Anatomie aantekeningen
Algemene begrippen
Anatomie: ‘ontleedkunde’ houdt zich bezig met de bouw van het menselijk
lichaam
Fysiologie: ‘leer der verrichtingen’ bestudeert de functies van de onderdelen en
het functioneren van het geheel
Structuren: de opbouw van de onderdelen van het menselijk lichaam
Functies: hoe de onderdelen van het menselijk lichaam werken en samenwerken
Algemene kenmerken leven
Stofwisseling (metabolisme)
Groei
Voortplanting
Aanpassing (adaptie)
Prikkelbaarheid
Prikkelverwerking
Beweging en voortbeweging
Opbouw/ hiërarchie lichaam
Cel: kleinste zelfstandige eenheid
Weefsel: een groep cellen van dezelfde vorm en functie
Orgaan: verschillend weefsel bij elkaar met dezelfde functie
Orgaanstelsel: meerdere organen voor één functie te kunnen uitvoeren
Lichaam: alle organenstelsels bij elkaar
Organisme
functioneren
cellen, weefsels, organen afhankelijk van elkaar
regulatie van besturing en transport
transport
bloedvatenstelsel en lymfevatenstelsel
besturing (reguleren)
zenuwstelsel en hormoonstelsel
homeostase (gelijk blijven)
constant houden inwendig milieu
systemen veroorzaken verandering
zenuwstelsel en hormonenstelsel (blz21) reguleren mede bij corrigeren
vochtbalans, elektrolytenbalans en regulatie PH (zuurgraad) belangrijk voor het
constant houden
1
, cel
kleinste fundamentele eenheid van leven
kleinste bouwsteen menselijk lichaam
cel soorten
dekcel
dekt iets af of produceert bepaalde stoffen
spiercel
kan in lengterichting korter worden door samentrekking
steuncel
geeft steun en vorm
zenuwcel
kan elektrische prikkels ontvangen, verwerken en afgeven
kenmerken cel
hebben niet allemaal dezelfde functie
zijn meestal gespecialiseerd
hebben een bepaalde vorm afhankelijk van functie
voor de opbouw en groei van de cellen zijn vooral vocht, mineralen en eiwitten
nodig
cel onderdelen
celmembraan: celwand (half doorlaatbaar) microvilli
cytoplasma: vloeibare cel inhoud
organellen: kleine structuren in cytoplasma (werkplaatsen) bijvoorbeeld
mitochondriën (zorgen voor energie voor de cel)
zweepdraden en trilharen
cel stofwisseling
verbranding in de cel
cel activiteiten vinden plaats in de celkern
mitochondriën: organellen die fungeren als kerncentrales in de cel
verbrandingsprocessen
aerobe verbranding: met zuurstof
anaerobe verbranding: tekort aan zuurstof
celmembraan transport
passief trasport: hiervoor is GEEN energie (ATP) nodig
actief transport: hiervoor is WEL energie (ATP) nodig
2
Algemene begrippen
Anatomie: ‘ontleedkunde’ houdt zich bezig met de bouw van het menselijk
lichaam
Fysiologie: ‘leer der verrichtingen’ bestudeert de functies van de onderdelen en
het functioneren van het geheel
Structuren: de opbouw van de onderdelen van het menselijk lichaam
Functies: hoe de onderdelen van het menselijk lichaam werken en samenwerken
Algemene kenmerken leven
Stofwisseling (metabolisme)
Groei
Voortplanting
Aanpassing (adaptie)
Prikkelbaarheid
Prikkelverwerking
Beweging en voortbeweging
Opbouw/ hiërarchie lichaam
Cel: kleinste zelfstandige eenheid
Weefsel: een groep cellen van dezelfde vorm en functie
Orgaan: verschillend weefsel bij elkaar met dezelfde functie
Orgaanstelsel: meerdere organen voor één functie te kunnen uitvoeren
Lichaam: alle organenstelsels bij elkaar
Organisme
functioneren
cellen, weefsels, organen afhankelijk van elkaar
regulatie van besturing en transport
transport
bloedvatenstelsel en lymfevatenstelsel
besturing (reguleren)
zenuwstelsel en hormoonstelsel
homeostase (gelijk blijven)
constant houden inwendig milieu
systemen veroorzaken verandering
zenuwstelsel en hormonenstelsel (blz21) reguleren mede bij corrigeren
vochtbalans, elektrolytenbalans en regulatie PH (zuurgraad) belangrijk voor het
constant houden
1
, cel
kleinste fundamentele eenheid van leven
kleinste bouwsteen menselijk lichaam
cel soorten
dekcel
dekt iets af of produceert bepaalde stoffen
spiercel
kan in lengterichting korter worden door samentrekking
steuncel
geeft steun en vorm
zenuwcel
kan elektrische prikkels ontvangen, verwerken en afgeven
kenmerken cel
hebben niet allemaal dezelfde functie
zijn meestal gespecialiseerd
hebben een bepaalde vorm afhankelijk van functie
voor de opbouw en groei van de cellen zijn vooral vocht, mineralen en eiwitten
nodig
cel onderdelen
celmembraan: celwand (half doorlaatbaar) microvilli
cytoplasma: vloeibare cel inhoud
organellen: kleine structuren in cytoplasma (werkplaatsen) bijvoorbeeld
mitochondriën (zorgen voor energie voor de cel)
zweepdraden en trilharen
cel stofwisseling
verbranding in de cel
cel activiteiten vinden plaats in de celkern
mitochondriën: organellen die fungeren als kerncentrales in de cel
verbrandingsprocessen
aerobe verbranding: met zuurstof
anaerobe verbranding: tekort aan zuurstof
celmembraan transport
passief trasport: hiervoor is GEEN energie (ATP) nodig
actief transport: hiervoor is WEL energie (ATP) nodig
2