Voor het tentamen moet je heel het boek kennen. Als je de oude versie hebt moet je even kijken in de
bibliotheek welke hoofdstukken overeen komen etc. Het tentamen bestaat uit 60 vragen met 4
alternatieve voorbeeldvragen op blackboard.
De cursus gaat over hersenen en gedrag. De hersenen zijn een orgaan, een fysiek object, levend
weefsel. Gedrag is actie, niet fysiek, maar wel observeerbaar. In dit vak gaat het m de relatie tussen
hersenen en gedrag.
Ons lichaam bestaat uit organen, organen bestaan uit weefsel en weefsel bestaat weer uit cellen. De
hersenen zijn een orgaan dat bestaat uit zenuwweefsel, de cellen hierin worden zenuwcellen
genoemd. Het zenuwstelsel wordt ook wel centraal perifeer genoemd.
lichaam
orgaan orgaan
weefsel weefsel
cel cel cel cel
cel cel cel cel
Wat is gedrag? Gedrag wordt omschreven als patronen in tijd.
Bijvoorbeeld: bewegingen, spraak, houding, maar ook blozen etc.
Vormen gedachten ook gedrag? Een simpelere bruikbare
definitie is: elke vorm van beweging in een levend organisme,
observeerbaar en meetbaar gedrag.
Hersenen en gedrag zijn gerelateerd aan elkaar, maar hoe dan?
Dit gaat over het mind-body probleem:
- Dualistische versus monistische stelsels
- Spiratualisische versus materialistische stelsel
Heeft ook te maken met stellingname en levensovertuiging.
Evolutie
Fylogenetische ontwikkeling; ontwikkeling van hogere diersoorten uit lagere.
Orthogenetische ontwikkeling: ontwikkeling van de individuele mens uit zaadcel en eicel.
Deze beide ontwikkelingen hebben te maken met een ander groot debat; nurture vs. nature.
Daarnaast de vraag of wij van apen afstammen? nee, maar wel een gemeenschappelijke
voorouder. De taxonomie van het leven deelt zichzelf op in verschillende categorieën:
- Levende organismen, opgedeeld in 5 domeinen (bacterieën, eencelligen, planten,
paddenstoelen en dieren).
- Rijk (BV: dieren, karakteristieken; spieren voor jagen etc.)
- Afdeling/stam (BV gewervelden)
- Klasse: (BV zoogdieren)
- Orde: (BV primaten)
- Familie (BV mensachtigen)
- Geslacht (BV mens-homo)
, - Soort (BV moderne mens)
Beknopte geschiedenis van de mens
Mensen en chimpansees hebben een gemeenschappelijke voorouder, 5-10 miljoen jaar geleden.
Mensen en chimpansees verschillen maar 1% in DNA. Hominidae:
- Ca. 5 miljoen jaar geleden ontstaan
- Primaten die rechtop lopen
- Alle mensachtigen stammen hiervan af
- Ook uitgestorven soorten
Enkele bekende voorouders:
1. Australopithecus (zuidelijke aap) 400cm hersengrootte, 4 miljoen jaar geleden
2. Homo habilis (handige mens) 800cm hersengrootte, 2,5-1,5 miljoen jaar geleden
3. Homo erectus (rechtopstaande mens) 900-1200cm hersengrootte, 1,5 miljoen jaar geleden
4. Homo sapiens (wetende mens) 1500cm hersengrootte, 120.000 jaar geleden
Wat is zo speciaal aan de menselijke hersenen? Vooral de grootte (ca 1500cm3). Encephalisatie
quotiënt = hersengewicht/verwacht hersengewicht (EQ). In 5 miljoen jaar tijd is ons hersengewicht
verdrievoudigd, hoe komt dit?
- Leefwijze (bv fruit zoeken moeilijk)
- Hersenkoeling (nodig vanwege hoge metabolisme)
- Neotenie (rijpingsvertraging BV: ouderen behouden kinderkenmerken groot hoofd)
Is een groter brein ook een beter brein (binnen soort)? Nee. Mannen 10% meer hersengewicht dan
vrouwen maar niet intelligenter. Het gaat misschien meer om (aantal?) verbindingen. Veel gedrag is
niet aangeboren, maar wordt cultureel bepaald.
, Hoorcollege 2 Brain and behavior 01-02-2018
Hoofdstuk 2; what is the nervous system’s functional anatomy? Gaat over de structuur en de functie
van de hersenen. Gyrus is bocht en sulcus is groef in de hersenen. Het brein is groter dan het schedel
wat de rimpels in het brein verklaard. Ook al hebben we het over structuur betekent niet dat dit een
statisch orgaan is, het is een flexibel orgaan dat over de tijd kan veranderen. Deze hersenflexibiliteit
wordt ook wel neurale plasticiteit genoemd.
Fylogenetische ontwikkeling van structuur (ontwikkeling van soorten). Bochten (gyri) groef (sulci).
Cerebrum = het brein,
cerebellum = de kleine
hersenen, vaak aan de
onderkant van de hersenen
en zit vast aan het
ruggenmerg en loopt door tot
aan je staartbot. De
belangrijkste functies van het
brein (erg algemeen):
- Perceptie
(waarneming)
- Integratie van
informatie (creeër
perceptuele wereld
- Actie (gedrag)
Beetje zoals een computer, er komt iets in, wordt verwerkt en komt eruit. De hersenstam houd ons in
leven (ademhalen etc.), het limbisch systeem zorgt voor de emoties en daaromheen zit de cortex,
daar zit het denken. Echter is dit model incorrect omdat alles met elkaar verbonden is. Als je ooit in
aanraking komt met patiënten onthoud dit dan, dit zegt wellicht wat over de schade die zich voordoet.
Terminologie is erg belangrijk in het tentamen BOX 38-39 weten, latijnse termen te vertalen.
Bovenkant van het hoofd wordt superior/dorsal genoemd. Inferior is de onderkant. Anterior is de
voorkant, posterior is de achterkant. Deze denken moet je echt weten. Bij dieren is het ook weer
anders; dorsal; bovenkant rug. Ventral is vanuit de buik naar beneden. Rostral = kant van de bek,
caudal= kant van de staart. Deze moet je echt leren.
Ook zijn er secties van het brein; de eerste is frontale sectie = hierbij snijd je door het frontale gedeelte
van het brein, wordt ook wel coronal view (lijkt op een kroon). Kijkt vanaf de voorkant naar het midden
van het brein. Medial (midden) lateral (zijkant). Horizontale sectie = hierbij snijd je door de bovenkant
van het brein, je kijkt dan van boven naar beneden (dan zie je alle witte en zwarte materie) ook wel
dorsal view genoemd. Tot slot saggitale sectie (arrow), recht door het midden en dan zie je van de
voorkant naar de achterkant.