Paragraaf 1
De ontwerpcyclus voor een technisch ontwerp bestaat uit zes
onderdelen: probleem analyseren, programma van eisen opstellen,
deeluitwerkingen bedenken, ontwerpvoorstel formuleren, prototype
maken en testen.
Ontwerpers beginnen met een uitgebreide probleemanalyse. Nadat ze
het probleem in kaart hebben gebracht stellen ze de ontwerpeisen op. In
zo’n programma van eisen staan bijvoorbeeld functionele eisen.
Een spin-off is een product of materiaal dat een andere toepassing heeft
dan waarvoor het oorspronkelijk ontworpen is.
Paragraaf 2
Een legering of alliage is een homogeen metaalmengsel. Dit is geschikt
voor medische toepassingen. Polymeren zijn stoffen die uit zeer grote
moleculen, macromoleculen, bestaan. Veel polymeren kun je maken uit
één soort kleine moleculen: de monomeren. Polymerisatiereactie: veel
moleculen van een bepaalde stof koppelen aan elkaar. Hierbij springen
de dubbele bindingen van het monomeer open, waardoor ze aan elkaar
gekoppeld kunnen worden. De koolstofatomen krijgen dan een extra
bindingsmogelijkheid en kunnen aan elkaar koppelen. Er is sprake van
een poly-additie. Hetzelfde stukje van het polymeer wordt herhaald: de
repeterende eenheid.
, Scheikunde hoofdstuk 12: Nieuwe materialen (polymeren)
De naam van een polymeer is afgeleid van de naam van het monomeer.
Als het monomeer propeen heet, is de naam van het polymeer
polypropeen.
Naam polymeer afkorting monomeer
Polyetheen PE Etheen
Polyvinylchloride PVC Chloorethaan
Polypropeen PP Propeen
Polybuteen PB But-1-een
Voor het polymeriseren van andere stoffen (dus niet witte vullingen
uv-licht) is een speciale startstof of initiator nodig. Pas na het toevoegen
van de initiator beginnen de monomeren te koppelen. Of door uv-licht.
Een polymeer dat is opgebouwd uit twee of meer verschillende
monomeren is een copolymeer.
Paragraaf 3
Estervorming is een voorbeeld van een condensatiereactie. Bij zo’n
reactie koppelen twee moleculen aan elkaar onder afsplitsing van een
klein molecuul. De ontstane ester kan niet verder reageren met een
alcohol of een carbonzuur, omdat de ester geen OH groep of COOH
groep meer bevat. Dat kan wel als elk alcoholmolecuul twee OH groepen
heeft (een diol) en elk carbonzuurmolecuul twee COOH groepen (een
dizuur).