Samenvatting H5 – Basisboek criminologie
5.1 Lichamelijke en biologische factoren
Aletrino (1858 – 1916) stelde dat criminaliteit herleid moet worden tot aangeboren psychische
kenmerken van individuen.
Kretschmer (1946) stelde dat er een verband is tussen de lichaamsbouw van mensen en criminaliteit.
Hij onderscheidde de: (1) astheniekers (mager, geringe borstomvang), (2) athletici (gespierd, brede
borstkast, brede schouders) en (3) pycnici (ronde vormen, breed gezicht, korte ledematen) en
mengtypen.
Sheldon (1949) maakte hier de typologie: (1) endomorfen, (2) mesomorfen en (3) ectomorfen van.
In het tweelingonderzoek probeert men inzicht te verkrijgen in het aandeel van erfelijke factoren op
criminaliteit door eeneiige en twee-eiige tweelingen te vergelijken > omdat eeneiige tweelingen veel
meer erfelijke aanleg hebben om gemeenschappen met elkaar te hebben dan twee-eiige tweelingen,
die eigenlijk gewoon broer en zus van elkaar zijn, zou moeten blijken dat eeneiige tweelingen meer
overeenkomsten vertonen in crimineel gedrag. Dit wordt ook wel criminele concordantie genoemd.
5.2 Toerekeningsvatbaarheid en TBS
5.1 Lichamelijke en biologische factoren
Aletrino (1858 – 1916) stelde dat criminaliteit herleid moet worden tot aangeboren psychische
kenmerken van individuen.
Kretschmer (1946) stelde dat er een verband is tussen de lichaamsbouw van mensen en criminaliteit.
Hij onderscheidde de: (1) astheniekers (mager, geringe borstomvang), (2) athletici (gespierd, brede
borstkast, brede schouders) en (3) pycnici (ronde vormen, breed gezicht, korte ledematen) en
mengtypen.
Sheldon (1949) maakte hier de typologie: (1) endomorfen, (2) mesomorfen en (3) ectomorfen van.
In het tweelingonderzoek probeert men inzicht te verkrijgen in het aandeel van erfelijke factoren op
criminaliteit door eeneiige en twee-eiige tweelingen te vergelijken > omdat eeneiige tweelingen veel
meer erfelijke aanleg hebben om gemeenschappen met elkaar te hebben dan twee-eiige tweelingen,
die eigenlijk gewoon broer en zus van elkaar zijn, zou moeten blijken dat eeneiige tweelingen meer
overeenkomsten vertonen in crimineel gedrag. Dit wordt ook wel criminele concordantie genoemd.
5.2 Toerekeningsvatbaarheid en TBS