Samenvatting pedagogiek
Kiezen voor het jonge kind
Hoofdstukken 1, 3, 4, 5 & 9
, Hoofdstuk 1 – het jonge kind
Korczak: ‘leer jezelf kennen voordat je kinderen wilt leren kennen.’
1.1 kenmerken van kleuters
1.1.1 kleuter en schoolkind
Schoolkinderen = kinderen van 6/7 jaar oud
Fröbel: kleuters ontwikkelen en groeien van binnen naar buiten
schoolkinderen ontwikkelen en groeien van buiten naar binnen, onderwijs moet
gericht zijn op werkelijk inzicht en actief begrijpen
Geurtz: kleuters staan dicht bij de natuurlijke staat van zijn, blij is lachen, boos is schreeuwen
schoolkinderen denken meer na over hoe ze overkomen
Jonge kinderen zijn speels, onderzoekend en nieuwsgierig.
1.1.2 typische kleuter
Kenmerken van kleuters:
- Emotionele beleving
- Intuïtief
- Egocentrisme
- Hang naar gewoontes en routines
- Concentratievermogen
- Behoefte aan handelen en bewegen
- Magisch denken
- Geen scherp onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid
Emotionele beleving = beleving van emoties is heel intens. Het beleven van de werkelijkheid
doen kleuters door emoties. Het hoofd en hart zijn niet gescheiden.
Intuïtief = door het weinig hebben van begrip van de wereld hebben kleuters een hele
scherpe intuïtie. Kleuters letten heel goed op non-verbale communicatie.
Egocentrisme = kleuters kunnen zich niet verplaatsen in iemand anders zijn perspectief.
(Snappen niet dat oma de moeder is van hun moeder).
Egocentrisme van jonge kinderen gaat alleen over cognitief egocentrisme.
Piaget: kinderen tot 10 jaar vertonen nog cognitief egocentrisme.
Gewoontelessen = Montessori, lessen over hoe bepaalde dingen werken (jas aantrekken,
tafel schoonmaken etc.)
Concentratievermogen = concentratie bij kleuters zie je naar boven komen wanneer er
activiteiten plaats vinden van binnenuit (zelf met blokken willen bouwen).
Betekenisvolle activiteiten rekenactiviteit, kinderen met blokken torens laten bouwen,
tellen wie de meeste blokken/de hoogste toren heeft.
Magisch denken = voor juf is het mengen van geel en blauw tot groen logisch, voor kinderen
is dit een tovertruc. Schoolkinderen krijgen behoefte aan verklaringen.
, Hoofdstuk 3 – het belang van spel voor de ontwikkeling
van jonge kinderen
Volwassenen praten om emoties te verwerken, kinderen spelen om emoties te verwerken.
Langeveld: ‘het spel is de meest wezenlijke bezigheid van het veilige kind met een wereld
die alles nog kan blijken te zijn.’
Peuters en kleuters leren door te spelen en breiden zo hun kennis over de wereld uit.
- Leren sociaal gedrag interpreteren
- Leren gevaren inschatten
- Oefenen lichamelijke vaardigheden
Gray: hoe langer het duurt voor de mens volwassen is, hoe langer zij moeten kunnen spelen.
3.1 wat is spel
Gopnik: ‘spel is wat je doet als je niet probeert iets te doen. Het is een activiteit waarbij het
de bedoeling is dat je geen doel hebt.’
Activiteiten die een doel hebben/waarbij alle mogelijkheden vast liggen is GEEN spel.
Als kinderen ergens hun eigen draai aan kunnen geven, spreek je WEL van spel.
Kohnstamm, kenmerken van spel:
1. Geen doel
2. Actief zijn
3. Plezier
4. Vrijwillig, van binnenuit
Alleen als alle 4 de kenmerken aanwezig zijn, is er sprake van spel.
Janssen-Vos, kenmerken van spel:
Vrijwillige karakter, vrijheid van handelen en plezier
- Kinderen geven zelf betekenis aan materialen en middelen
- Kinderen maken zelf regels, gebaseerd op de werkelijkheid
- Open flexibele activiteit, de nadruk ligt op het proces
Er is ook sprake van spel als activiteiten resultaten op producten opleveren, maar wel als
kinderen hier zelf eisen aan kunnen stellen.
Constructieactiviteiten Kohnstamm: GEEN SPEL
Janssen-Vos: WEL SPEL
Langeveld: doelvrijheid & doelloosheid
Spel heeft wel doelvrijheid maar geen doelloosheid
Spel is altijd intrinsiek bevredigend.
, 3.2 spel in de gevarenzone?
Kohnstamm: ‘spel is voor een kind van levensbelang, maar hij doet het voor de lol.’
Gray, factoren van het verloren gaan van spel:
- Te veel schooltijd, te weinig tijd voor vrij buiten spelen
- Het leren van spelervaringen door volwassenen (zou van leeftijdsgenoten moeten
komen)
- Ouders laten kinderen niet genoeg vrij
Gray: hoe minder speelgelegenheid hoe meer kinderen met angststoornissen en depressie.
Tegenwoordig wordt er veel gekeken naar opbrengstgericht werken, terwijl doelvrij spel juist
goed is.
Als leerkracht:
- Geen doelen stellen aan spel, doelvrij
- Geen beoordelingen, kind moet volgens zijn eigen criteria handelen
- Laat kinderen zelf activiteiten plannen
Spel stimuleren doe je als leerkracht door de regie uit handen te geven.
De culturele omgeving van kinderen beïnvloedt het spel geen of weinig speeltuinen, iPad
in huis, hoe zien ouders het spel?
Kunnen, durven, laten en leren spelen.
Kiezen voor het jonge kind
Hoofdstukken 1, 3, 4, 5 & 9
, Hoofdstuk 1 – het jonge kind
Korczak: ‘leer jezelf kennen voordat je kinderen wilt leren kennen.’
1.1 kenmerken van kleuters
1.1.1 kleuter en schoolkind
Schoolkinderen = kinderen van 6/7 jaar oud
Fröbel: kleuters ontwikkelen en groeien van binnen naar buiten
schoolkinderen ontwikkelen en groeien van buiten naar binnen, onderwijs moet
gericht zijn op werkelijk inzicht en actief begrijpen
Geurtz: kleuters staan dicht bij de natuurlijke staat van zijn, blij is lachen, boos is schreeuwen
schoolkinderen denken meer na over hoe ze overkomen
Jonge kinderen zijn speels, onderzoekend en nieuwsgierig.
1.1.2 typische kleuter
Kenmerken van kleuters:
- Emotionele beleving
- Intuïtief
- Egocentrisme
- Hang naar gewoontes en routines
- Concentratievermogen
- Behoefte aan handelen en bewegen
- Magisch denken
- Geen scherp onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid
Emotionele beleving = beleving van emoties is heel intens. Het beleven van de werkelijkheid
doen kleuters door emoties. Het hoofd en hart zijn niet gescheiden.
Intuïtief = door het weinig hebben van begrip van de wereld hebben kleuters een hele
scherpe intuïtie. Kleuters letten heel goed op non-verbale communicatie.
Egocentrisme = kleuters kunnen zich niet verplaatsen in iemand anders zijn perspectief.
(Snappen niet dat oma de moeder is van hun moeder).
Egocentrisme van jonge kinderen gaat alleen over cognitief egocentrisme.
Piaget: kinderen tot 10 jaar vertonen nog cognitief egocentrisme.
Gewoontelessen = Montessori, lessen over hoe bepaalde dingen werken (jas aantrekken,
tafel schoonmaken etc.)
Concentratievermogen = concentratie bij kleuters zie je naar boven komen wanneer er
activiteiten plaats vinden van binnenuit (zelf met blokken willen bouwen).
Betekenisvolle activiteiten rekenactiviteit, kinderen met blokken torens laten bouwen,
tellen wie de meeste blokken/de hoogste toren heeft.
Magisch denken = voor juf is het mengen van geel en blauw tot groen logisch, voor kinderen
is dit een tovertruc. Schoolkinderen krijgen behoefte aan verklaringen.
, Hoofdstuk 3 – het belang van spel voor de ontwikkeling
van jonge kinderen
Volwassenen praten om emoties te verwerken, kinderen spelen om emoties te verwerken.
Langeveld: ‘het spel is de meest wezenlijke bezigheid van het veilige kind met een wereld
die alles nog kan blijken te zijn.’
Peuters en kleuters leren door te spelen en breiden zo hun kennis over de wereld uit.
- Leren sociaal gedrag interpreteren
- Leren gevaren inschatten
- Oefenen lichamelijke vaardigheden
Gray: hoe langer het duurt voor de mens volwassen is, hoe langer zij moeten kunnen spelen.
3.1 wat is spel
Gopnik: ‘spel is wat je doet als je niet probeert iets te doen. Het is een activiteit waarbij het
de bedoeling is dat je geen doel hebt.’
Activiteiten die een doel hebben/waarbij alle mogelijkheden vast liggen is GEEN spel.
Als kinderen ergens hun eigen draai aan kunnen geven, spreek je WEL van spel.
Kohnstamm, kenmerken van spel:
1. Geen doel
2. Actief zijn
3. Plezier
4. Vrijwillig, van binnenuit
Alleen als alle 4 de kenmerken aanwezig zijn, is er sprake van spel.
Janssen-Vos, kenmerken van spel:
Vrijwillige karakter, vrijheid van handelen en plezier
- Kinderen geven zelf betekenis aan materialen en middelen
- Kinderen maken zelf regels, gebaseerd op de werkelijkheid
- Open flexibele activiteit, de nadruk ligt op het proces
Er is ook sprake van spel als activiteiten resultaten op producten opleveren, maar wel als
kinderen hier zelf eisen aan kunnen stellen.
Constructieactiviteiten Kohnstamm: GEEN SPEL
Janssen-Vos: WEL SPEL
Langeveld: doelvrijheid & doelloosheid
Spel heeft wel doelvrijheid maar geen doelloosheid
Spel is altijd intrinsiek bevredigend.
, 3.2 spel in de gevarenzone?
Kohnstamm: ‘spel is voor een kind van levensbelang, maar hij doet het voor de lol.’
Gray, factoren van het verloren gaan van spel:
- Te veel schooltijd, te weinig tijd voor vrij buiten spelen
- Het leren van spelervaringen door volwassenen (zou van leeftijdsgenoten moeten
komen)
- Ouders laten kinderen niet genoeg vrij
Gray: hoe minder speelgelegenheid hoe meer kinderen met angststoornissen en depressie.
Tegenwoordig wordt er veel gekeken naar opbrengstgericht werken, terwijl doelvrij spel juist
goed is.
Als leerkracht:
- Geen doelen stellen aan spel, doelvrij
- Geen beoordelingen, kind moet volgens zijn eigen criteria handelen
- Laat kinderen zelf activiteiten plannen
Spel stimuleren doe je als leerkracht door de regie uit handen te geven.
De culturele omgeving van kinderen beïnvloedt het spel geen of weinig speeltuinen, iPad
in huis, hoe zien ouders het spel?
Kunnen, durven, laten en leren spelen.