Leereenheid 10 “Rechtsbescherming tegen de overheid”
TWEE BESTUURSRECHTELIJKE VOORPROCEDURES ZIJN:
1- De bezwaarschriftprocedure : van bezwaar is sprake als voorziening tegen een besluit
kan worden gevraagd bij het orgaan dat dit besluit nam.
2- De administratief beroepsprocedure: hiervan is sprake als voorziening tegen een besluit
kan worden gevraagd bij een ander orgaan dan het orgaan dat het besluit nam. Dit moet
als voorprocedure alleen worden gevolgd als de bijzondere wet dat voorschrijft.
DRIE UITZONDERINGEN OP HET BEGINSEL VAN VOORAFGAAND BEZWAAR ZIJN:
1- Tegen een beslissing op administratief beroep is geen bezwaar mogelijk;
2- Tegen een beslissing die is genomen nadat de uniforme openbare
voorbereidingsprocedure is gevolgd kan geen bezwaar worden gemaakt.
3- De bezwaarschriftprocedure kan met wederzijds goedvinden over worden geslagen.
- In overige gevallen is het verplicht om voorafgaand aan beroep bij een bestuursrechter
bezwaar te maken.
BESTUURLIJKE VOORPROCEDURES EN VERSCHILLEN MET BEROEP
BESTUURSRECHTER:
1- Een bestuursrechter toetst alleen de rechtmatigheid van een besluit d.w.z. of het
bestreden besluit correct tot stand is gekomen en naar inhoud rechtens niet onjuist is.
Dus toetsing aan geschreven recht en ongeschreven recht.
Het heroverwegende bestuursorgaan heeft een ruimere beoordeling. Het toetst niet
alleen de rechtmatigheid maar ook zijn politiek-bestuurlijk oordeel d.w.z. doelmatigheid-
en beleidsaspecten.
2- Een heroverwegende bestuursorgaan neemt een nieuw besluit. De bestuursrechter kan
dit in veel gevallen niet. Als de bestuursrechter een besluit gegrond verklaart, vernietigt
hij het besluit geheel of gedeeltelijk. Hij zal beoordelen of de rechtsgevolgen in stand
kunnen blijven of dat hij zelf in de zaak moet voorzien. De bestuurlijke lus kan ook nog
d.w.z. dat hij de zaak terug naar het bestuursorgaan verwijst door middel van een
tussenuitspraak.
3- De bestuursrechter beoordeelt het besluit ex tunc, dwz. naar het moment waarop de
bestreden beslissing is genomen. Het bestuursorgaan toets ex nunc, dwz. de
omstandigheden die zich na het nemen van het oorspronkelijk besluit hebben
voorgedaan, zijn van betekenis.
In niet alle bestuurlijke voorprocedures is ex nunc-toetsing mogelijk. Bijvoor beeld bij
belastingaanslag of arbeidsongeschiktheid of werkloosheid niet. Het besluit ziet dan op
een bepaald tijdvak.
, VIER FUNCITES VAN DE BEZWAARSCHRIFTPROCEDURE ZIJN:
1- De rechtsbeschermingsfunctie
2- De leerfunctie
3- De filter c.q. zeeffunctie
4- De verduidelijkingsfunctie c.q. dossiervormingfunctie
AD 1: DE RECHTSBESCHERMINGSFUNCTIE:
a. Voordat er een besluit in heroverweging wordt genomen worden belanghebbenden
gehoord door personen die niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken
zijn geweest.
b. Compensatie van mandaat d.w.z. dat besluiten vaak in eerste instantie op ambtelijk
niveau worden genomen. In de beslissing op bezwaar wordt dit op een hoger bestuurlijk
niveau gebracht.
c. Verbod van ultra petita gaan: op grond van de Awb dient een besluit te worden genomen
op grond van de redenen aangegeven in het bezwaarschrift.
d. Verbod van reformatio in peius: de rechtspositie van bezwaarde mag niet achteruit gaan.
AD 2: DE LEERFUNCTIE:
- Het bestuursorgaan leert op deze wijze van hun fouten.
AD 3: DE ZEEFFUNCTIE:
- Door de mogelijkheid om in de bezwaarschriftprocedure fouten te herstellen werkt dit als
belangrijke zeeffunctie voor de werklast van de bestuursrechter.
AD 4: DE VERDUIDELIJKINGSFUNCTIE:
- In de bezwaarfase wordt het dossier completer gemaakt. Hierdoor beschikt de
bestuursrechter over alle feiten en een goed dossier.
NADELEN / KRITIEK BEZWAARSCHRIFTPROCEDURE:
1- Het sluit de weg naar de rechter tijdelijk af.
2- De burger heeft het gevoel van partijdigheid.
3- Er is te weinig aandacht voor de doelmatigheidstoetsing.
4- Hoorzitting lijken net rechtszittingen terwijl dit niet de bedoeling is.
VERPLICHTE VOORPROCEDURE:
- De bezwaarschriftprocedure is in de Awb gekoppeld aan het recht om beroep in te stellen
bij de bestuursrechter.
- Er zijn in artikel 7:1 Awb limitatieve uitzonderingen opgenomen waarin geen bezwaar aan
de orde is:
a. tegen een besluit in bezwaar of administratief beroep is genomen;
b. tegen een besluit dat aan goedkeuring is onderworpen;
c. tegen een besluit dat een goedkeuring / weigering van een ander besluit inhoudt;
d. tegen een besluit dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3:4 Awb
e. tegen een besluit dat is genomen op basis van een uitspraak waarin de bestuursrechter
heeft bepaald dat afdeling 3:4 Awb niet van toepassing is;
f. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit;
- Om vast te kunnen stellen of deze uitzonderingen zich voordoen, dient altijd eerst de
bijzondere wet te worden geraadpleegd. De bijzonder wet kan bijvoorbeeld bepalen dat
TWEE BESTUURSRECHTELIJKE VOORPROCEDURES ZIJN:
1- De bezwaarschriftprocedure : van bezwaar is sprake als voorziening tegen een besluit
kan worden gevraagd bij het orgaan dat dit besluit nam.
2- De administratief beroepsprocedure: hiervan is sprake als voorziening tegen een besluit
kan worden gevraagd bij een ander orgaan dan het orgaan dat het besluit nam. Dit moet
als voorprocedure alleen worden gevolgd als de bijzondere wet dat voorschrijft.
DRIE UITZONDERINGEN OP HET BEGINSEL VAN VOORAFGAAND BEZWAAR ZIJN:
1- Tegen een beslissing op administratief beroep is geen bezwaar mogelijk;
2- Tegen een beslissing die is genomen nadat de uniforme openbare
voorbereidingsprocedure is gevolgd kan geen bezwaar worden gemaakt.
3- De bezwaarschriftprocedure kan met wederzijds goedvinden over worden geslagen.
- In overige gevallen is het verplicht om voorafgaand aan beroep bij een bestuursrechter
bezwaar te maken.
BESTUURLIJKE VOORPROCEDURES EN VERSCHILLEN MET BEROEP
BESTUURSRECHTER:
1- Een bestuursrechter toetst alleen de rechtmatigheid van een besluit d.w.z. of het
bestreden besluit correct tot stand is gekomen en naar inhoud rechtens niet onjuist is.
Dus toetsing aan geschreven recht en ongeschreven recht.
Het heroverwegende bestuursorgaan heeft een ruimere beoordeling. Het toetst niet
alleen de rechtmatigheid maar ook zijn politiek-bestuurlijk oordeel d.w.z. doelmatigheid-
en beleidsaspecten.
2- Een heroverwegende bestuursorgaan neemt een nieuw besluit. De bestuursrechter kan
dit in veel gevallen niet. Als de bestuursrechter een besluit gegrond verklaart, vernietigt
hij het besluit geheel of gedeeltelijk. Hij zal beoordelen of de rechtsgevolgen in stand
kunnen blijven of dat hij zelf in de zaak moet voorzien. De bestuurlijke lus kan ook nog
d.w.z. dat hij de zaak terug naar het bestuursorgaan verwijst door middel van een
tussenuitspraak.
3- De bestuursrechter beoordeelt het besluit ex tunc, dwz. naar het moment waarop de
bestreden beslissing is genomen. Het bestuursorgaan toets ex nunc, dwz. de
omstandigheden die zich na het nemen van het oorspronkelijk besluit hebben
voorgedaan, zijn van betekenis.
In niet alle bestuurlijke voorprocedures is ex nunc-toetsing mogelijk. Bijvoor beeld bij
belastingaanslag of arbeidsongeschiktheid of werkloosheid niet. Het besluit ziet dan op
een bepaald tijdvak.
, VIER FUNCITES VAN DE BEZWAARSCHRIFTPROCEDURE ZIJN:
1- De rechtsbeschermingsfunctie
2- De leerfunctie
3- De filter c.q. zeeffunctie
4- De verduidelijkingsfunctie c.q. dossiervormingfunctie
AD 1: DE RECHTSBESCHERMINGSFUNCTIE:
a. Voordat er een besluit in heroverweging wordt genomen worden belanghebbenden
gehoord door personen die niet bij de voorbereiding van het bestreden besluit betrokken
zijn geweest.
b. Compensatie van mandaat d.w.z. dat besluiten vaak in eerste instantie op ambtelijk
niveau worden genomen. In de beslissing op bezwaar wordt dit op een hoger bestuurlijk
niveau gebracht.
c. Verbod van ultra petita gaan: op grond van de Awb dient een besluit te worden genomen
op grond van de redenen aangegeven in het bezwaarschrift.
d. Verbod van reformatio in peius: de rechtspositie van bezwaarde mag niet achteruit gaan.
AD 2: DE LEERFUNCTIE:
- Het bestuursorgaan leert op deze wijze van hun fouten.
AD 3: DE ZEEFFUNCTIE:
- Door de mogelijkheid om in de bezwaarschriftprocedure fouten te herstellen werkt dit als
belangrijke zeeffunctie voor de werklast van de bestuursrechter.
AD 4: DE VERDUIDELIJKINGSFUNCTIE:
- In de bezwaarfase wordt het dossier completer gemaakt. Hierdoor beschikt de
bestuursrechter over alle feiten en een goed dossier.
NADELEN / KRITIEK BEZWAARSCHRIFTPROCEDURE:
1- Het sluit de weg naar de rechter tijdelijk af.
2- De burger heeft het gevoel van partijdigheid.
3- Er is te weinig aandacht voor de doelmatigheidstoetsing.
4- Hoorzitting lijken net rechtszittingen terwijl dit niet de bedoeling is.
VERPLICHTE VOORPROCEDURE:
- De bezwaarschriftprocedure is in de Awb gekoppeld aan het recht om beroep in te stellen
bij de bestuursrechter.
- Er zijn in artikel 7:1 Awb limitatieve uitzonderingen opgenomen waarin geen bezwaar aan
de orde is:
a. tegen een besluit in bezwaar of administratief beroep is genomen;
b. tegen een besluit dat aan goedkeuring is onderworpen;
c. tegen een besluit dat een goedkeuring / weigering van een ander besluit inhoudt;
d. tegen een besluit dat is voorbereid met toepassing van afdeling 3:4 Awb
e. tegen een besluit dat is genomen op basis van een uitspraak waarin de bestuursrechter
heeft bepaald dat afdeling 3:4 Awb niet van toepassing is;
f. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit;
- Om vast te kunnen stellen of deze uitzonderingen zich voordoen, dient altijd eerst de
bijzondere wet te worden geraadpleegd. De bijzonder wet kan bijvoorbeeld bepalen dat