Paragraaf 1
Via voedsel krijg je belangrijke voedingsstoffen (mineralen, vitamine, water – vetten,
eiwitten, koolhydraten) binnen, zoals brandstoffen en bouwstoffen. Brandstoffen heb
je nodig voor energie en bouwstoffen voor de opbouw van je lichaam. Eiwitten
gebruikt je lichaam ook om enzymen en spierweefsel van te maken.
Hoeveel energie je nodig hebt, hangt af van je
1,0 gram kJ
leeftijd, je activiteiten en je geslacht. De
energie van energie is de joule, J, maar
Vetten 38
meestal gebruik je de eenheid kilojoule, kJ. Koolhydraten 17
Ook kom je de eenheid kcal wel tegen, kcal eiwitten 17
staat voor kilocalorieën. 1,0 kJ is 0,24 kcal. De energiewaarden van
voedingsstoffen
Aandoeningen: diabetes het lichaam kan het glucosegehalte in het bloed niet
goed regelen.
Glutenintolerantie kunnen geen gluten verdragen. Gluten zijn eiwitten die bv in
rogge of tarwe voorkomen.
Door een het te hoge suikergehalte van energiedranken (8 tot 15 gram suiker per
100 ml) zijn deze ongeschikt als sportdrank. De vochtopname in de darm wordt dan
vertraagd.
Paragraaf 2
Koolhydraten zijn belangrijke bron energie. Er bestaan verteerbare koolhydraten en
niet-verteerbare koolhydraten. Verteerbare koolhydraten zijn zetmeel, mono- en
disachariden. Deze koolhydraten kan ons lichaam afbreken en opnemen. Niet-
verteerbare koolhydraten bestaan vaak uit vezels goede darmwerking.
Koolhydraten kun je onderverdelen in monosachariden, disachariden en
polysachariden. Glucose behoort tot de monosachariden.