Basistechnologie
1.1 Krachten bij tillen en bewegen
Uitleggen wat een kracht is en beargumenteren waarom deze kennis van belang is bij tillen en
bewegen
Symbool voor kracht is F (force)
De eenheid van kracht is Newton (N)
Kracht = oorzaak van vormverandering/bewegingsverandering kracht kan een voorwerp
van vorm, richting en snelheid veranderen
*Kracht wordt weergegevens als vector (pijn) F in N
Fzwaartekracht = m x g (9,81 N/kg) ***
Verschillende krachten
zwaartekracht, spankracht, spierkracht, veerkracht, wrijvingskracht, magnetische kracht,
elektrische kracht, windkracht
normaalkracht [een voorwerp dat op een tafel/vloer ligt valt niet verder naar beneden. Dit
komt omdat het ondersteunde oppervlak een normaalkracht op het voorwerp uitoefent]
Eigenschappen van een kracht
kracht kun je niet zien, je herkent ze aan hun gevolgen
kracht kan voorwerp in beweging brengen of op plaats houden
*elke kracht heeft een
o grootte = lengte van de pijl (Bijvoorbeeld 1cm komt overeen met 100 N)
o richting/werklijn = richting van de kracht
o aangrijpingspunt = begin van de pijl **
Deze eigenschappen kun je weergeven met een pijl (vector)
**De plaats waar de zwaartekracht op een voorwerp aangrijpt is het massamiddelpunt of
zwaartepunt van het voorwerp. Wanneer het zwaartepunt in het midden ligt wordt het voorwerp
homogeen genoemd, bijv. Homogene balk.
Het massamiddelpunt kan zich ook buiten het lichaam bevinden.
*** Zwaartekracht = kracht die de aarde uitoefent op een voorwerp, is altijd aanwezig
grootte
o massa (m) = voorwerp in kg
o valversnelling (g) = 9,81 N (newton)
o F = mg (uitkomst in Newton)
o Bijv. massa = 60 F = mg = 60 x 9,81 = 589 N
Richting, loodrecht naar beneden
aangrijpingspunt
Fz= m x g = de kracht die de aarde uitoefent op een object = zwaartekracht = F z
, Samenvatting VPK-B-KT-kennistoets 2.2 G&P / T
Krachten die in dezelfde richting werken, mag je bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken
De nettokracht of resulterende kracht is de som van alle kracht die op een voorwerp werken
o Fnetto = F1 – F2
Als alle krachten een groot zijn en tegengesteld gericht, is de netto kracht gelijk aan nul
het object staat stil of beweegt met een constante snelheid = krachtenevenwicht
Drie wetten van Newton:
1. Massa is traag: als er geen netto kracht is à geen snelheidsverandering.
2. Als er een netto kracht is à verandering in snelheid, richting of vorm.
F = m x a (a= acceleratie/versnellen).
3. Actie = Reactie.
a. Steunvlak = wanneer nog stabiel? Groot steunvlak creëren d.m.v. hulpmiddel
(bv. rollator)
b. Moment: een kracht zorgt ervoor dat je kan bewegen, een moment zorgt ervoor dat
je kan draaien. Moment = kracht x de afstand.
De begrippen moment, steunvalk, zwaartepunt, hefboom en wrijvingskracht uitleggen en hier
eenvoudige praktische vraagstukken mee kunnen oplossen in de context van beweging, stabilietie ne
tilbelasting
Rotatie = draaibeweging moment van een kracht (M) wordt bepaald door de grootte van
de kracht en de arm van de kracht (L), dit is de loodrechte afstand van de werklijn van de
kracht tot het draaipunt.
= Verplaatsing met stand verandering
Steunvlak = het vlak dat tussen de contactpunten ligt met de ondergrond. Als het
massamiddelpunt niet meer op het steunvlak ligt, raakt je uit evenwicht.
Hefboom = er is sprake van een voorwerp dat draaibaar is om een vast punt. Een hefboom is
in evenwicht als de som van de moment linksom gelijk is aan rechtsom = hefboomwet
Wrijvingskracht = tegen werkende kracht/werkt altijd tegen
Aangrijpingspunt van een kracht is het punt wat de kracht op het voorwerp werkt, bij
zwaartekracht is dit de plaats waar de zwaartekracht op een voorwerp aangrijpt
massamiddelpunt of het zwaartepunt
Zwaartepunt niet altijd in het midden, kan ook buiten het voorwerp of het lichaam liggen
Overige begrippen
Tegenwerkende krachten
o Wrijvingskracht
Ruwheid van het oppervlak
Meer massa
o Luchtweerstand
o Zwaartekracht
Massamiddelpunt
Aangrijpingspunt
Valversnelling