 1989s 361 (Borbon-Parma)........................................................................20
11. HR 28 november 1950s NJ 1951s 137 (APV Tnlburg)....................................................................20
12. HR 5 januarn 1988 (Haarlemie Plakverbod)..................................................................................22
13. HR 5 januarn 1996s AB 1996s 179 (De Deur II).............................................................................22
14. HR 17 oktober 2006s AB 2007s 23 (Beënndngnng nnet-aangemelde mannfeietaie)........................23
15. EHRM 15 oktober 2015s 60259/11 (Gafgaz Mammadov v. Azerbanjan)......................................24
16. Rb. Amieterdam 8 december 2016s AB 2017s 44 (Pegnda Amieterdam)........................................24
17. Rb. Den Haag 19 ieeptember 2013 (Tegendemonietraie Den Haag)............................................24
18. Rb. Maaietrncht 22 maart 2001 (Extreemrechtiee demonietraie Kerkrade)..................................25
19. Rb. Roterdam 24 januarn 2002 (Extreemrechtiee demonietraie Roterdam)..............................26
1 | S t a a t ie r e c h t H C 3
,Onderwerpen
- Defnnieies geiechnedennie en categornieernng
- Grondrechtietheorneën
o Lnberale theorne
o Socnaalietatelnjke theorne
o Concluieneie Burkenie
o Theorne Axely
- Algemene leerietukken
o Renkwnjdte
o Beperknngen
o Hornzontale werknng
o Botienng
- Afzonderlnjke grondrechten
o Uningievrnjhend
o Vrnjhend van betognng
3.1 Defnntnes, geschnedenns en categornsernng
Defnnitees
Je hebt een formele en maternële defnnie van grondrechten.
Formele definie: grondrechten znjn de alie grondrechten benoemde rechtens dne voorkomen
nn regelnngen dne van hogere orde znjn dan de wet nn formele znn. Duie een grondrecht nie een
grondrecht alie het zo wordt genoemd nn de Grondwet of verdrag. 1
Maternële definie: Grondrechten znjn fundamentele normen voor de beiechermnng van de
menieelnjke waardngheden tegen de ietaat. Je kan ook iepreken over pre-poienieve
fundamentele aaniepraken. Je hebt grondrechten nnet omdat ze nn de Grondwet ietaans
maar ze ietaan nn de Grondwet omdat je ze hebt. Gaat duie vooraf aan de poienivernng.
Grondrechten znjn ook waarborgen tegen onnodnge overhendiennmengnng.
Geeschniedennies
Denken over grondrechten ietamt af unt 17 de /18de eeuw. Ze znjn opgekomen naar aanlendnng
van godiednenietontwnkkelnngen (heb nk nnet de vrnjhend om daar zelf nn te beielnieieen?) en naar
aanlendnng van de opkomiet van de ietaten. Overhendiegezag werd namelnjk untgebrend
waardoor de behoefe kwam de burger hnertegen te beiechermen.
Jurndnieche untwerknngen kom je tegen vanaf het ennd van de 18 de eeuw. In Nederland znjn
ienndie 1815 grondrechten neergelegd nn onze Grondwets vanaf toen znjn ze ieteedie verder
untgebrend nn hoofdietuk 1. Engenlnjk zou je hnerbnj ook art. 114 GW over doodietraf moeten
tellens wat ook alie grondrecht geznen kan worden.
Grondrechtenverdragen:
EVRMs ESH vaietgeieteld door raad van Europa
IVBPRs IVESCR vaietgeieteld door de VN
EVRM nie het belangrnjkiets want deze nie alie ennge jurndniech bnndend vanwege de rechter van
het Europeeie hof. Alle andere grondrechten-verdragen hebben nnet zo’n nnternaionale
rechterlnjke nnietanie met de bevoegdhend om bnndende untiepraken te doen.
1
Art. 1-23 GW znjn duie grondrechtens omdat het hoofdietuk grondrechten heet.
2 | S t a a t ie r e c h t H C 3
, Categornieserning
Meeiet gebrunkte nndelnng nie dne van klassneke groidrechtei v. socnale groidrechtei.
Klassneke groidrechtei: znjn ieubjecieve rechten dne aan nndnvnduen worden toegekends dne
een onthoudnngieverplnching bevaten voor de overhend zodat dne nnet zomaar kunnen
nnmengen. Deze rechten creëren duie een overhendievrnje iefeer. Klaieieneke grondrechten vnndt
je nn art. 1-17 GWs deelie nn art. 23 GW en nn het EVRM en IVBPR.2
Socnale groidrechtei: Dne creëren voor de burger een aaniepraak op handelen van de
overhend. Hoe ieterk dne aaniepraak nies nie dniecutabel vanwege de onprakiieche formulernng
van ieommnge grondrechten. Belangrnjkiete nie om te weten dat het acief handelen van de
overhend oproept. Je vnndt ze nn art. 18-22 GWs deelie nn art. 23 GW en nn het ESH en het
IVESR.
Problematesch ondereschenid
Klaieieneke grondrechten zorgen duie voor overhendieonthoudnngs maar letende op de
jurnieprudenie znen we dat de overhend znch meermaalie heef moeten nniepannen om dne
klaieieneke grondrechten juniet te verwezenlnjken. Duie je kunt nnet zwart op wnt zeggen dat
klaieienek overhendieonthoudnng betekend en ieocnaal overhendieverplnching. Een
ietandaardvoorbeeld nie het volgende arreiet: EHRM 21 junn 1988s NJ 1991s 641 (Platorm
mrtze f r daie Leben)
3.2 Grondrechtstheorneën
De tekiet van Burkenie gaat hnerovers hnj beiepreekt 5 theornieën waarvan wnj er twee moeten
kennen. Bnj dne theorneën ietaan twee vragen centraal:
- Wat nie het karakter van grondrechten?
- Welke functe hebben grondrechten bnnnen de rechtieorde?
Het znjn geen ietrnkt jurndnieche theorneëns duie daarom wordt er nnet heel veel aandacht aan
beieteed. Ze znjn dan ook beiet te mnieieens maar znjn wel handng voor de nnterpretaie van
jurnieprudenie en ontwnkkelnng nn wetgevnng rondom grondrechten.
1 – Lniberale theornie
Grondrechten zijn rechten van individuen tegen de staat die leiden tot zo min mogelijk
staatsbemoeienis Schreeuwt klassneke groidrechtei.
Het lendt tot de gedachte dat de bevoegdhend van de ietaat prnncnpneel beperkt wordt tegen
de vrnjhend van het nndnvndu. Duie een prnncnpnële beperknng voor de ietaat om nn te grnjpen op
de vrnjhend van het nndnvndu.
Locke nie hnermee begonnens znjn erfennie leef vooral voort nn UK en VS. Hnj lngt ten grondielag
aan de weieteriee tradnie en het nie de eeriete en voornaamiete theorne over grondrechten. Alle
andere theorneën vloenen hnerunt voorts hetznj alie anitheiees hetznj alie aanvullnng.
Krniekpuit: De theorne gaat unt van een autonoom nndnvndus en duie van de gedachte dat
nedereen gelnjk nie nn rechten en kanieen. De prakijk nie echter dat nnet nedereen dezelfde
kanieen heef of helemaal gelnjk nie. Sommnge menieen kunnen nu eenmaal mnnder en dne lnjken
bnj deze theorne nn het gedrang te raken.
2
Valt vraagtekenie bnj te plaatieen want veel grondrechten unt de Grondwet znjn tweeledng.
3 | S t a a t ie r e c h t H C 3