van vijf jaar decentraal beleid
Transitie: wetten zijn veranderd.
Transformatie: ideeën over decentralisaties, andere manier van denken over aanpak.
Decentralisatie: van rijk naar gemeente.
Centrale gedachtes van de decentralisaties onder andere: huidige stelsel niet meer te betalen,
gemeenten kunnen maatwerk bieden, burger mondiger.
Participatiewet
• Gericht op alle mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.
• Sociale werkvoorziening is vervangen door re-integratie instrumenten, loonkostensubsidie,
jobcoaching en beschut werkplek.
Nieuwe jeugdwet
• Gericht op het veilig en gezond opgroeien jeugdigen.
• Uitgangspunt: verantwoordelijkheid ligt eerst bij opvoeders en jeugd zelf, de gemeente
speelt een ondersteunende rol.
• Minder versnippering. Eerder waren er nog meer wetten en verantwoordelijken (rijk,
provincie, gemeente).
• Samenwerking tussen hulpverleners: één gezin, één regisseur, één taak.
Wet langdurige zorg
Is wel transitie (was eerst AWBZ), niet decentralisatie, want het is niet van rijk naar gemeente
gegaan.
• Gericht op mensen die langdurig en chronisch aangewezen zijn op zware, intensieve zorg.
• Doelgroep: kwetsbare ouderen, mensen met een handicap of met een psychische
aandoening.
Wet maatschappelijke ondersteuning
Was in 2007 al gedecentraliseerd, en in 2015 vernieuwd.
Drie doelen:
1. Bevorderen van sociale samenhang, mantelzorg, vrijwilligerswerk en veiligheid en
leefbaarheid in de gemeente. Voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld.
2. Ondersteunen van zelfredzaamheid en participatie van personen met een beperking of
chronische, psychische of psychosociale problemen, zo veel mogelijk in eigen leefomgeving.
3. Bieden van opvang, waaronder maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd
wonen en verslavingszorg.
Decentralisatie:
- Kloof dichten: gemeenten sluiten aan bij burgers, dichter bij de burger
- Uitgaan van wat mensen wel kunnen
- Samenwerken, met als doel dat iedereen kan meedoen
- Denken in netwerken en flexibel in taakoplossing