Hoorcollege 1 (klinisch redeneren in het kader van C&C)
Wat is chroniciteit?
- “Een ‘chronische aandoening’ is gedefinieerd als een aandoening waarbij over het algemeen
geen uitzicht is op volledig herstel. Een chronische aandoening gaat doorgaans gepaard met
pijn, geestelijk lijden, beperkingen in functioneren of andere klachten. De mate waarin
mensen hinder ondervinden verschilt per aandoening en per individu.”
- “De duur van een lage-rugpijnepisode wordt ingedeeld in: acuut (0-6 weken), subacuut (7-12
weken) en chronisch (>12 weken)(…) Een lange episode van lage-rugpijn heeft niet altijd een
ongunstige prognose. Een lange episode van beperkingen en participatieproblemen
samenhangend met de lage-rugpijn heeft veelal wel een ongunstige prognose. “
- “Chronische pijn is een persisterend, multifactorieel gezondheidsprobleem waarbij
lichamelijke, psychische en sociale factoren in verschillende mate en in wisselende onderlinge
samenhang bijdragen aan pijnbeleving, pijngedrag, ervaren beperkingen in het dagelijks
functioneren en ervaren vermindering van de kwaliteit van leven.”
Ziekte last (Burden of diseas)
- De ziektelast = kwantificeert in Disability Adjusted Life Years (DALY)
o Het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte)
o Het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte),
gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten)
Complexiteit:
- Vanuit biomedisch perspectief
o Cliënt met meerdere aandoeningen (multimorbiditeit)
o Cliënt met (chronische) aandoening die invloed heeft op meerdere (orgaan)systemen
o Cliënt met medicatie voor (chronische) aandoening die invloed heeft op meerdere
(orgaan) systemen.
o Cliënt zonder voldoende aanwijsbare medische diagnose waarbij verschillende
(orgaan) systemen beïnvloed zijn.
,- Vanuit bio-psychosociaal perspectief irt cliënt
o
o
▪ Complexiteitsniveau 1: Ongecompliceerd
• Klachten fysiek functioneren
• Psychisch stabiel persoon met betekenisvol leven
• Voldoende mate aan zelfregulatie ten aanzien van gezondheid- en
levensdomein
▪ Complexiteitsnievau 2: licht gecompliceerd
• Klachten fysiek functioneren
• Cliënt heeft enkele disfunctionele opvattingen over zieke en/ of
ziekte gedragingen.
• Mogelijk spelen er emoties rondom aandoening en beperking.
• Opvattingen, gedragingen en emoties zijn relatief eenvoudig door
middel van voorlichting te corrigeren.
• Psychisch stabiele persoon met voldoende mate aan zelfregulatie ten
aanzien van gezondheid- en levensdomein, echter door opvattingen
en gebrekkige informatie is deze niet functioneel.
▪ Complexiteitsniveau 3: Matig gecompliceerd
• Klachten fysiek functioneren
• Cliënt heeft meerdere disfunctionele opvattingen over zieke en/ of
ziekte gedragingen en/ of emoties, die niet door eenvoudige
voorlichting te corrigeren zijn.
• Impact van gezondheidsklachten manifest binnen meerder
levensgebieden.
• Voor herstel duidelijke ongunstige persoonskenmerken (lage
effectiviteitwaarde/pessimisme etc.) aanwezig.
• Levensproblematiek aanwezig, die niet door ziektelast wordt
veroorzaakt (bv.. werkproblematiek), maar wel van invloed is op
coping- potentiaal.
• Zelfregulatie is onvoldoende en zelfsturing bemoeilijkt door
levensproblematiek.
, ▪ Complexiteitsniveau 4: Zwaar gecompliceerd
• Klachten fysiek functioneren
• Cliënt heeft duidelijke disfunctionele opvattingen over zieke en/ of
ziekte gedragingen en/ of emoties, die de klachten bestendigen.
• Impact van gezondheidsklachten manifest binnen meerder
levensgebieden.
• Naast de ongunstige persoonskenmerken is psychopathologie aan de
order.
• Evt. is er sprake van middelenmisbruik en/of traumatische life
event’s. .
• De klachten hebben een functie in het leven gekregen.
• Zelfregulatie is uitermate laag. Cliënt heeft zich bij klachten
neergelegd en kan deze niet aan.
- Vanuit bio-psychosociaal perspectief irt de omgeving
o Hulpvraag en zorgvraag van de directe familie
o Stabiliteit van de directe omgeving
o Zorgnetwerk -> dus welke disciplines zijn betrokken bij zorgnetwerk
- Door de hulpvraag
- Eigen persoonlijkheid als therapeut
o
Klinisch redeneren -> is de integratie van redeneren over de hulpvraag van de cliënt en het nemen
van beslissingen in relatie tot de hulpvraag.
- HOAC II -> het systematisch ordenen van gegevens, waarbij huidige en te verwachten
(toekomstige) problemen stapsgewijs kunnen worden geïnventariseerd.
, Burger <- -> zorgprofessional: vijf kernwaarden
Hoorcollege 2 (herstel na COVID-19)
Aanhoudende klachten na COVID-19:
- Postcovidsyndroom (PCS)
o Voorbeeld casus
▪ Vrouw van 34 jaar met een blanco medische voorgeschiedenis
▪ Beroep -> longverpleegkundige in een ziekenhuis 26 uur per week
▪ Gezin -> man en 3 jonge kinderen
▪ Sport -> hardlopen 2x per week 10 km
▪ Augustus 2021 COVID-19 na een teamoverleg op haar werk
- Post Acute Coronavirus Syndroom (PACS)
- Long-COVID
- COVID-19 Associated Syndrome (CAS)
- Post Intensive Care Syndrome (PICS) -> hoeft niet perse met COVID te maken te hebben
Definitie van de WHO
Complexiteit