Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Microbiologie 2 - Brock Biology of Microorganisms - 14th edition - Chapter 7-9, 23 and 27.

Beoordeling
3.8
(4)
Verkocht
20
Pagina's
22
Geüpload op
17-02-2019
Geschreven in
2017/2018

In deze samenvatting wordt uitvoerig ingegaan op de bouw en het functioneren van virussen, de regulatie van operons en de werking van antibiotica. Leeruitkomsten: -Hoe een bacterie het metabolisme (enzymactiviteiten) op verschillende niveaus (DNA, RNA, eiwit) kan reguleren. -De bouw van een virus, hoe een virus infecteert, repliceert en het effect van een virus infectie op een organisme. -Hoe een bacterie bestreden kan worden d.m.v. sterilisatie en antibacteriële middelen en hoe resistenties tegen deze bestrijdingsmethoden worden ontwikkeld door de bacterie. -Welke bacteriën normaal op/in het menselijk lichaam voorkomen, hoe pathogene bacteriën infecties kunnen veroorzaken en welk schade (toxiciteit) ze kunnen veroorzaken.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 7 Metabolic Regulation
Constitutief = Eiwitten of RNA die (bijna) altijd nodig zijn in de cel komen op deze manier tot expressie.

Reguleren functie van eiwitten
-Manieren
1. Activiteit van een enzym of eiwit  Kan alleen worden gereguleerd nadat het eiwit is
gesynthetiseerd. Gaat langzamer.
2. Hoeveelheid van een enzym of eiwit  Gaat erg sneller.

Transcriptie bacteriën = DNA  RNA, gaat met behulp van RNA-polymerase.
-Stappen
1. Het Sigma factor herkent de promotor en bindt hier samen met het RNA-polymerase.
-RNA-polymerase
o Bestaat in bacteriën uit 5 subunits (β, β’, α, ω en σ). Subunits vormen samen het
active enzym, maar σ (sigma) is niet zo strak gebonden en kan makkelijk loslaten om
zo het core enzym te vormen. Dit core enzym zorgt voor de synthese van RNA en
het σ deel herkent het juiste deel van het DNA om hier te binden.
-Promotor
o Na binding van RNA-polymerase wordt de dubbele helix van het DNA geopend en
ontstaat er een transcription bubble. Bevat consensussequentie wat wordt herkend
door het sigmafactor.
2. Het Sigma factor laat los en transcriptie begint en de RNA-keten groeit.
3. Wanneer de terminatie site is bereikt stopt de RNA-keten met groeien en laten het RNA-
polymerase en nieuwgevormde RNA-keten los.
-Terminatie
o Afhankelijk van specifieke sequenties op het DNA.
Deze sequenties bevatten een regio met veel GC en
een inverted repeat.
o Wordt deze regio bereikt dan vormt het RNA een stem-
loop waarbij de inverted repeats naast elkaar komen te
liggen.
o Na deze stem loop volgt er een reeks uridine bases.
o Door de zwakke verbinding tussen U-A pauzeert het
RNA-polymerase en de DNA- en RNA-streng scheiden
van elkaar waardoor RNA-polymerase eraf “valt”.
Operon = Een groep van gerelateerde genen die samen worden
afgeschreven.
UTR = Untranslated region, wordt niet afgeschreven tot een eiwit.

DNA-bindingseiwitten = Transcriptiefactoren
-Kenmerken
 Binden het DNA-sequentie specifiek. Binden in de major groove van het DNA (door de
grootte).
 Binden in prokaryoten over het algemeen langere DNA-sequenties.
 Vaak dimeren (= opgebouwd uit twee identieke polypeptideketens welke zijn opgedeeld in
domeinen).
 Herkennen vaak inverted repeats. Elke subunit van het dimeer bindt aan een inverted repeat.
 Zijketens van aminozuren  Interactie met specifieke basenvolgorde.
-Domeinen
 Helix-turn-helix = Twee polypeptideketens die bestaan uit een α-helix in de secondaire
structuur. Ketens zijn gekoppeld via de turn.
-Opbouw
o Recognition helix. Heeft specifieke interactie met DNA.
o Stabilizing helix. Stabiliseert eerste helix door hydrofobe interacties te vormen.
o Turn. Verbindt de twee helixen en bestaat uit drie aminozuurresiduen.
 Zinc finger = Wordt vaak gevonden in regulatie eiwitten in eukaryoten. Bindt een zink-ion.
-Opbouw
o Zink-ion wordt “vastgehouden” door twee cysteïnes.
o Finger bestaat uit een α-helix.
 Leucine zipper = Bevat leucineresiduen die de twee recognition helixen goed oriënteert zodat
deze het DNA kan binden.

,-Na binding DNA
 Stimulatie van transcriptie = transcriptionele activator.
 Remming van transcriptie = repressor.

Transcriptionele regulatie
-Vormen
 Negatieve controle = voorkomt transcriptie.
-Manieren
o Repressie. Het enzym dat nodig is om de reactie te katalyseren waarbij een specifiek
product ontstaat wordt alleen gemaakt wanneer er behoefte is aan het product.
Meestal het geval bij anabole reacties.
-Voorbeeld
 Arginine operon.
> Geen corepressor (arginine) aanwezig  Operon wordt afgeschreven
doordat repressor niet kan binden aan operator.
> Wel corepressor (arginine) aanwezig  Operon wordt niet
afgeschreven doordat repressor + corepressor kunnen binden aan
operator.
o Inductie. Het enzym dat nodig is om een bepaalde reactie te katalyseren wordt alleen
gemaakt als het substraat aanwezig is. Meestal het geval bij katabole reacties.
-Voorbeeld
 Lac operon.
> Geen corepressor (allolactose) aanwezig  Operon wordt niet
afgeschreven doordat repressor kan binden aan operator.
> Wel corepressor (allolactose) aanwezig  Operon wordt
afgeschreven doordat repressor + corepressor kunnen binden aan
operator.
> Zowel allolactose als cAMP moeten aanwezig zijn voor transcriptie.
 Positieve controle = Activatie van binding RNA-polymerase aan DNA. Transcriptie hangt af
van de binding van een activator eiwit aan het DNA.
-Voorbeeld
o Maltose operon.
 Geen inducer (maltose) aanwezig  Operon wordt niet afgeschreven doordat
activator eiwit en RNA-polymerase niet kunnen binden aan DNA.
 Wel inducer (maltose) aanwezig  Operon wordt afgeschreven doordat
maltose bindt aan activator eiwit welke bindt aan activator binding site.
Hierdoor kan RNA-polymerase binden aan de promotor.
-Activator eiwit
-Functie
 Helpt RNA-polymerase de promotor te herkennen en transcriptie te beginnen
door:
> DNA-structuur te wijzigen door dit te verbuigen.
> Directe interactie met RNA-polymerase.
-Interactie met RNA-polymerase
> Activator binding site ligt naast de promotor.
> Activator binding site ligt ver van de promotor. DNA vormt een loop zodat de
het activator eiwit en het RNA-polymerase kunnen binden.
 Globale controle = Mechanismes die reageren op signalen uit de omgeving door de expressie
van verschillende genen te reguleren. Global doordat er heel veel operons en genen bij
betrokken zijn.
o Cataboliet repressie  Reguleert het gebruik van koolstofbronnen wanneer er
meerdere aanwezig zijn. Wanneer glucose aanwezig is wordt de afbraak van andere
koolstofbronnen onderdrukt. Positieve controle.
-Kan leiden tot
o Diauxic growth  Groei – Lag fase – Groei. Ontstaat door het gebruik van een
koolstofbron – koolstofbron raakt op – gebruik van nieuwe koolstofbron die eerst nog
moet worden aangebroken/afgebroken.

, -Werking
1. Cyclisch AMP (cAMP, regulerend nucleotide) bindt aan cyclisch AMP-receptor eiwit
en bindt samen met RNA-polymerase aan promotor op DNA.
a) Glucose inhibeert de vorming van cAMP dus, veel glucose  weinig cAMP.
2. DNA-streng wordt afgelezen en er ontstaat lacI, lacZ, lacY en lacA.
3. LacI is een actieve repressor die kan binden aan de operator en zo de transcriptie
blokkeert. De blokkeren van transcriptie kan worden verholpen door een bijpassende
inducer.

Inducer = Een substantie die enzymsynthese in gang zet.
Corepressor = Een substantie die enzymsynthese onderdrukt.
Effectors = Substanties die een effect hebben op de enzymsynthese.

Operon
1 mRNA codeert voor meerdere genen.
1 Promotor sequentie.
Regulon
Meerdere operons
Operons worden gereguleerd door een enkel
regulatory protein.

Twee componenten regulatie systemen = Eenvoudige signaaltransductie route (niet in archaea en
eukaryoten).
-Componenten
 Sensor kinase eiwit
-Kenmerken
o Membraaneiwit.
o Histidine kinase.
o Ontvangen een signaal en fosforyleren zichzelf bij een histidineresidu. Hierbij wordt
vaak het fosfaat van ATP gebruikt.
 Respons regulator eiwit
-Kenmerken
o Vaak DNA-bindingseiwit (positieve of negatieve regulatie).
o In cytoplasma.
o Fosfaat van sensor kinase eiwit wordt hierop overgebracht.
-Voorbeelden
 Regulatie buitenmembraan eiwitten.
-Onderdelen
o EnvZ (histidine kinase) neemt veranderingen waar in osmotische druk.
o OmpF (grote porie) en OmpC (kleine porie) zijn porines. Dit zijn eiwitten die ervoor
zorgen dat metabolieten het buitenmembraan van gram-negatieve bacteriën kunnen
oversteken.
o OmpR zorgt voor transcriptie van OmpF of OmpC en door signalen van EnvZ.
-Werking
o Verandering in osmotische druk  EnvZ autofosforyleert en geeft fosfaatgroep aan
OmpR  OmpR-P
o Lage osmotische druk  OmpR-P onderdrukt transcriptie van OmpC activeert
transcriptie van OmpF gen.
o Hoge osmotische druk  OmpR-P onderdrukt transcriptie van OmpF en activeert
transcriptie van OmpC.




 Chemotaxis = Beweging in reactie op chemicaliën. Regulatie van activiteit van flagellen i.p.v.
transcriptie. Counter clock wise = vooruit bewegen.
-Hypothese
o Geen attracktent  Random bewegen.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H7, h8, h9, h23, h27
Geüpload op
17 februari 2019
Bestand laatst geupdate op
17 februari 2019
Aantal pagina's
22
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.97
Krijg toegang tot het volledige document:
Gekocht door 20 studenten

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 4 reviews worden weergegeven
2 jaar geleden

5 jaar geleden

5 jaar geleden

5 jaar geleden

3.8

4 beoordelingen

5
0
4
3
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ElisaJaarsma Universiteit Utrecht
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
224
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
140
Documenten
28
Laatst verkocht
3 weken geleden

4.4

37 beoordelingen

5
19
4
13
3
5
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen