Samenvatting hoofdstuk 3 2: de intukrod iee in diversitukeituk van diereni
Dieren zijne: meercellig, heterotrofe eukaryoten, met weefs:els: die uit embryologis:che lagen zijn
ontwikkeld. Dierlijke cellen hebben geen celwanden en geen bladgroenkorrels: maar wel celkernen.
Onder dieren rijk allene:
- Eencelligen
- Holtedieren
- Wormen
- Stekelhuidigen
- Weekdieren
- Geleedpotgen
- Gewer elden
Voedingswijze:
Dieren ers:chillen an zowel planten als: s:chimmels:e:
- Planten zijn autotroof (krijgen oeding door fots:ynthes:e) en dieren zijn…
- Schimmels: zijn heterotroof, maar abs:orberen hun oeds:el uit omliggende organis:che s:tofen.
Schimmels: laten enzymen rij die buiten hun lichaam de oeding erteerd.
- Dieren nemen hun oeds:el in het lichaam op (ze eten echt), oeding die de dieren binnen
krijgen worden in het lichaam erteerd door enzymen.
Cel stukr ituk r en speiialisaeee:
Dieren zijn meercellige organis:men, maar in ergelijking met planten en s:chimmels: hebben
dierencellen geen s:teun in de celwanden. In plaats: daar an hebben dieren eiwiten buiten de cel die
oor s:tructurele s:teun zorgen, en erbinden ze met andere cellen. De mees:t oorkomende
proteïne(eiwiten) is: collageen en is: alleen in dieren ge onden. De cellen an de mees:te dieren zijn
onder erdeeld in weefs:el(een groep cellen met dezelfde functe). oals: s:piercellen en zenuwweefs:el.
Planten en s:chimmels: hebben dit niet.
Reprod iee en ontukwi33eling:
De mees:te dieren planten zich ges:lachtelijk oort, hierbij is: de diploïde s:tadium dominant in de
le ens:cyclus:. Sperma en eicellen worden ge ormd door meios:e, dit lijkt niet op wat er gebeurt bij
planten en s:chimmels:. Na de be ruchtng onts:taat er een zygote deze ondergaat klie ing Een
opeen olging an mitots:che celdelingen zonder celgroei tus:s:en de di is:ies:. Tijdens: deze
ontwikkeling de klie ing leidt tot de formate an een meercellig s:tadium genaamd een blas:tula, wat
een holle bol ormt. Blas:tulae: een holle klomp celene: luidt het einde an het klie ings:s:tadium bij de
roeg embryonale ontwikkeling an dieren in.
Na de blas:tula fas:e s:treed het proces: an gastukr laee(Bij de ontwikkeling an dierene: een s:erie cel-en
weefs:el bewegingen waarbij het embryo in het blas:tula s:tadium naar binnen ouwt zodat er een
embryo met drie laten onts:taat, de gastukr la) op. Bij mens:en ontwikkelen ze zich meteen in adult.
Maar bij dieren indt er minimaal één larve s:tadium plaats:. Een lar e is: een rijle end, ges:lachtelijk
onrijpe orm in s:ommige dierlijke le ens:cycli die in morfologie, oeding en habitat af kan wijken an
het adulte dier. Dieren lar en ondergaan uiteindelijk metukamorfose( een ontwikkelings:trans:formate
waarbij een dierlijke lar e erandert in hetzij een adult hetzij in een adultactge fas:e die nog niet
ges:lachts:rijp is:.
Be ruchtng → Klie ing → blas:tula → gas:trulate → gas:trula → lar e → metamorfos:e
, Campbell 10e editee: Hoofds:tuk 32:e: di ers:iteit an dieren
Ontukwi33elingsgenen:
Alle dieren hebben ontwikkelings:genen die andere genen aan of uit zeten. Deze regulategenen
be aten paren DNA olgroden die homeoboxes:(hoxgenen) heten. Sponzen be aten geen hox
genen. FUNCTIE OP OEKEN.
2i2 De gesihiedenis van dieren is verdeeltuk over een half miljard jaari
Neoproterozoic Era ( 1 miljard – 54: miljoen jr. geleden).
Eers:t geaccepteerde macros:copic fos:s:iel, dateert an 565 -550 milj. jr. geleden.
Groep met zacht lichaam en een meercellig organis:me/Eukaryoote: Ediacaran biota in
Aus:tralië ontdekt. ie fguur 32:.5 op blz 732:
De late neoproterozoic era was: een tjd an s:tjgende dierendi ers:iteit.
Paleozoic Era (54: – :51 milj. jr. geleden
2i Dieren 3 nnen ge3ara3tukeriseerd worden door h n bo wplani
Bo wplane: Een erzameling an morfologis:che en ontwikkelings:kenmerken die geïntegreerd zijn tot
een functoneel geheele: het le ende dier.
Symmetukriee:
Een kernmerk an dierenlichamen is: het type s:ymmetrie. Sommige dieren hebben radiale
symmetukriee: s:ymmetrie waarbij het lichaam ge ormd is: als: een taart of een at (en geen linker-of
rechterzijde heef) en door een willekeurig lak door de centrale as: erdeeld kan worden in twee
s:piegelbeeldige helfen.
Bilatukeraal symmetukrie: lichaams:s:ymmetrie waarbij een centraal lengte lak het lichaam in twee gelijke
maar tegeno erges:telde helfen erdeelt. Een bilateraal dier heef wee manieren oor oriëntate.
Deze dieren hebben een dors:al (top), entraal (onderkant), een linker en een rechter kant en een
anterior( oorkant) en tot s:lot een pos:terior(achterkant).